Wandelwalhalla Cymru

Tekst: Angelique Stein    Foto's: Visit Kent, Visit Wales, Angelique Stein

Kaart



Praktische informatie

Wandelroutes

Kent
Voor Chilham afkomstig van de site www.walkingworld.com (lidmaatschap nodig).

Wales
De meeste wandelroutes zijn van de site Walking World, andere uit de Pathfinder-gids van de streek en wandelingen uit een al oude gids van de AA (de Britse ANWB): Best walks in Britain. Een goed alternatief is Book of Britain’s Walks.

Accommodatie
Wales, zie www.qualitycottages.co.uk. Bij onze keuze van huisjes houden we rekening met het weer: liefst met een dvd-speler, en met een beetje geluk een open haard of houtkacheltje zodat we ook een periode van regen met plezier overleven. In Machynlleth hebben we een goed werkend houtkacheltje dat de kille septemberavonden aangenaam maakt.

Luistertip
Bij muziek uit Wales hoort in ieder geval een koor. Dit stond afgelopen jaar in de finale van Britain’s Got Talent: het Welsh mannenkoor Only Boys Aloud zingt Calon Lan: www.youtube.com/watch?v=C06NhCkAjXk


Artikel

Print Friendly

We vieren ons lustrum: voor de vijfde keer gaan we op weg naar Wales. Het is september 2012, de auto is volgeladen, hond Bruce zit al opgewonden achterin, en we weten zo langzamerhand zonder kaart de weg naar Calais. Een saaie route, langs de vlakke Belgische kust, maar we prefereren deze weg boven een acht uur durende overtocht via Hoek van Holland naar Harwich.

Wij gaan met de auto op de trein in een half uur door de tunnel van Calais naar Dover. Bruce kan, net als wij, gewoon in de auto blijven en we vinden het heel prettig dat je bij een eerdere aankomst over het algemeen gewoon een trein eerder kunt nemen. Ze gaan eens in de twintig minuten, dus wie doet je wat? Als je in Haarlem na de file vertrekt ben je rond theetijd aan de andere kant van het Kanaal.

Extra: Kent
Het schattige kleine hotelletje in St. Margaret’s-at-Cliffe dat we eerder bezochten had nog een kamer vrij, en dit keer hebben we besloten om er twee nachten te blijven. Dus niet meteen doorstomen naar Wales, maar ook eens Kent verkennen – zowel op de heen- als de terugreis blijven we er een nachtje extra. Die eerste vakantiedag maken we een wandeling vanuit Chilham, op nog geen half uur rijden.

We verwachten een makkelijke route, want het hoogteverschil is vijftig meter volgens de beschrijving, en het is ’a moderate walk’ van 7,7 mijl. Moet te doen zijn, ook al hebben we in Nederland natuurlijk niet kunnen oefenen op het beklimmen van heuvels. Maar we puffen heel wat af, die eerste dag. Het is boven de twintig graden, en die vijftig meter moeten we heel wat keren op en af. Het is wel een prachtige wandeling, we beginnen in het schilderachtige plaatsje Chilham en dan afwisselend door bos, weilanden en een hele grote boomgaard waar de oogst in volle gang is. En we zijn meteen óók verliefd op Kent.

We weten weer waarom we zo graag in Engeland en Wales wandelen: vanwege ‘the right of way’, een hele oude wet in Groot-Brittanië die ervoor zorgt dat de oude wandelwegen intact blijven, en dat eigenaren ze open houden voor wandelaars (ze plaatsen dus overal kissing gates, styles en handige hekjes waardoor je amper op asfalt hoeft te lopen).

Offa’s Dyke
In Wales hebben we in twee gebieden een huisje gehuurd. Het eerste ligt vlakbij Chirk, waar we vorig jaar een wandeling maakten die we zo mooi vonden dat we besloten dit keer eens een week te blijven. De cottage ligt aan het Llangollen Canal, met uitzicht over een prachtig groene vallei met een spoorwegviaduct waar eens in het uur een treintje voorbij komt. Chirk ligt aan de grens met Engeland, de omgeving is er heuvelachtig. Veel van de wandelingen kun je maken over het LAW Offa’s Dyke. Wij hebben deze week prachtig weer.

