Zwijnerij!

Tekst: Hans Cuppen

Artikel

Print Friendly, PDF & Email

Op de Veluwe geldt een jachtverbod op wilde zwijnen. Hun populatie zou daardoor zienderogen uitdijen. Maar is dat wel zo?

Vriend R. bracht als kind met zijn ouders in de buurt van Elspeet de nodige kampeervakanties door. Hij wist me te vertellen dat hij menig nacht bibberend van de spanning in de tent had liggen luisteren naar wroetende zwijnen. De volgende ochtend bleek steevast dat de grond rondom de tent, een keurig gemaaide gazon, was veranderd in een waar slagveld. R. wist mij met zijn levendige herinneringen te enthousiasmeren; ook ik wilde weleens oog in oog staan met een wild zwijn.

Op naar Elspeet
Zo gezegd, zo gedaan. Een jaar of tien geleden – het zal eind september, begin oktober zijn geweest – stapten vriend R. en ik vroeg in de ochtend in de auto en reden naar de Veluwe. We parkeerden buiten Elspeet aan de Vaassenseweg en staken te voet een wildrooster over. Het doel van de dag was naar Vaassen te lopen en weer terug, een kilometer of twintig dwars door de Koninklijke Houtvesterij van Kroondomein Het Loo. ‘Wilde zwijnen zijn schuwe dieren. Als je ze als mens al ziet, dan is dat ’s morgens of ’s avonds rond de schemering, overdag laten ze zich zelden zien’, aldus temperde R. mijn hooggespannen verwachtingen. Direct voorbij het wildrooster stootte R. me aan en wees opgetogen naar rechts. Een meter of honderd verderop, achter een heideveld, zagen we tegen een bosrand een rotte (ja, zo heet nu eenmaal een groep) zwijnen. We waren nog geen minuut op pad en ik had mijn eerste wilde zwijn-ervaring, mijn dag kon niet meer stuk! ‘Als we er meer willen zien, dan moeten we mensenmassa’s vermijden. Zullen we de route verlaten en een brandgang ingaan?’ stelde R. voor.

OAD-bus
We sloegen af en stuitten na slechts enkele honderden meters lopen op een boswachter, alsof de man ons had staan opwachten. Waar we in hemelsnaam mee bezig waren: wisten we niet dat het bronstijd was? Dat betekende dat groot wild zoals het everzwijn en edelhert rust nodig hebben en niet gestoord wensen te worden. Hij zag onze onoplettendheid voor deze keer door de vingers, schreef daarom geen bekeuring uit als we maar direct op onze schreden terugkeerden. Slechts de hoofdroute was voor publiek geopend. Begrepen heren? Weer terug op de Vaassenseweg zagen we even later vol verbijstering uit een gelijksoortige brandgang een gele OAD-touringcar met bejaarden tevoorschijn komen. Hoe je je als wandelaar zonder enig kwaad in de zin kunt opwinden over zo veel onrecht. De oude lui hadden waarschijnlijk flink betaald voor een rit door de wildernis. Maar gelukkig werden ook wij getrakteerd op wilde zwijnen. R. trok me aan de arm toen plotseling van achter een stapel boomstammen een wild zwijn tevoorschijn schoot en in galop de zandweg kruiste. Ik schrok me te pletter! Groot had ik ze wel gedacht, maar zó groot! Die dag zouden we er honderden zien, van dichtbij tot op afstand, als eenling of in rotten. Op de weg terug naar Elspeet zagen we zelfs een gezin, waarvan de kinderen de zwijnen uit de hand snoepjes voerden; alsof het een kinderboerderij betrof. Hoezo heeft wild in de bronstijd rust nodig en wil het niet gestoord worden?

Stoere mannenpraat
’s Avonds thuis deed ik echtgenote verslag van mijn opwindende belevenissen. ‘Ja hoor, laat me niet lachen!’ diende ze mij van repliek. ‘Nee echt, honderden!’ hield ik vol. Met echtgenote liep ik na mijn avontuurlijke zwijnendoop in latere jaren meerdere keren over de Veluwe. We zagen dan vossen, damherten, konijnen, eekhoorns, maar geen enkel zwijn. Mijn ervaringen met vriend R. doet zij sindsdien dan ook af als grootspraak of typisch stoere mannenpraat.

Succes verzekerd!
Maar opgeven komt in mijn woordenboek niet voor! Afgelopen week brachten mijn echtgenote en ik opnieuw door op de Veluwe, in de omgeving van Garderen om precies te zijn. We struinden uren door de bossen bij landgoed Groot Boeschoten, doorkruisten een hele dag het Speulder- en Sprielderbos. Maar wilde zwijnen? Ho maar! ’s Avonds in het restaurant van het hotel staken we tegen het bedienende personeel onze teleurstelling niet onder stoelen of banken. Ik stond erop dat mijn echtgenote deze dagen een wild zwijn zou zien. Wat stond ons te doen? Obers adviseerden ons. Van degene die de soep serveerde moesten we ’s avonds rond tienen in Koudhoorn, halverwege de weg van Garderen naar Putten met de auto een plekje zoeken. ‘Succes verzekerd!’ ‘Wel nee joh!’ zei de vrouw die ons voorzag van het hoofdgerecht, ‘pal naast het hotel lopen ze gewoon langs de weg.’ Degene die het toetje bracht verwees ons naar Drie. ‘Daar struikel je erover! Wie daar geen zwijn ziet, heeft zand in de ogen.’ Na het avondeten gingen we met de auto op pad. Eerst naar Koudhoorn. Daar tuurden we op een bospad vanuit de auto een kwartiertje de duisternis in tot we scheel zagen. Vervolgens reden we in het pikkedonker naar het gehucht Drie. Onderweg waarschuwden verkeersborden ons voor overstekend wild (‘Pas uw snelheid aan!’). Ook het weggetje naast het hotel bleek uitgestorven. Er was zelfs geen kip te zien! Hevig teleurgesteld en met zand in de ogen vielen we over elven als een blok in slaap.

Als ervaringsdeskundige weet mijn echtgenote het nu helemaal zeker: op de Veluwe leven geen wilde zwijnen! Ikzelf ben ook niet meer zo overtuigd…

Augustus 2016

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.