Rondneuzen in het Land van de Valleien

Tekst: Liesbeth Vermeulen    Foto's: Liesbeth Vermeulen

Kaart

Praktische informatie

Hoe er te komen
Met de trein naar Namen kan via Brussel (hier overstappen) of via Maastricht en Luik (in beide plaatsen overstappen), reistijd tussen de 3,5 en ruim vier uur.
Van Namen met de trein in minder dan een half uur langs de Maas naar Dinant. Bij station Namen (Maison des Cyclistes) zijn fietsen te huur, zie www.provelo.org. Naar Crupet per fiets: vlakke route over de RaveL2 tot Annevoie, vervolgens vanaf Godinne naar Crupet een stuk pittiger, ca.25 km. Trein tussen Namur-Ciney, daarna bus 128a richting Yvoir.
Naar Annevoie per fiets/te voet, goed te doen over RAVeL2 langs de Maas, ca.17 km. Bus 21 (richting Annevoie, Maredsous, NB rijdt in juli niet). Trein tussen Namur en Godinne (20 mn), kwartier lopen naar Annevoie. In juli/augustus rijdt er een pendeldienst tussen station Godinne en Annevoie.
Naar Maredsous per fiets, goed te doen over RAVeL2 langs de Maas en vlakke route naar Denée, ca.30 km. Bus 64 (richting Biesme), 21 (richting Annevoie, Maredsous, NB rijdt in juli niet).

Kaarten en gidsen
Wandeling Crupet-Vallée du Bocq-Crupet,12 km, 1:15.000, Lannoo Uitgeverij, www.topokaarten.be. Klik hier voor Reist- en wandelkaarten van het gebied. Bij het VVV in Anhée-sur-Meuse en bij de Abdij Maredsous is de wandelkaart te verkrijgen van het Institut Geographique National, Anhee, 1:25.000, met diverse mooie routes. Routes ook te downloaden van: www.wandelen.ssr.be.

Meer info
Algemeen: www.belgie-toerisme.nl en www.waalsesteden.nl. Kijk voor de vele evenementen en wandelroutes in Namen: www.namurtourisme.be. Rondleidingen in Terra Nova (ondergronds) ook Nederlandstalig, combitickets mogelijk (kasteel, tuin, gangen). Tuinen van Annevoie: www.annevoie.be, Entree: € 7.80, studenten/kinderen 3-18 jaar: € 5.20. Rondleiding met gids mogelijk, zie website.
Abdij van Maredsous, Rue de Maredsous 11, Denée, www.maredsous.be. Rondleidingen (ook Ned.) za/zo 14.00 en 16.00 uur, € 2,50, in schoolvakanties elke dag, behalve vrijdag. Let op: deze informatie dateert uit 2011, op de website is in 2012 niets te vinden over rondleidingen, mail of bel de abdij voor actuele informatie hierover.

Accommodatie
Crupet, Moulin des Ramiers: www.moulindesramiers.be, prachtig en rustig gelegen aan riviertje Crupet, is oude papiermolen geweest. Ruime kamers, prettig persoonlijk contact.
Lekker eten en drinken bij: La Besace, Rue Haute 11.


Artikel

Print Friendly

Aan weerszijden van de Maas in Belgisch Wallonië ligt het ‘Land van de Valleien’, met prachtige dorpen en wandelroutes langs abdijen, tuinen en kastelen. In het begin van de lente, als de magnolia’s overal feestvieren, neuzen we rond in deze ten onrechte minder bekende streek.

Vertrekpunt en logeeradres is een tot hotel verbouwde molen in het dorp Crupet, dat tot de ‘Mooiste dorpen van Wallonië’ behoort. Niet zonder reden, ontdekken we op een verkenningstocht langs de Crupet, die door het dorp stroomt. Het kasteel van Carondelet, een imposante slottoren uit de 12de eeuw, is een eyecatcher, maar lijkt privébezit en kan alleen van buiten bewonderd worden. Het dorp is inderdaad prachtig van zichzelf, met een ‘authentieke’ kern, goed bewaarde huizen uit de 17de tot 19de eeuw en boerderijen van zand- en witte kalksteen. Crupet ligt op de flank van een vallei en we lopen naar boven, naar het kerkhof rond de kerk. Vanachter de zerken kijken we op terrassen waar velen in de lentezon genieten van een abdijbier. Leven en dood horen hier nog gewoon bij elkaar.