Het tweede huisje ligt bij Machynlleth en staat al jaren op ons verlanglijstje maar was steeds volgeboekt. We kijken daar uit op Cadair Idris, de een-na-hoogste berg van Wales, en ook de zee is niet ver weg. Dus ook hier kunnen we kiezen uit heel diverse routes.

Right of way
Wij kiezen altijd voor rondwandelingen: we zetten onze auto ergens neer en komen daar ook weer terug. Onze vrijheid zit ‘m erin dat we per dag kiezen hoeveel we willen lopen, en dat is afhankelijk van onze conditie die dag, en het weer. Een regenbui is niet erg, maar verplicht in stromende regen twintig kilometer moeten lopen omdat je nou eenmaal van A naar B moet, vinden wij niks. En een rustig dagje met een wandeling van een uur is ook best eens prima.

Ik had het al over ’the right of way, en ook in Wales ervaren we weer hoe geweldig dat is. Je wordt er vies van, want veel gaat dwars over modderige weilanden (’cross three fields diagonally and in the fourth, go to the left hand corner and find a style’), bridleways (ruiterpaden) en overgroeide bospaden.

Onze hond kan eigenlijk altijd mee. Aangelijnd, dat wel, maar dat vinden wij logisch, want er is veel vee – uiteraard schapen maar ook koeien, en je mag gewoon over de weilanden waar zij grazen. Op de meest onverwachte plaatsen staan schapen, soms bijvoorbeeld los in een bos, en we hebben zelfs over een golfbaan gelopen waar de schapen een extra handicap vormden.

Aquaduct
De eerste dag in Wales lopen we vanuit ons huisje via het Llangollen Canal naar het beroemde Pontcysyllte aquaduct. Over een smal jaagpad kun je langs het water lopen, ook op het aquaduct zelf. Dat is een spectaculaire ervaring, want je loopt hoog boven de vallei over een prachtige boogbrug van gietijzer, ontworpen in 1805 door Thomas Telford. Je moet zeker geen hoogtevrees hebben, en ook je hond niet! De narrow boats varen af en aan, en je kunt ondertussen gezellig met de eigenaren praten.

Het blijkt maar twintig minuten lopen te zijn naar het aquaduct, dus we besluiten nog een extra lus aan de wandeling te knopen, een route die we vinden in onze Pathfinder-gids. Met die lus klimmen we een stuk boven de vallei van de Dee, wat mooie uitzichten oplevert. Terug moeten we een heel stuk langs het saaie en drukke (het is een zonnige zaterdag) jaagpad, dus dat vinden we minder interessant. De pub bij het aquaduct is ook heel druk, dus knopen we in onze oren dat honden er welkom zijn en besluiten gewoon terug naar huis te lopen. Dan maar op een rustigere dag een keer daar aan het water zitten. Onze eigen tuin is ook fijn, en we hebben een wijntje en lekkers genoeg gehaald bij de grote Tesco supermarkt in Cefn Mawr.

Open en steil
We lopen ook een dag bij Llandrillo de Berwyn Mountains in. Allereerst lopen we via weilanden en over een camping in het dal, dan stijgen we gestaag, wel zo’n anderhalf uur lang. Maar het bospad waarop we dat doen is lekker breed en vlak, en biedt veel afwisseling door de bochten. En ineens is daar een open groene vlakte (met natuurlijk de schapen) en kijken we mijlenver om ons heen. De afdaling is zo mogelijk pittiger dan de klim, want het is hele stukken heel erg steil en erg ongelijk of modderig.

