Goesting in de Vlaamse Kempen

Tekst: Hans Cuppen    Foto's: Joke Apswoude

Kaart

Praktische informatie

Wandelingen
Westerlo ligt 160 autokilometers van Utrecht.

Rond Westerlo ligt wandelnetwerk De Merode. Het gebied De Merode met natuur, kastelen, pittoreske dorpspleintjes en abdijen ligt op de grens van de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg.
De kaart van het wandelnetwerk De Merode kost 8 euro en is te koop bij de VVV van Westerlo (Toerisme Westerlo), Boerenkrijglaan 25. De kaart is ook online te bestellen op www.kempen.be.
Wij liepen de Merodewandeling met een uitbreiding naar de abdij van Tongerlo:
Vertrek: taverne en jeugdhotel Boswachtershuis, parking Papedreef (hoek Papedreef en Kardinaal Cardijnstraat, nabij het zwembad) in Westerlo
Traject: 5 – 343 – 1 – 2 – 382 – 3 – 340 – 7 – 8 – 184 – 10 – 183 – 12 – 14 – 13 – 19 – 18 – 130 – 131 – 16 – 20 – 6 – 5
Afstand: 12,2 km

Klik hier voor informatie over de abdij van Tongerlo.

Een ander netwerk is wandelnetwerk Kempense Landduinen. De naam verwijst naar de landduinen die hier en daar in het landschap opduiken.
De kaart van het wandelnetwerk Kempense Landduinen kost 8 euro en is te koop bij de VVV van Balen, Bevrijdingsstraat 1. De kaart is ook online te bestellen op www.kempen.be.
Balen ligt 25 km noordoostelijk van Westerlo.
Wij liepen er de Schepswandeling. Klik hier voor de wandeling.
Vertrek: parking Agentschap voor Natuur & Bos, Halflochtdijk z/n, Balen
Traject: 52 – 51 – 56 – 78 – 63 – 62 – 58 – 57 – 55 – 56 – 51 – 52
Afstand: 6,9 km

Ook hebben we een stadswandeling gemaakt in Lier. Klik hier voor de link van de routebeschrijving en bijbehorend -kaartje.

Overnachten
In de beschreven regio is voldoende aanbod van hotels. Wij overnachtten in het comfortabele en centraal gelegen hotel Geerts, Grote Markt 50 in Westerlo. Klik hier voor meer informatie.

 


Artikel

Print Friendly, PDF & Email

We doen drie dagen België aan om er te wandelen in de Vlaamse Kempen, een geografische streek in het noordoosten van België en ten zuiden van de lijn Eindhoven-Breda. De rode draad tijdens ons verblijf vormen twee riviertjes: de Grote Nete en Kleine Nete.

Vlaanderen timmert al jaren aan de weg – waar blijft Nederland? – met honderden kilometers aan netwerken van wandelknooppunten. Ook in de Vlaamse Kempen kan de wandelaar er op uitgebreide schaal gebruik van maken.

Droge voeten
De eerste dag van ons verblijf parkeren we de auto in het natuurgebied Scheps, nabij het dorp Balen. We vertrekken bij de Sint-Odradakapel. Ernaast ligt de gelijknamige put, die heilzaam water zou bevatten. Ook is Sint-Odrada de beschermheilige tegen slecht weer. We doen geen schietgebedje maar Odrada van Balen-Scheps, zoals de dame uit de twaalfde eeuw voluit heette, zal drie dagen aan onze zijde lopen: het is droog en een graad of zeventien, niet gek voor november!
De Schepswandeling werd in 2012 uitgeroepen tot ‘mooiste wandeling van de provincie Antwerpen’, dus met hoge verwachtingen lopen we over onverharde paden door een ongerept natuurgebied. Vrij snel steken we de Grote Nete over, die hier zijn naam nog niet waarmaakt, het riviertje is niet veel breder dan enkele meters. Naast de Grote Nete zullen we meer kronkelende waterloopjes passeren of kruisen. Ze dragen namen als Visbeek, Asbeek, Hanske Selsloop en zijn functioneel: de Scheps vormt een natuurlijk overstromingsgebied. Het water heeft er vrij spel waardoor inwoners van omliggende gemeenten na langdurige neerslag hopelijk droge voeten houden.

