Wilfred Owen was hier!

Tekst: Hans Cuppen    Foto's: Joke Apswoude

Kaart

Praktische informatie

Reis en verblijf
Eigen vervoer is noodzakelijk. Het beschreven gebied ligt 350 autokilometers van Utrecht.
In Saint-Quentin is een ruim aanbod van overnachtingsmogelijkheden. Wij overnachtten in La Maison de l’Omignon in Vermand, 12 km westelijk van Saint-Quentin (http://axo.pagesperso-orange.fr/omignon/langage/fr/).

Wandelen
Wij liepen de wandeling (7,5 km) Le memorial Australien vanuit het twaalf kilometer noordelijk van Saint-Quentin gelegen Riqueval (http://aisne.tourinsoft.com/upload/MEDIA_2c49d398-4ab3-4f24-9895-d5d92509f563.pdf).

Museum
Le Musée du Touage in Riqueval vertelt het verhaal van het Canal de Saint-Quentin, de tunnel en de touage. Het museum is geopend van 1 april tot 1 november. Kijk voor meer informatie op www.cc-vermandois.com/ en klik vervolgens op ‘sites touristiques’.

Gedenkplaatsen
De begraafplaats van de 4de Australische Divisie in Bellenglise. Kijk voor informatie op de Engelstalige site www.ww1westernfront.gov.au/bellenglise/.
De Duitse begraafplaats bij Maissemy. Kijk voor informatie op de Engelstalige site www.webmatters.net/france/ww1_friedhof_maissemy.htm.
Meer weten over Wilfred Owen? Kijk dan op www.wilfredowen.org.uk/home.

Boeken
U kunt ‘Niemandsland’ van Pat Barker hieronder bestellen.

Overig

Kijk voor meer informatie over de L’Aisne en wandelalternatieven op www.evasion-aisne.com/en/ (Engelstalig).
Adres VVV: Office de Tourisme, 27 Rue Victor Basch, Saint-Quentin (www.saint-quentin-tourism.co.uk/).
Kijk ook op www.rendezvousenfrance.com/ en http://picardietourisme.com/NL.


Artikel

Print Friendly

De geallieerde troepen voerden in de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog een verwoede strijd met de Duitsers, die zich hadden teruggetrokken achter de Hindenburg-linie. Een van die geallieerde militairen was de Engelsman Wilfred Owen, die wordt beschouwd als een van de beste Engelse ‘war poets’.

Een gids van het Office de Tourisme (VVV) van Saint-Quentin rijdt ons in de noordelijke omgeving van de stad langs een aantal plekken die herinneren aan de strijd die hier woedde in de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog. We volgen met de auto en hier en daar wandelend een deel van de voetstappen die de Engelse dichter Wilfred Owen hier bijna een eeuw geleden zette. Het is een maartse zondag en lente. De bevolking slaapt schijnbaar uit. Op een verdwaalde wielrenner na zijn wegen en dorpjes verlaten. De gids begint zijn rondleiding in het dorpje Francilly. Aan de gevel van de kerk wordt op een gedenkplaat herinnerd aan de gevechten die er zijn geleverd en met name aan het 2de bataljon van het Manchester Regiment. Owen maakte daar als officier deel van uit.

Craiglockhart
De Britse schrijfster en historica Pat Barker (1943) schreef meerdere boeken over de Eerste Wereldoorlog. Haar Regeneration Trilogy (Nederlandse titels: ‘Niemandsland’ uit 1991, ‘Het Oog in de Deur’ uit 1993 en ‘Weg der Geesten’ uit 1995) is deels geïnspireerd door haar grootvaders ervaringen in de Franse loopgraven en door die van Britse officieren, die tegen shell shock (loopgraventrauma) werden behandeld in het Schotse oorlogshospitaal Craiglockhart bij Edinburgh. De Engelse dichter en prozaschrijver Siegfried Sassoon werd er verpleegd, nadat hij in 1917 in Frankrijk gewond was geraakt. Sassoon is bekend van zijn openbare verklaring (‘Manifest van een soldaat’), waarin hij stelling neemt tegen de zinloosheid van de oorlog. Een vertaald citaat uit dat manifest:

Ik protesteer uit naam van mijn mede-soldaten omdat ik van mening ben dat de oorlog opzettelijk wordt verlengd door de mensen die het in hun macht hebben hem te beëindigen.

Niemandsland
In Craiglockhart ontmoette hij Wilfred Owen, die in zijn werk sterk werd beïnvloed door Sassoon. Pat Barker beschrijft in ‘Niemandsland’ de ontmoetingen tussen Owen en Sassoon. Nadat Owen door de artsen van Craiglockhart genezen werd verklaard, keerde hij in 1918 vrijwillig weer terug in actieve dienst in Frankrijk. Hij kon zodoende over de gruwelijke realiteit van de oorlog blijven dichten.
Na zijn terugkeer aan het front was Owen met zijn bataljon onderdeel van het geallieerde honderd-dagen-offensief (van augustus tot november 1918) tegen de Duitsers, die zich achter de Hindenburg-linie hadden teruggetrokken en gehergroepeerd.

