Bloesem in de Getevallei

Tekst: Hans Cuppen    Foto's: Joke Apswoude

Kaart

Praktische informatie

Zoutleeuw ligt 180 autokilometers van Utrecht (2,5 uur rijden).
Zoutleeuw heeft geen hotel. Wij overnachtten in de authentieke boerenhoeve Hof Terweyden, 2 kilometer buiten Zoutleeuw. U waant er zich in een woning van uw grootouders (http://www.hof-terweyden.be/).

Klik hier voor meer informatie over Wandelnetwerk Vlaams-Brabant (Getevallei).

De wandelkaart met knooppunten inclusief bijbehorend informatieboekje kost 9 euro en is te koop bij de Toeristische Dienst (VVV) in Zoutleeuw, Grote Markt 11. Klik hier voor openingstijden.

Wij liepen de Halewijnwandeling,  o.a. langs het provinciedomein Het Vinne en door het historische centrum van Zoutleeuw. De wandeling van ca. 11 km gaat langs de knooppunten 3 – 37 – 38 – 30 – 32 – 33 – 309 – 308 – 307 –306 – 344 – 345 – 346 – 347 – 310 – 36 – 35 – 31 – 3. Verder liepen we de Rotemwandeling (eveneens ca. 11 km) die start in Budingen (5 km van Zoutleeuw) en gaat langs de knooppunten 337 – 338 – 322 – 323 – 324 – 326 – 329 – 330 – 332 – 333 – 334 – 335 – 336.


Artikel

Print Friendly, PDF & Email

Half april strijken we voor twee dagen neer in de Getevallei, in het oosten van de provincie Vlaams-Brabant, halverwege de denkbeeldige lijn Brussel – Maastricht. Het doel van ons bezoek vormt de bloesem van fruitbomen.

Zoals dat op veel plekken in Vlaanderen het geval is, prijst ook de Getevallei zich gelukkig met een wandelnetwerk met knooppunten: tweehonderdvijftig kilometer wandelplezier. Kom daar in Nederland maar eens om!

Schutspatroon
We parkeren de auto naast de Sint-Cyriacuskerk in Budingen, een kilometer of vijf van Zoutleeuw. Op het omringende kerkhof verzorgt een vrouw een graf. We vragen haar of ze toegang heeft tot de kerk. Ze weet dat de sleutelbeheerder in de buurt woont, maar helaas niet precies waar. Het kerkje uit 1788 is het enige in Vlaanderen dat is vernoemd naar Cyriacus. De heilige uit de vierde eeuw is onder meer schutspatroon tegen slecht weer en ons goed gezind: de lente laat zich met een graadje of twintig twee dagen bekoren. Op een veldje naast de kerk staan enkele bloeiende perenbomen.

Zweren of aambeien
Op een steenworp afstand van de kerk vloeien de Grote en Kleine Gete samen en vanaf daar meandert de Gete verder richting het twaalf kilometer verderop gelegen Halen, waar de rivier uitmondt in de Demer. De Grote Gete is eenenvijftig kilometer lang en ontspringt in het Waalse Perwez-le-Marché. De Kleine Gete telt zesendertig kilometer en ontspringt in Bonnes-Cens, eveneens over de taalgrens. We lopen een stukje stroomopwaarts langs de Grote Gete, niet veel meer dan een beek. Het is vandaag de dag nauwelijks voor te stellen dat deze rivier en zijn kleine broertje in de middeleeuwen bevaarbaar en zelfs handelsroutes waren. De oevers zijn weldadig begroeid met koolzaad. We zien er geen, maar de ijsvogel schijnt hier in de hoge walkanten te broeden. We lopen verder en passeren het kapelletje van Sint-Job. Op de plek staat naar verluidt al sinds 1680 een kapel die werd aangedaan door bedevaartgangers die werden gekweld door zweren of aambeien. Bij het kapelletje kijken we om. Budingen ligt er dromerig bij. Onderweg passeren we regelmatig fruitboomgaarden met volop bloeiende witte perenbloesem of ontluikende roze appelbloesem.

Welstandscommissie
Over verlaten (holle) landweggetjes zigzaggen we door een weids landschap naar Leenhaag. Niet alleen in dit gehucht maar in meerdere plaatsen verrijzen luxe landhuizen die in bouwstijl en uiterlijk sterk van elkaar verschillen. Op ons noorderlingen komt het over alsof er maar wat wordt aan gebouwd. We vragen ons af of Vlaanderen zoiets als een welstandscommissie kent. We voelen het niet aan onze kuiten maar kennelijk zijn we de afgelopen kilometers uit de Getevallei geklommen, in oostelijke richting kijken we namelijk kilometers ver uit over het rivierendal. Langs landerijen, omgeploegde akkers en fruitboomgaarden lopen we terug naar Budingen.

Peter en Meter
De eigenaar van ons overnachtingsadres en diens echtgenote zijn Peter en Meter van één van de vele wandelroutes, die uit wandelknooppunten zijn samengesteld. Als vrijwilligers lopen zij minimaal tweemaal per jaar ‘hun’ route en controleren die voornamelijk op toegankelijkheid en bewegwijzering.

