Sfeervolle Cotswolds

Tekst: Hans Cuppen    Foto's: Joke Apswoude

Kaart

Praktische informatie

Reis en verblijf
De Cotswolds is met ruim 2.000 m2 de grootste zogenaamde Area of Outstanding Natural Beauty. The Heart of England overlapt deels de graafschappen Somerset, Warwickshire, Wiltshire, Oxfordshire en vooral Gloucestershire.
Wij verbleven op een camping in Moreton-in-Marsh. Het centraal gelegen dorp in Gloucestershire vormt een prima uitvalsbasis om de Cotswolds te ontdekken.
In Moreton-in-Marsh is een treinstation en vertrekken streekbussen.
In het gebied is een ruim aanbod van hotels, B&B’s en campings.
Kijk voor algemene toeristische informatie over de Cotswolds op de Engelstalige site http://www.cotswolds.info.

Wandelen
Wij hebben enkele wandelingen gemaakt uit de Engelstalige wandelgids ’50 Walks in The Cotswolds’. De wandelingen variëren in lengte van 3 tot 16 kilometer. Iedere wandeling is voorzien van een overzichtskaartje, een profiel van de wandeling, historische of culturele informatie en een gedetailleerde routebeschrijving. De handzame gids is verkrijgbaar in lokale VVV’s (Tourist Offices) en kost 5 pond.
De in dit artikel beschreven wandeling is 16 kilometer lang en gratis te downloaden op http://www.walkweb.org.uk/G20.pdf.
Wij maakten gebruik van een topografische kaart (schaal 1:25.000) van de Cotswolds. De kaart OL45 uit de serie van Ordnance Survey is te koop in lokale VVV’s en kost 8 pond.

Overig
Wij zijn een dag naar Oxford geweest; vanuit Moreton-in-Marsh ruim een half uur met de trein. Bij de Tourist Office in Oxford (Broad Street, 20 minuten lopen vanaf het station) is voor 1 pond een Engelstalige Visitor’s Guide te koop, waarin onder meer een rondwandeling langs de belangrijkste bezienswaardigheden is beschreven. Ook biedt het Tourist Office een ruim aanbod van georganiseerde rondwandelingen aan, zoals de University and City Tour en de Inspector Morse Tour. Kijk voor meer informatie op de Engelstalige site http://www.visitoxfordandoxfordshire.com.


Artikel

Print Friendly, PDF & Email

Rolling hills en schilderachtige dorpjes met fraaie kerkjes en cottages. De Cotswolds, ook wel The Heart of England genoemd, voldoet volledig aan het stereotype beeld hoe Engeland eruit hoort te zien. En als wandelaar kom je er ruimschoots aan je trekken.

Heb je slechts één dag waarop je in de Cotswolds kunt wandelen, doe dan de rondwandeling tussen Naunton en Bourton-on-the-Water. Het is een klassieker! Zo valt te lezen op internet. Wel waarschuwt de schrijver voor toeristische drukte in Bourton-on-the-Water.

Fervente wandelaars
Daarom parkeren we de auto in het uitgestorven Naunton, bij de Black Horse Inn. De pub blijkt ’s morgens nog gesloten dus gaan we zonder een kop koffie op pad. We klimmen het dorp uit, steken de verlaten B4068 over en kruisen even later de Naunton Downs Golf Club. Een vijftiger in een roze polo is zijn chip-techniek aan het oefenen. Na de golfbaan dalen we af naar het dal waardoor de Windrush stroomt. Het stroomgebied van het riviertje zullen we volgen tot aan Bourton-on-the-Water.
Britten zijn fervente wandelaars. Groot-Brittannië is bezaaid met public footpaths. En die liggen er niet voor niets. Net als tijdens andere wandelingen die we deze vakantie maken, passeren we een flink aantal wandelaars; jong en oud. En ook vandaag zijn dat meer mannen dan vrouwen. John Jansen van Galen schreef ooit dat hij en zijn ‘verloofde’ tijdens hun wandelingen meer vrouwen dan mannen ontmoeten. In Engeland ligt die verhouding schijnbaar anders. En wat te zeggen van de vele honden. Het ideale Britse gezin bestaat uit man, vrouw, zoon, dochter en een hond; soms twee. En nergens zijn die trouwe viervoeters zo goed opgevoed als in Groot-Brittannië! Ze blaffen niet (waarom blaffen Franse honden wel en Britse niet?), zijn enthousiast, komen je kwispelend tegemoet, laten zich probleemloos knuffelen (may I cuddle him/her?). Als je als hond ter wereld komt, mag je wensen een Britse hond te zijn. Wel moet je aangelijnd door weilanden met koeien of schapen (please keep dogs on leads), maar je mag als volwaardig gezinslid gewoon mee.