Roodborst
De zon schijnt niet, desondanks kleurt de herfstige vegetatie in fraaie tinten. We lopen langs moerassige zandgronden, kleinschalige weilanden waarin koeien of paarden grazen. En verdwaald in het landschap liggen vennetjes. Naast één ervan staat een houten bank. We stellen ons voor hoe je daar zittend en op een zomerse dag kunt luisteren naar kikkergekwaak. We lezen dat het hoge gras in het moerassige gebied in het voorjaar en ’s zomers beschutting biedt aan broedende weidevogels als de wulp en kievit en broedvogels als de roodborsttapuit, blauwborst en ijsvogel. Wij worden verrast door een alledaags vogeltje: even voor we de wandeling afronden kijkt een roodborst ons vanaf een paal van het wandelnetwerk toe en laat zich van dichtbij en van verschillende kanten fotograferen. Het natuurgebied Scheps wordt in de routebeschrijving omschreven als een ‘juweeltje van een beekvallei’. Met dat superlatief zijn we het helemaal eens.

Spaarwand
Op weg naar onze overnachtingsplaats Westerlo drinken we een kopje thee in Taverne De Kroon aan de Markt in Meerhout. De wand naast ons tafeltje bevat meerdere rijen met gleufjes, ieder gleufje voorzien van een naam. De uitbaatster ziet onze vragende blik en vertelt dat het om een spaarwand gaat. De opbrengst is bestemd voor het jaarlijkse dorpsfeest.

Koningslinde
De volgende dag starten we de Merodewandeling vanuit het hotel aan de Grote Markt in Westerlo. De gemeente met circa vijfentwintigduizend inwoners wordt de ‘Parel van de Kempen’ genoemd vanwege het historische en culturele erfgoed en de omliggende natuur. Westerlo is al vijf eeuwen onlosmakelijk verbonden met het geslacht De Merode, een van de vijf prinselijke families van de hoge Belgische adel. We zullen de naam De Merode tijdens de wandeling dan ook meerdere keren tegenkomen. Op de Grote Markt staat naast de reusachtige en fraaie koningslinde uit de zeventiende eeuw een witmarmeren monument met een borstbeeld van graaf Hendrik de Merode, van 1892 tot 1908 burgemeester van Westerlo en ook nog een aantal jaren minister van Buitenlandse Zaken van België. Van 1913 tot 1946 was prins Charles de Merode burgemeester van Westerlo.
Nadat we de Grote Markt via de gotische Sint-Lambertuskerk met omringend kerkhof achter ons hebben gelaten, passeren we al gauw het neogotische kasteel waar ooit gravin Jeanne de Merode in woonde maar dat sinds 1970 dienst doet als gemeentehuis. Ambtenaren kunnen het wat huisvesting betreft slechter treffen!

Fotogeniek
We lopen via het naburige gehucht Overwijk naar de abdij van Tongerlo. Over juweeltjes gesproken! Het landgoed van Giselbertus van Castelre wordt sinds 1130 bewoond door de orde van norbertijnen. Een laan met aan weerszijden een rij linden van 1676 leidt ons naar de toegangspoort. Eronderdoor worden we aangenaam verrast door de aanblik: een binnenplaats met grasveld en bomen waaromheen eeuwenoude en prachtig geconserveerde gebouwen staan. Onder meer de abdijkerk, de bedrijfsgebouwen, het Wagenhuis (abdijboekhandel De Oude Linden), de tiendenschuur, het Da Vinci-museum, de abdijhoeve zijn stuk voor stuk fotogenieke bouwwerken en een bezichtiging meer dan waard. Maar alleen al kuieren over de binnenplaats en je bewust zijn van de rust en stilte zou een bezoek aan de abdij tot een waardevolle uitstap maken. We laten ons vertellen dat er nog slechts een twintigtal kloosterlingen woont en werkt, waarvan het merendeel bejaard is. Toch trad er enkele jaren geleden nog een twintigjarige jongen toe tot de volgelingen van Sint-Norbertus in Tongerlo.

