Alle wegen leiden naar Trier

Tekst: Liesbeth Vermeulen    Foto's: Bob Eerdhuijzen

Kaart

Praktische informatie

Wandelroute
Het stadshart van Trier valt goed te voet te ontdekken en de wandelroute naar bijvoorbeeld het amfitheater, net buiten het stadshart, is duidelijk aangegeven. Aan de hand van een stadsplattegrond of de handige foldertjes die je krijgt bij een bezoek aan een van de monumenten, kun je zelf prima een route uitstippelen. Wij hoorden (begin mei, schoolvakantie) veel Nederlands om ons heen.

Hoe erheen
Naar Trier kun je met de trein (vanaf Amsterdam ongeveer 7 uur, kan al voor 73 E retour). Of met de auto 4,5 uur, 377 km).

Accommodatie
Er zijn allerlei overnachtingsmogelijkheden, van campings tot luxe hotels. Wij verbleven in een huis via Airb&b in Olewig, grenzend aan de stad. We zaten vlakbij hotel/restaurant/brouwerij Blesius Garten, met een groot terras. Vanaf hier kun je eenvoudig het Weinkulturpfad oppakken. Zo leer je langs de wijnranken zelf (via panelen) alles over de wijnbouw.

Museum/tentoonstelling Nero
Het grootste en bekendste museum van Trier is het Rheinisches Landesmuseum. De collectie stamt grotendeels uit de Romeinse tijd. De imposante grafmonumentenen de muntenverzameling nemen een belangrijke plaats in. Vooral de kleurrijke vloermozaïeken zijn prachtig.

In dit museum, het museum bij de dom en het Stadsmuseum Simeonstift (naast de Porta Nigra) zijn momenteel tentoonstellingen over Nero: keizer, kunstenaar en tiran, tot 16 oktober 2016. Er zijn diverse combinatietickets mogelijk (museum en bouwwerken). Het boek Salve op de wegen van de Romeinen biedt veel informatie. U kunt de pdf in het Duits downloaden van de site www.strassen-der-roemer.eu Deze bestaat ook in het Nederlands (niet digitaal).

Romeinse wegen
Naast de Moselsteig die Trier aandoet, zijn er diverse routes die over Romeinse wegen gaan. De site www.strassen-der-roemer.eu biedt veel informatie (al moet je even zoeken). Bijvoorbeeld:

Ausonius Wanderweg
Zie HIER voor meer info.

Via Caliga
Wandelen zoals de Romeinen over een oud tracé tussen de wijnplaatsjes Palzem en Wincheringen (34 km). Wie een kortere route wil lopen, kan een 21 kilometer lange lus bij Palzem of een 19 kilometer lange lus bij Wincheringen kiezen. De route is vernoemd naar het Latijnse woord voor de zware sandalen van Romeinse soldaten: caligae. Kijk hier voor meer info.

Zie ook het artikel Moselsteig: niks gezapig!


Artikel

Print Friendly, PDF & Email

De vierde etappe van de Moselsteig* eindigt in Trier (en de vijfde vertrekt er) en het is meer dan de moeite waard om deze veelzijdige stad te bezoeken. Niet alleen is het een levendige universiteitsstad en zijn er gebouwen uit de middeleeuwen te bewonderen. Trier is vooral beroemd om zijn Romeinse verleden: de Porta Nigra (zwarte poort) is het beeldmerk van de stad geworden.

De Romeinse keizer Augustus gaf in 16 na Christus opdracht tot de bouw van de stad aan de Mosella, die toen Augusta Treverorum heette. Een tijdlang was Trier de hoofdstad van het hele West-Romeinse Rijk; de bloeitijd lag rond 300 nC.

Veel van de bewaard gebleven gebouwen zijn Unesco werelderfgoed. Gelukkig wordt de waarde van ‘antieke’ bouwwerken n u ingezien, want de Porta Nigra (een Romeinse stadspoort uit de 2de eeuw) dreigde ooit te worden afgebroken (net als de andere poorten). Overigens is de naam pas na de Romeinse tijd ontstaan, want zwart was de poort van grote zandsteenblokken in die tijd nog niet. Het is een wonderlijk gebouw en bijzonder om door zoveel eeuwen geschiedenis te dwalen. De Porta Nigra was de noordelijke poort in de 6418 m lange stadsmuur en is nu het grootste Romeinse bouwwerk in Duitsland.

Aula Palatina
Zelf was ik erg gecharmeerd van de basilica of de Aula Palatina. Het is een enorm, uit baksteen opgetrokken gebouw, dat rond 310 gebouwd is door Constantijn de Grote. Het was de troonzaal van zijn paleis, gedecoreerd met mozaïeken, kleurrijk marmer en beelden. En het paleis was voorzien van een vloerverwarmingssysteem! De buitenkant was bepleisterd en bevatte een galerij onder de ramen van 7 meter hoog en 3,5 meter breed (deze is er niet meer).

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik kon me niet voorstellen dat zo’n groot gebouw zo goed bewaard was gebleven, en dat blijkt ook niet zo te zijn. Het paleis is afgebroken, vernield, weer opgebouwd en kende in de loop der eeuwen allerlei functies, zoals een kazerne. Sinds het midden van de 19de eeuw is de basilica ingericht als de eerste evangelisch-lutherse kerk in het overwegend rooms-katholieke Trier, en voorzien van een orgel, wat nogal gek staat. In de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw verwoest, maar erna hersteld en in 1956 weer als evangelisch-lutherse kerk in gebruik genomen. De orgelconcerten in dit gebouw zijn beroemd.