Brug bij Riqueval
Onderdeel van de Hindenburg-linie vormde het Canal de Saint-Quentin. Het kanaal uit de achttiende eeuw verbindt Picardië en Parijs en diende in vroegere jaren vooral voor het transport van kolen (brandstof) van Noord-Frankrijk naar Parijs. Na de rondleiding met gids doen we de wandeling die grotendeels langs het kanaal gaat. We parkeren de auto bij de plek waar het kanaal over een lengte van bijna zes kilometer in een tunnel verdwijnt. Schepen worden in die tunnel gesleept (touage) door een speciaal voor dat doel ontworpen vaartuig. De tunnel werd door de Duitsers ingericht als ondergrondse kazerne.
We volgen een half uurtje het jaagpad langs het kanaal waarna we uitkomen bij de brug bij Riqueval, die de geschiedenisboeken heeft gehaald. Op 29 september 1918 zetten de geallieerde troepen een tankoffensief in op de Hindenburg-linie. Aangezien de oevers langs het kanaal ter hoogte van Riqueval zeer steil zijn, was het voor de geallieerden essentieel dat ze de brug ongeschonden konden innemen. Dat lukte, de Duitsers kregen niet meer de kans de brug op te blazen. Wij laten de fameuze brug achter ons en slaan rechtsaf een landbouwweggetje in dat ons naar Longecourt voert en even verderop naar de Australische begraafplaats. Het is een begraafplaats in niemandsland, zoals je ze hier meer tegenkomt. Hier liggen Australische militairen die meevochten in het offensief van die 29ste september. Vanaf de hoog gelegen begraafplaats kijken we uit over de omliggende gehuchten Bellicourt, Nauroy en Bellenglise. In de verte ontdekken we de basiliek van Saint-Quentin. Bij Bellenglise komen we weer uit bij het kanaal. Er is vandaag geen scheepvaart. We lopen aan de andere zijde van het water over het jaagpad terug naar onze auto.

Military Cross
Ook Wilfred Owen met zijn bataljon passeerde eind september 1918 het Canal Saint-Quentin. Zij deden dat niet over de brug bij Riqueval maar een stukje zuidelijker. Vervolgens namen ze posities in bij Magny la Fosse, in afwachting van instructies over een aanval op de Beaurevoir-Fonsomme linie bij Joncourt, tien kilometer noordelijk van Saint-Quentin en eveneens onderdeel van de Hindenburg-linie. Owen leidde die aanval op Duitse stellingen bij Joncourt, die uiteindelijk op 1 oktober plaatsvond.
Net als in Francilly herinnert ook in Joncourt een gedenksteen aan de inzet van het 2de Manchester Regiment, hier zelfs met vermelding van de naam Wilfred Owen. Hij en zijn mannen worden op de gedenksteen bedankt voor hun inzet voor de bevrijding van de regio. Voor zijn moed en leiderschap bij die actie in Joncourt zou Owen overigens na de oorlog het Military Cross ontvangen; postuum weliswaar, hij sneuvelde namelijk op 4 november 1918 op vijfentwintigjarige leeftijd bij het Noord-Franse Ors tijdens een actie bij het Sambre-Oise kanaal, exact een week voor het tekenen van de wapenstilstand. Zijn moeder ontving het bericht van zijn dood op 11 november 1918, terwijl de kerkklokken luidden om het einde van de oorlog te vieren.

Lofzang
Met Sassoon als pleitbezorger werd Owens werk na zijn dood gepubliceerd. Het bekendste anti-oorlogsgedicht is Anthem for doomed youth. Hieronder een vertaling (door Tom Lanoye) ervan.

Lofzang op gedoemde jonge gasten 

Welk klokgelui betaamt voor wie vergaan als dieren?
Alleen het monsterlijke woeden van mortieren.
Of neen, alleen de ratel van een mitraillette –
Geen mens raffelt zo schoon een laatste schietgebed.

Voor hen geen bel of toeters, krans of kerkhofblom.
Geen treurmuziek – tenzij stampei van die orkesten
Die slechts bestaan uit slagwerk van kartets en bom
En bugels, jankend over droevige gewesten.

Waar brandt hun kaars? De vlam die hun ten afscheid heet?
Niet in de hand van jonge broertjes. In hun ógen
Laat nooit het vuur dat hen gedenken zal zich doven. 

De bleekheid van verloofdes dient hun lijk tot kleed.
Eén bloem: de tedere berusting der beminden.
En elke schemering: het luiken van de blinden.

Na enkele dagen Aisne zijn we geneigd de Duitsers te verfoeien om al die ellende van de Eerste Wereldoorlog. Maar een wandeling over de Duitse begraafplaats van Maissemy met 30.478 gevallenen doet ons beseffen dat die arme vaders en zonen ook maar gestuurd zijn en net als hun geallieerde collega’s zijn opgeofferd voor een zinloos doel.

Lees ook de artikelen op deze site ‘Dertig doden per strekkende meter!’ en ‘Amerikanen aan de Marne’. De artikelen vormen een drieluik over de Eerste Wereldoorlog in het departement van de Aisne.

Maart 2014

Eén reactie

  1. Een helder artikel over een duister onderwerp.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.