Het Vinne
De volgende ochtend parkeren we de auto bij de ingang van Provinciedomein Het Vinne. Op het parkeerterrein staan voornamelijk auto’s voorzien van fietsendragers. Van daar vertrekken fietsers voor de boomgaardenroute, bietenroute of bloesemroute. Ook fietsers biedt Vlaanderen volop netwerken met knooppunten.
Het Vinne was tot 1841 het enige natuurlijke meer in Vlaanderen, waar sinds de middeleeuwen turf als brandstof werd gewonnen. Als het meer ’s winters dichtvroor werd het omgebouwd tot een echte kermis met ijs, drank- en eetkraampjes. ‘s Zomers kon er worden gevist en gezwommen en brachten bootjes bezoekers naar de overkant. Vanaf 1841 werd het meer drooggelegd en bestemd voor akkerbouw en veeteelt. Rond 1930 werd het gebied bebost met populieren waarvan het hout werd gebruikt voor luciferproductie. In 1974 kocht de provincie Brabant het honderd hectare grote Vinne, om het terug te brengen tot een domein voor natuurgerichte recreatie. In 2004 besloot de provincie Vlaams-Brabant het drooggelegde meer te herstellen. De bemaling werd stilgelegd en het gebied werd omgetoverd tot het grootste natuurlijke binnenmeer van Vlaanderen.

Hitchcock
We lopen de vier kilometer om het meer en wanen ons in de film The Birds uit 1963 van Alfred Hitchcock. We horen het gekrijs van en zien de duizenden kokmeeuwen en sterns, die er een broedplaats vinden in de rietkragen. Daar moeten ze wedijveren met andere watervogels als blauwe reigers, futen, wilde eenden, ganzen en waterhoentjes. (Luister hier naar het gekrijs van de duizenden meeuwen.)
Aan de oostkant van het meer lopen we opeens langs een zogenaamde hoogstamboomgaard, die bestaat uit circa tachtig oude appelbomen, sommige tot negentig jaar oud en die appels voortbrengen met klinkende namen als Sterreinette, Court-Pendu en Franse Reinet. Vroeger hadden fruitbomen altijd een hoge stam. Omwille van plukgemak zijn hoogstambomen de voorbije decennia op grote schaal gerooid en vervangen door laagstambomen. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt worden tegenwoordig weer hoogstambomen aangeplant.

Openluchtmuseum
We laten Het Vinne achter ons en gaan op weg naar Zoutleeuw. De Grote Markt van het stadje met achtduizend inwoners is een waar openluchtmuseum. Het meest in het oog springt de gotische Sint-Leonarduskerk, die is gebouwd tussen de dertiende en zestiende eeuw. De sacramentstoren doet ons denken aan een minaret. De kerk staat sinds 1999 op de Werelderfgoedlijst van Unesco. De buitenkant is het afgelopen jaar gerestaureerd en pas onlangs verlost van de steigers. Als wij er zijn wordt het interieur opgeknapt. We zijn helaas te vroeg. De kerk is open tussen 14 en 17 uur (behalve maandagen). Tegenover de kerk staat het Stadhuis, dat dateert uit de zestiende eeuw. Aan de rechterzijde staat de Lakenhalle, gebouwd in dezelfde periode als het Stadhuis. Waarin ooit handel plaatsvond, is nu een eetcafé ondergebracht. Aan de oostzijde van de Grote Markt staat het historische pand De Spiegel uit de zestiende eeuw. Centraal op het plein staat de Leeuwenpomp. We laten ons door de uitbaatster van het Marktcafé vertellen dat de zuil vier jaar geleden is omvergereden door een lijnbus en dat het monument met op top het stadswapen pas onlangs in ere is hersteld.

Voetvolk
Tegen de afscheiding van het terras staan ladingen fietsen, variërend van racemodellen tot hedendaagse rijwielen met trapondersteuning. Vlaanderen is duidelijk van het fietsen. Op het terras wemelt het dan ook van de fietsers, voor het merendeel uitgedost in wieleroutfit met reclame-uitingen. Terwijl wij als ‘voetvolk’, zoals een Vlaming aan een naburig tafeltje ons gekscherend betitelt, aan de koffie gaan, doen de fietsers zich tegoed aan een pint. Zou de alcohol de Vlamingen zo midden op de dag niet in de benen zakken?
Na de versnapering zoeken we de Kleine Gete op. Op de Getebrug bij het voormalig Gasthuis van de Grauwzusters aan de Prins Leopoldplaats staat een kapelletje met Mariabeeldje. Leeuwse schippers plaatsten het beeldje om hen in de middeleeuwen te beschermen op hun vaartocht van Zoutleeuw naar de haven van Antwerpen. De Grauwzusters hielden zich tegelijkertijd bezig met het onderhoud en de bewaking van de Sint-Leonarduskerk en legden zich toe op de ziekenzorg.
We laten Zoutleeuw achter ons en wandelen terug naar Het Vinne, waar we onder een The Birds-achtig gekrijs onze auto opzoeken.

April 2016

Eén reactie

  1. Beste,
    Bedankt voor de prachtige beschrijving van ons stadje er is maar één opmerking namelijk de St.-Leonarduskerk is alle dagen toegankelijk van 14.00 uur tot 17.00 uur van 1 april tot en met 30 september( maandag gesloten ).
    Groetjes ,
    Toeristische Dienst Zoutleeuw

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.