Alle ideeën, herinneringen aan geschiedenislessen en associaties die ik had met de Romeinen, blijken redelijk te kloppen. Ze waren echte bouwmeesters (denk aan wegen, viaducten, aquaducten, villa’s, arena’s, badhuizen, amfitheaters), die het zichzelf zo comfortabel mogelijk wilden maken. Ze hadden vloerverwarming in badhuizen, stromend water, introduceerden de wijnbouw in de Moezelstreek, hielden van een goed gesprek en konden lekker chillen: ons idee van wellness, spa en sauna kenden zij al lang. Het waren verder meester-strategen, veroverden enorme gebieden en brachten daar hun ervaringen en levensstandaard mee naar toe. Wreed waren ze ook, getuige het grote amfitheater in deze stad, waar ter dood veroordeelden in de keldergangen moesten wachten tot ze door hongerige wilde dieren werden verslonden.

Badhuizen
In Trier zijn maar liefst drie thermen (badhuizen): aan de Veemarkt, de Barbarathermen en de keizerlijke thermen. De laatste zijn vooral ondergronds redelijk bewaard gebleven. Juist door ander gebruik van het hoofdgebouw (dat ook onderdeel van de stadsmuur was), bijvoorbeeld als burcht door een middeleeuwse adellijke familie, bleef het enigszins behouden. Delen waren ook ingericht als kerk en klooster. Overigens zijn deze thermen nauwelijks als zodanig gebruikt omdat keizer Constantijn naar het oosten vertrok en de ambitieuze bouwplannen later werden bijgesteld.

Of de Romeinen in psychologische zin bruggenbouwers waren, betwijfel ik. Maar in Trier ligt nog een brug die ook na tweeduizend jaar nog stevig genoeg blijkt om veel verkeer over te laten razen. Dat wil zeggen: de pijlers zijn uit die tijd.

Voor wie meer van middeleeuwse architectuur en kunst houdt, kan heel mooi op de Hauptmarkt (Grote Markt) terecht, met prachtige huizen uit diverse perioden. Hier staat het Marktkruis uit 958, het symbool van de verleende marktrechten. Als je vanaf de Porta Nigra naar de Grote Markt loopt, kijk je op de fraaie Sint Gangolfkerk (gewijd in 1459). De Dom van Trier staat pal naast de Onze-Lieve-Vrouwekerk, gebouwd tussen circa 1235 en  1260, en is een van de oudste gotische kerken van Duitsland.

De dom van Trier, zowel een sierlijk als robuust gebouw, is op een voormalig Constantijns paleiscomplex gebouwd. Na het laatste verblijf van Constantijn hier in 328/329 werd het paleis afgebroken. Op de fundamenten is in 330 deze grootste christelijke kerk van de klassieke oudheid gebouwd. Die kerk was ongeveer vier keer zo groot als de huidige dom en besloeg het oppervlak van de dom, de Onze-Lieve-Vrouwekerk, Domfreihof en de aangrenzende huizen met tuinen en kwam dus bijna tot aan de Hauptmarkt.

Deze kerken nodigen uit om er lang rond te lopen en je kunt er diverse overblijfselen van de geschiedenis bekijken. Bij de schatkamer wordt, naar men beweert, een onderkleed van Christus bewaard. (lees verder na het kader)

Villa Borg
Ook buiten Trier zijn fraaie voorbeelden van Romeinse bouwkunst, wij bezochten Villa Borg, niet ver van Perl. Meer dan honderd jaar geleden werden hier de restanten/fundamenten van een grote Romeinse villa/herenhuis ontdekt. In 1994 is besloten het hele complex opnieuw op te bouwen, zoals het er uitgezien kan hebben in de tweede/derde eeuw nC. In 2000 zijn er zes tuinen aan toegevoegd, zoals een kruiden- en rozentuin.

villa (600 x 450)

Naast een poortgebouw (ontvangst) en de villa zelf is er ook een badhuis, taveerne en keuken. In de villa zijn voorwerpen uitgestald die bij de opgravingen gevonden zijn. Het is wel vreemd te bedenken dat alles nieuw gebouwd is en er weinig authentiek (lees: echt oud) is. Vrijwel alle ruimten zijn te huur voor gezelschappen en je kunt er bijvoorbeeld workshops Romeins brood bakken volgen of met een groepje het badhuis induiken. EEr is een keuken die helemaal Romeins is ingericht, met ovens, en waar Romeins gekookt kan worden. Maar als je gemakkelijk wilt doen, kun je het beste gaan lunchen in de taveerne, met Romeinse en regionale gerechten. De eerste week van augustus zijn er drukbezochte ‘Romeinse dagen’. Het is leuk en slim om van Villa Borg niet alleen een ‘museum’ te maken, maar een levendig geheel dat door diverse bezoekers wordt gebruikt. Ook zijn er rondleidingen –door een ‘slaaf’- mogelijk. www.villa-borg.de/

Een van de bijzondere en aantrekkelijke kanten van Trier is dat je op een klein oppervlak gebouwen aantreft uit heel verschillende perioden van de geschiedenis. Zo staat op een steenworp afstand van de basilica het roze-witte keurvorstelijk paleis. Dit was van 1600 tot 1794 de residentie van de keurvorsten van het aartsbisdom Trier. Het paleis is een mengeling van renaissance en rococo. In het prachtige barokke tuincomplex aan de zuidvleugel staan kopieën van standbeelden van Griekse goden en zijn de resten van de middeleeuwse stadsmuur te zien.

Industriële revolutie
En voor wie meer geïnteresseerd is in moderne geschiedenis, dat wil zeggen, de industriële revolutie en het verzet tegen ‘het kapitalisme’, kan naar het geboortehuis van Karl Marx gaan dat nu als museum is ingericht. In 1818 zag hij hier het levenslicht, bijna twee eeuwen geleden. *www.devrijewandelaar.nl/moselsteig-niks-gezapig/

 

 

 

 

 

 

 

2016

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.