Meest romantische straat
Bourton-on-the Water blijkt inderdaad vergeven van de toeristen. Het doet ons denken aan een zomers bezoekje aan Giethoorn. Maar het dorp is een aanblik meer dan waard. De Windrush is hier een snelstromende rivier, wilde eenden zwemmen met moeite stroomopwaarts. De vele toeristen banen zich een weg langs de pittoreske cottages met perfect onderhouden tuinen, de ene nog fraaier dan de andere. Tuinieren is in dit deel van Engeland gemeengoed, lijkt het wel. We lunchen in een tearoom tussen de Engelstaligen – tijdens de hele vakantie zijn we hooguit een handvol niet-Britten tegengekomen! – waarna we weer op pad gaan. Volgden we heen de Windrush Way, terug naar Naunton doen we de Wardens Way. Het eerste dorpje dat we tegenkomen is Lower Slaughter. Slaughter (slachtpartij?) doet het ergste vermoeden, maar de naam is afgeleid van het Saksische woord ‘Slohtre’, dat muddy place betekent. Dat muddy wordt veroorzaakt door het riviertje de Eye, dat zo nu en dan buiten de oevers treedt en dan voor overlast zorgt. We kuieren over de Copse Hill Road, in 2011 gekozen tot meest romantische straat in Groot-Brittannië.
Ook in Lower Slaughter is tuinieren tot kunst verheven! De cottages met de honinggele kleur van de stenen – bijna alle huizen in de Cotswolds zijn in de honingkleurige limestone opgetrokken – zijn stuk voor stuk juweeltjes. De plaatselijke Old Mill heeft een herbestemming gevonden en is nu een souvenirwinkeltje.

Charles en Diana
Voorbij Lower Slaughter is een zogenaamde kissing gate voorzien van een bordje, waarop staat vermeld dat Prins Charles en Lady Diana in 1981 er een bezoekje hebben gebracht. Ze zullen dan ongetwijfeld ook het stroomopwaarts langs de Eye gelegen Upper Slaughter hebben bezocht. Heeft de St. Mary in Lower Slaughter een spitse toren, de St. Peter in Upper Slaughter is een Normandische kerk met een vierkante toren met kantelen. De Cotswolds is vergeven van dergelijke robuuste kerken, allemaal even fraai én ook nog toegankelijk voor het publiek. Zolang je na je vertrek maar de deur sluit om vogels buiten te houden. Met fraaie cottages, de Normandisch St. Peter en zelfs een rode telefooncel voldoet Upper Slaughter in zijn geheel aan het beeld van hoe een Brits dorpje eruit hoort te zien.
Na de Slaughters lopen we door dalen en over rolling hills terug naar Naunton. Eenmaal daar is de deur van de Black Horse Inn nog steeds gesloten. We hebben zin in een lekker biertje, maar dat moet dus nog even wachten.

Afspraak in de Village Hall
De volgende dag doen we opnieuw Upper Slaughter aan. Enkele maanden terug heb ik een afspraak weten te maken met de vrouwelijke koster van de plaatselijke St. Peter én met Tony Collett, zoon van George Collett, militair in zowel WO I als WO II. We verwachten dus twee personen te ontmoeten. In de Village Hall worden we echter opgewacht door een gezelschap van vijf dorpelingen. Een tafel is gedekt voor een light lunch. De aanwezigen waarderen het namelijk bijzonder dat mensen helemaal van overseas komen voor een opmerkelijk verhaal. Net als in Frankrijk staan ook in Britse dorpen en steden oorlogsmonumenten, met daarop de namen van inwoners die zijn gesneuveld tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. In Upper Slaughter ontbreekt echter zo’n monument. Hoezo?

