Samos, authentiek Grieks

Tekst: Hans Cuppen    Foto's: Joke Apswoude

Kaart

Praktische informatie

Transavia vliegt tussen half april en half oktober eenmaal per week vanaf Schiphol rechtstreeks naar Samos (www.transavia.com). Op de terugvlucht een tussenlanding op Lesbos.
Op Samos is voldoende aanbod van hotels en appartementen.
Wij maakten gebruik van een arrangement (vlucht + verblijf) van Ross Holidays, specialist in vakanties naar Griekenland (www.rossholidays.nl). Ross Holidays biedt ook wandelarrangementen aan (wandelen onder begeleiding van een gids).
Op Samos rijden tussen de belangrijkste plaatsen frequent bussen.
Wij hebben op het vliegveld van Samos een auto gehuurd.
Kijk voor het aanbod van reisgidsen op Reisgidsen Samos.
Een topografische kaart van het eiland (schaal 1:50.000) is te koop bij lokale supermarkten of boekhandels.


Artikel

Print Friendly

Samos voldoet met schilderachtige havenplaatsjes, bergdorpen, kerkjes, kloosters, fraaie stranden en een blauwe zee volledig aan het karakteristieke beeld van een Grieks eiland. Half april worden we er op het vliegveld onthaald met muziek en dans. Voor Samos is met de aankomst van de eerste vlucht toeristen namelijk het vakantieseizoen begonnen!

Griekenland viert dit weekend het Grieks-orthodoxe paasfeest. Goede Vrijdag werd de Epitáfios in processie door de straten gedragen. Stille Zaterdag eindigde zoals dat in Griekenland gebruikelijk is weinig stil in een knallend vuurwerk. Vandaag is het paaszondag en viert de bevolking op zijn paasbest het ‘feest der feesten’. De gisteren geslachte lammeren draaien aan het spit, de retsina, de lokale droge witte wijn samena en de sterke drank soúma zullen rijkelijk vloeien.
We passeren een herder met zijn geitenkudde. De dieren zijn de paasdans ontsprongen. Verderop dekt een ober van een taveerne buiten op het terras de tafels voor het traditionele bacchanaal. Het is nog voor twaalven maar de eerste gasten schuiven al aan. Wij hebben een lunchpakketje in de rugzak en kiezen even later een paadje op weg naar het bergdorpje Manolátes.

Veldje kamille
We begonnen onze wandeling in Agios Konstantínos op zeeniveau en klimmen gestaag. Onze bestemming ligt op 425 meter. Langs het pad groeien achter gestapelde stenen muurtjes citroen- en sinaasappelbomen. Onderweg echoot zo nu en dan een knal van het overgebleven vuurwerk door de dalen. Zo niet, dan wordt de stilte slechts doorbroken door vogelzang. De overvloedige zon beschijnt de hellingen die er, naarmate we stijgen, steeds fraaier uitzien. In het terrassenlandschap wisselen wijnranken en olijfboomgaarden elkaar af.
Hier en daar staat een huis of kerkje waarvan de gevels hagelwit afsteken tegen het overwegende groen. Aan de horizon verdwijnt de blauwe Egeïsche Zee in het niets. In een veldje van kamille en margrietjes eten we onze lunch, waarna we nog een uurtje doorklimmen naar Manolátes. Het dorpje met ruim honderd inwoners heeft naar verluidt de meeste bloembakken van het eiland. Autobezitters doen er slim aan hun voertuig te parkeren op het parkeerterreintje aan de voet van het dorp. Zo niet, dan rijden ze zich klem, want de steile straatjes worden als een trechter steeds smaller. Manolátes heeft zich de laatste jaren ontwikkeld tot een kunstnijverheidsdorp. De meeste winkeltjes met keramiek, iconen, sieraden zijn vandaag vanwege het paasfeest echter gesloten. In een taveerne drinken we thee waarbij de uitbaatster zelfgemaakte noten- en sinaasappeltaart serveert.

a2 + b2 = c2
Manolátes ligt halverwege de 1150 meter hoge Ambelos. De berg staat centraal in het oostelijk deel van Samos. Daar woont ook het merendeel van de circa veertigduizend eilandbewoners. De hoofdstad is Samos-stad, ook wel Vathy genoemd. Verder zijn een must: bezoekjes aan schilderachtige havenplaatsjes als Karlovassi, Kokkari en Pythagorio, waar de filosoof en wiskundige Pythagoras circa 500 jaar v. Chr. woonde, en die vooral naamsbekendheid heeft verworven door zijn wiskundige stelling a2 + b2 = c2. Vlakbij Pythagorio aan de zuidoostkant ligt het vliegveld en op nog geen drie kilometer afstand Turkije.
Op de zuidflank van de berg Ambelos, die we zojuist voor bijna de helft hebben beklommen, liggen in de buurt van Koumaradei twee fraaie kloosters, Megalí Panagías en Timíou Stavroú. Beide kloosters zijn een bezoekje meer dan waard. Het eiland, veertig kilometer lang en maximaal twintig kilometer breed, moet het economisch gezien hoe dan ook hebben van het toerisme, dat van april tot oktober voor tachtig procent van de jaarinkomsten zorgt. Het overige deel van de eilandbegroting wordt bepaald door de export van citrusvruchten, olijfolie, wijn en honing.

Onherbergzaam
Het westelijke deel van Samos, dat onherbergzamer en desolater is, zal de gemiddelde toerist letterlijk links laten liggen. Daar domineert de Kérkis het beeld, met 1437 meter een van de hoogste bergen van de eilanden in de Egeïsche Zee. Om kennis te maken met dat deel van Samos sluiten we ons aan bij een door Ross Holidays georganiseerde wandeling onder leiding van een gids.
De route gaat van het noordwestelijke en afgelegen dorpje Drakei naar Potámi. Tussen beide dorpjes liggen geen wegen. ’s Morgens rijden twee auto’s ons naar het beginpunt, ’s middags worden we na de wandeling weer opgepikt. Na de koffie en thee met zelfgebakken cake in een plaatselijk cafeetje lopen we Drakei uit. Al snel volgen we een rotsig kustpad, zo’n driehonderd meter boven de zee. Tot een uur geleden heeft het stevig geregend. Nu is het droog maar waait het nog flink. De zon kleurt de golven in de diepte als bevroren witte schuimkoppen. Wijzelf lopen aan de noord- en dus schaduwkant.

Wilde orchideeën
Onderweg wijst de gids ons op de flora: tijm, oregano, zeeui, lamsoor, salie, strobloem, lavendel, venkel, pijpbloem en verschillende wilde orchideeën. Van die laatste komen op Samos zo’n dertig verschillende soorten voor, aldus de gids. Gaandeweg dalen we af naar Megálo Seitáni, een van de mooiste stranden van Samos. Toch zullen er hier niet veel toeristen te zien zijn. Het strand is slechts lopend of met een bootje bereikbaar. Zo vroeg in het seizoen is het er geheel verlaten. Er is een aanlegsteigertje en er staan enkele vakantiehuisjes. Op de veranda van een ervan eten we onze lunch. Het zeewater voelt nog fris aan, zwemmen laten we maar achterwege. We vervolgen het pad en komen een uurtje later aan bij het kleine strand Míkro Seitáni. Ook daar kun je slechts lopend of met de boot komen. Via olijfboomgaarden en een laatste klim bereiken we uiteindelijk Potámi.
In afwachting van het vervoer drinken we op een terrasje verse sinaasappelsap en genieten er van de stilte. Het toeristenseizoen mag dan net begonnen zijn, in Potámi is Samos nog even alleen van ons.

 

Mei 2012

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.