Bezweet maar voldaan ploffen we neer in de plaatselijke pub, waar op zondag natuurlijk iedereen langskomt voor een Sunday lunch. De voertaal is Welsh, een taal die we werkelijk totaal niet verstaan – maar zoals altijd spreekt iedereen ook Engels. Levendig is het wel, en we drinken onze pint of lager en cider terwijl iedereen onze hond bewondert. Gesprekken heb je altijd, als wandelaar en als hondenbezitter.

Later ontdekken we trouwens dat het drukke restaurant waar we langlopen maar met onze bemodderde wandelbroeken niet in durven, een heel goed restaurant is: het heeft een vermelding in The Good Food Guide die we mee hebben.

Fotografisch geheugen
We maken in die week verder nog een memorabele wandeling rondom Chirk, en eentje rondom Llangollen. De uitzichten die we hebben zijn onmogelijk op een foto te vatten (nou ja, wij zijn waarschijnlijk gewoon niet zulke goede fotografen) maar ze blijven, weten we, in ons geheugen gegrift staan. Nergens zie je zo veel verschillende kleuren groen, en zo intens groen ook. Een uitzicht met Chirk Castle op de heuvel aan de andere kant van het dal, de ruïnes van een abdij, hoge venen – er is weer veel afwisseling, ook op korte afstand van ons huisje.

En dan vertrekken we een week later naar Machynlleth. Onze mooiste wandeling daar is er eentje naar een uitzichtpunt boven Aberhosan. Een voor ons onbekende televisiepersoonlijkheid heeft er een soort standbeeld. Hij wijst er allerlei bergkammen aan, en met helder weer kun je tot aan de hoogste berg van Wales, Snowdon, kijken. Snowdon zien we (net) niet, maar dat maakt het punt niet minder fenomenaal mooi. Later lopen we terug via een natuurgebied, met onverwacht een ontzettend diep ravijn meteen naast ons pad. Woester is het hier, woester dan in Chirk, bergachtiger ook. De zee is ook niet ver, en wandelingen in die omgeving hebben weer hele andere vergezichten.

Slecht weer?
En ook deze vakantie hebben we geluk: tijdens geen enkele wandeling hebben we onze regenkleding uit de rugzak hoeven halen. We hebben hooguit een keer moeten schuilen voor een buitje dat elke keer weer snel over trok. En die ervaring hebben we al jaren, dus niemand die ons wijs kan maken dat het altijd slecht weer is in Wales.

Als we terug naar Kent rijden regent het de hele dag. Maar de dag die we dan weer in Kent hebben is stralend. We lopen van St. Margaret’s-At-Cliffe over velden naar Dover. Het pad is niet goed bijgehouden, er is een gigantisch groot veld volledig omgeploegd zodat we moeten gokken waar we aan de andere kant uit moeten komen. Er is een veld omheind met schrikdraad waar we uiteindelijk overheen moeten. Doodeng, want ik heb een keer ervaren dat het een stevige schok is die je er van krijgt. Onze hond gooien we erover heen, en zelf lukt het ons ook om zonder schok het aanpalende hekje te bereiken.

Vuurtoren
De terugweg gaat over de beroemde white cliffs van Dover, met een weids uitzicht over de bedrijvige haven en later als ijkpunt een opvallende witte vuurtoren. De route uit ons boekje gaat terug naar St. Margaret’s over een saaie weg, weten we, dus we herkennen een punt uit een wandeling die we een paar jaar eerder maakten en gaan terug over velden en een ontroerend oud kerkhofje dat pal voor ons hotelletje ligt. We hebben wederom een goede pint verdiend.

Volgend jaar gaan we weer. Naar Cymru natuurlijk.

Hond Bruce is een mix van van alles. We noemen hem gekscherend een ‘labradorus colorus’. In werkelijkheid is het waarschijnlijk een kruising tussen een retriever, collie en berghond. Er was vast zeven jaar geleden een hele leuke avond, …en daar is hij uit voortgekomen.


2012

Eén reactie

  1. Hallo hoe heet dat schattige kleine hotelletje in St. Margaret’s-at-Cliffe

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.