Kitcheners Army
Onder het motto your country needs you ronselde Kitchener, de toenmalige Britse minister van oorlog, in de Eerste Wereldoorlog jonge mannen. Arbeiders uit fabrieken, scholieren, dorpelingen, de meesten amper twintig jaar oud. Namens volk en vaderland bonden ze op Franse bodem de strijd aan met de vijand. Bijna zes miljoen Engelsen, Welshmen, Schotten en Ieren – Ierland was toen nog onderdeel van Groot-Brittannië – vochten in Kitcheners Army. Daarvan lieten er een miljoen het leven. Bijna twee miljoen raakten gewond.
In de jaren dertig van de vorige eeuw deed ene Arthur Mee onderzoek naar zogenaamde Thankful Villages, dorpen waarvan de mannelijke populatie in zijn geheel levend was teruggekeerd uit WO I. Het afgelopen decennium is Mee’s onderzoek voorgezet. Uit dat onderzoek blijkt dat van de meer dan zestienduizend dorpen en steden, die Groot-Brittannië tijdens WO I telde, er slechts tweeënvijftig kunnen worden aangemerkt als Thankful Village. Overigens kwam Frankrijk er nog veel kariger van af. Daar keerde slechts in één dorp de mannelijke populatie levend terug uit WO I: Thierville in Normandië. Van de tweeënvijftig Britse Thankful Villages zijn er veertien zelfs Double Thankful. Ook de mannen die meevochten in de Tweede Wereldoorlog zijn levend teruggekeerd.

Tony Collett met auteur

Geluk houdt niet op
Een van die Double Thankful Villages is Upper Slaughter. Aan de muur van de gemeenschapsruimte hangen naast een portret van een nog jeugdige Queen Elisabeth twee houten borden, beide met een lijst met namen. We kijken ernaar en Tony Collett, een energieke vierentachtigjarige, doet zijn verhaal. Klik hier voor een korte impressie. Zijn vader maakte de borden in 1946, Tony schilderde de namen erop. Op het rechter bord staan de namen van de dorpelingen die WO I overleefden: vierentwintig mannen en één vrouw. Op het bord ernaast staan de zesendertig namen van de dorpelingen die ongeschonden terugkeerden uit WO II. Op beide borden pronkt de naam van Tony’s vader. In WO I diende Collett senior – toen negentien jaar jong – in Mesopotamië, het huidige Irak. Een op de drie Britten kwam er niet levend vandaan. In WO II diende hij op Engelse bodem als sergeant bij de luchtafweer. Na het verhaal over zijn vader in beide wereldoorlogen neemt Collett ‘junior’ me mee naar een koperen plaquette boven de open haard en vertelt verder. ‘Het was 4 februari 1944, ik was veertien. Mijn zus en ik deelden een slaapkamer. ’s Morgens om half zes werden we wakker van wat later bleek een Duitse luchtaanval te zijn geweest. Niet dat het veel geholpen zou hebben, maar we doken van schrik onder de dekens. Na de aanval gingen we naar buiten en zagen de vlammen. Veel huizen en schuren waren geraakt en stonden in brand. De bevolking probeerde zo goed en zo kwaad als dat ging met water en zand de vuurzee te blussen. Er was ontzettend veel materiële schade, maar wonder boven wonder bleken alle inwoners de aanval te hebben overleefd.’ Upper Slaughter is zelfs driemaal een Thankful Village!

Hierna volgen twee fotoseries. Een impressie van de rondwandeling tussen Naunton en Bourton-on-the-Water, de andere een algemene sfeertekening van de Cotswolds.

Juli 2014

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.