Meanderen
We zouden er nog uren kunnen blijven maar hebben nog een poos te gaan. Een deel van de terugweg gaat door de Beeltjens, de parkachtige en in Franse stijl aangelegde ‘achtertuin’ van Westerlo. Opvallend is er het patroon van de dreven (lanen) in de vorm van een ster. Via de Asberg, een vierentwintig meter hoge zandduin, lopen we door het lager gelegen natuurgebied de Kwarekken naar de Grote Nete. Wat is het toch een genot om langs een meanderende rivier te wandelen! De Grote Nete kronkelt er vrolijk en vrij door het Vlaamse land. Over een jaagpad volgen we de grillige lijn van de rivier. Ik kan het niet laten eventjes een stukje stroomafwaarts te lopen maar ik moet mijn best doen het tempo van het water bij te benen. Was de rivier in het natuurgebied Scheps nog een relatief smal stroompje, in Westerlo – vijfentwintig kilometer stroomafwaarts – is de Grote Nete naar schatting tien à vijftien meter breed. De wandeling volgt de rivier ruim twee kilometer. Vlak voor Westerlo pronkt aan de andere kant van de rivier kasteel Prins de Merode, dat dateert uit de elfde eeuw. Het landgoed met het kasteel zijn nog steeds eigendom van en bewoond door telgen van de adellijke familie en daardoor, op een weekje in juli na, helaas niet toegankelijk voor stervelingen van eenvoudige afkomst zoals wij.

Zilveren knoop
Een deel van de laatste dag bij de zuiderburen brengen we wandelend door in Lier, vijfendertig kilometer westelijk van Westerlo. Lier ligt aan de samenloop van de Grote Nete en Kleine Nete of, zoals de Vlaamse schrijver en dichter en Lierenaar in hart en ziel Felix Timmermans (1886-1947) het uitdrukte: ‘waar de drie kronkelende Nethen een zilveren knoop leggen’. Overigens, stroomafwaarts vanaf Lier heet de rivier gewoon Nete of Benedennete. Deze vloeit bij Rumst samen met de Dijle en vormt zo de Rupel, die uiteindelijk uitmondt in de Schelde.
Lier ligt even oostelijk van Antwerpen, telt vierendertigduizend inwoners en wordt ‘de poort der Kempen’ genoemd. In de begindagen van de Eerste Wereldoorlog lag Lier voor even aan het front en onder zware beschietingen. Vrijwel de gehele bevolking ontvluchtte de stad. Het merendeel keerde al na enkele weken terug en trof de stad in puin aan. Een eeuw later is er van die verwoestingen niets meer zichtbaar.

Kermis
In Lier is voor de Grote Nete slechts een bijrol weggelegd, de rivier zoomt het stadje aan de oost- en zuidgrens af. De Kleine Nete steelt er de show door het oude centrum te doorsnijden en brengt horeca-eigenaren ertoe terrasjes aan de oever van de rivier uit te stallen. Overigens zijn zowel de Grote Nete als Kleine Nete er uitgegroeid tot rivieren met een volwaardige breedte.
Ook in Lier beginnen we de rondwandeling op de Grote Markt. Jammer genoeg gaat het stadhuis annex belfort schuil achter attracties van de jaarlijkse kermis. Die staan helaas ook op het Zimmerplein en voor de gelijknamige toren met de Jubelklok, de Astronomische Studio en de Astronomische Wonderklok, alle werken van de Lierenaar Louis Zimmer.

Begijnhof
Voor ons is het Lierse hoogtepunt het Begijnhof, dat aanvoelt als een dorpje in een stad. Kennelijk zijn we niet de enige bewonderaars want samen met andere Vlaamse begijnhoven werd ook dat van Lier in 1998 erkend als Werelderfgoed van de UNESCO. Het Lierse begijnhof dateert uit de dertiende eeuw en telt honderdtweeënzestig huisjes in elf straatjes. We kuieren door de met Belgische klinkertjes geplaveide straatjes waarbij onze voetstappen echoën tegen de gevels. Voor de rest is het er stil en lijken wij de enige bezoekers. De huisjes wedijveren met elkaar om de schoonheidsprijs. Alleen een hedendaagse brievenbus doet ons beseffen dat we niet in de middeleeuwen verkeren. We sluiten ons bezoek aan Lier en de Vlaamse Kempen af met een blik op de zilveren knoop die, zoals Felix Timmermans het uitdrukte, wordt gelegd door drie kronkelende Nethen.

November 2015

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.