Landlopen

Tekst: Wim Huijser

Artikel

Print Friendly, PDF & Email

Hij oefent een heel romantisch beroep uit. Zo wordt het althans door het publiek vaak gezien.

Zelf haalt Roelof Kuipers er een beetje de schouders over op. ‘Mensen zien toch het liefst wat ze willen zien,’ zegt de schaapherder die dag in dag uit door het land loopt en een tweetal schaapkuddes rond Groenlo en Winterswijk exploiteert. Als ze voor het Waterschap een stuk grond langs de Groenlose Slinge begrazen, mag ik een paar uur met ze op lopen. De heideschapen gedijen goed op de schrale grond van Oost-Nederland. Met een klein beetje voedsel stellen ze zich al tevreden. De zogenaamde landschapskudde is altijd op pad, van begin april tot een paar dagen voor Kerstmis. Roelof zelf voldoet helemaal aan het klassieke beeld: broek met steekzakken, een doorleefde riem om zijn middel, een baard en lang haar dat onder zijn vilten hoed uitkrult. Toen hij in de bouw werkte had hij vaak last van zijn rug. Daardoor zag hij de toekomst vervliegen. Schapen waren altijd al een hobby geweest. De vraag was of daar ook een bestaan mee viel op te bouwen. Roelof sloeg aan het rekenen. Het hing natuurlijk allemaal van opdrachtgevers af en de vraag wie voor de inzet van ecologische maaiers wilde betalen. Maar de stap werd gezet, de afslag genomen. Roelof begon zijn herdersbestaan met welgeteld tweehonderdvijftig schapen. Enige tijd later voegde zich daar nog een andere herder bij. Ze liepen om en om. Waar de een ophield, ging de ander verder. Nu loopt hij weer alleen. In principe wordt slechts één dag op een bepaalde plek gegraasd. De volgende morgen trekt de kudde verder. Zoveel mogelijk door het groen, maar als het moet ook door een woonwijk of winkelstraat. Roelof weet welk effect dat heeft op passanten. ‘Veel mensen worden er blij van als ze op weg van hun werk naar huis ineens een schaapskudde aan zich voorbij zien trekken. Dan heb je een verhaal om mee thuis te komen.’ Er zijn er ook die zich storen aan het feit dat een schaapherder zo ogenschijnlijk ontspannen rond kan lopen. Het doet hen denken aan landloperij. Een oordeel in onwetendheid. Dat het zeven dagen in de week zo gaat, is bij weinigen bekend. En al helemaal niet dat in zo’n strak schema moet worden gewerkt. Ook in de winter is de herder druk met het verplaatsen van de schapen van de ene winterweide naar de andere. Waar de kudde graast, ontstaat meestal een band met het publiek. Sommigen komen dagelijks even kijken. Geregeld spreekt Roelof mensen die vinden dat hij het mooiste werk van de wereld heeft. Het werkelijke verhaal kan ontnuchterend zijn, daarom weegt hij zijn woorden. Hij voldoet graag aan het beeld van de schaapherder. Maar het blijft ook een bedrijf dat gerund moet worden.

Deze en circa 200 andere columns van Wim Huijser en Marinus van den Berg verschijnen in juni 2016 bij Uitgeverij Ten Have in Levenspaden. Over wandelen en onderweg zijn.

Juli 2015

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.