Fraaie tuinkunst
De tuinen van Annevoie liggen aan de overkant van de Maas. Langs de rivier steken de rotsen vrijwel loodrecht omhoog en regelmatig zien we groepjes klimmers naar de top reiken. Onze gids noemt de tuinen Europees: een stijl die midden 18de eeuw ontstond uit de Franse tuinkunst, vermengd met Engelse en Italiaanse invloeden. Het beste van deze werelden gecombineerd, zo blijkt. De tuinen zijn werkelijk een lust voor het oog, vooral ook door de vele fonteinen, watervallen en soms stokoude bomen. Al het water hier is afkomstig van vier bronnen waarvan er één een groot kanaal voedt. Er komen geen machines of pompen aan te pas, hoogteverschil en de wet van de communicerende vaten zorgen ervoor dat de fonteinen al eeuwen spuwen en waaieren.

Sierhagen en haagbeuken creëren een intieme romantische sfeer, perken worden omzoomd door dwergbuxussen. Juist omdat de klemtoon niet op bloemen ligt, maar op het ontwerp met allerlei soorten van groen, hebben deze tuinen in elk jaargetijde hun charme. Ook op warme zomerdagen moet het hier door alle waterpartijen en berceaus aangenaam toeven zijn. Maar juist op een ontluikende lentedag als deze komt een jong stel hier voor zijn bruidsreportage, en we begrijpen hun keuze..

Trots van de stad
We zijn benieuwd naar de stad Namen, al vele eeuwen strategisch gelegen aan de samenvloeiing van de Samber en de Maas, een plek die Grognon heet. We vallen met onze neus in de boter: het is een mooie weekenddag, in België is het Paasvakantie en het toeristenseizoen is net begonnen. Kortom: flanerende mensen, muziek op straat, een markt op de Place d’Armes en ijsjes etende kinderen. We laten het oude stadhuis, belfort en andere prachtige gebouwen achter ons en klimmen naar de trots van de stad: de Citadel die zowel onneembaar als uitnodigend overal bovenuit torent. Ook op de plattegrond kun je zien dat het een geweldig complex is, zowel boven- als ondergronds.

Termietenheuvel
Vanwege het weer blijven we buiten, slenteren langs grasvelden waar allerlei mensen genieten van de rust die hier heerst. Onder begeleiding van een gids kun je de catacomben in. Zo’n zeven kilometer aan onderaardse gangen telt de Citadel (Terra Nova), door Napoleon al geërgerd ‘de termietenheuvel’ genoemd. Indrukwekkend dikke muren begeleiden ons naar boven, waar een magnifiek uitzicht wacht over de rivieren, met links het oude centrum en aan de overkant van de Maas de wijk Jambes. Verderop ligt het kasteel van de Graven van Namen die hier lang de baas waren. In 1975 is het complex (een voormalige kazerne) aan de stad overgedragen, pas twee jaar later vertrokken de laatste commando’s. Weer beneden doen we als de inwoners van ‘Namur’: op de Marché du Légumes een Caracole drinken we een van de bieren van de gelijknamige brouwerij uit de buurt van Dinant. Ons tempo passen we aan bij het logo van de stad: de slak.

Bosanemonen
In de omgeving van Crupet kiezen we de volgende dag uit de vele wandelroutes eentje die grotendeels door het bos loopt, langs het riviertje de Bocq. We lopen heerlijk koel onder het bladerdak, hoog boven de rivier met links en rechts van ons een tapijt van bosanemonen, speenkruid en wilde hyacinthen. Ook komen we langs een van de vele wonden die steengroeven hier in het landschap slaan. Gelukkig lezen we aardig Frans, want bij een routevertaling van ‘vers la sortie du bois’ naar ‘en recht uit het hout’, weet je toch niet goed wat te doen.

Religieus toerisme
Onze wandeling neemt door de hoogteverschillen en de warmte wat meer tijd dan gedacht en bijna zijn we te laat in de Abdij van Maredsous, waar we aan een rondleiding willen deelnemen. Deze abdij van de benedictijnen ligt in de Vallei van de Molignée, een riviertje dat verderop in de Maas uitmondt. Dat er hier een versnapering te verkrijgen zou zijn leek logisch, maar de omvang van het dagtoerisme overtreft alle verwachtingen. De monniken van de abdij moeten zichzelf bedruipen. Sinds een monnik decennia geleden begreep dat hij het gebrouwen bier ook wel aan gasten kon schenken, met zelfgemaakte kaas erbij, lijkt het religieuze leven overvleugeld door de geneugten van het wereldse bestaan. Onthaalcentrum St. Joseph (informatie, winkel en café-restaurant), de boekhandel, souvenirwinkel en speeltuin zijn populair. Behalve 32 monniken zijn er driehonderd leken in dienst.

Nieuw klooster
Het benedictijner klooster van Maredsous hoort bij een verlichte stroming, vaak lopen de monniken in burgerkleding. Ze staan midden in de maatschappij. Sinds 1947 is hier bijvoorbeeld een grote bibliotheek die door deskundigen geraadpleegd kan worden. Eigenlijk is de abdij een vreemde eend in de ‘kloosterbijt’, want het neogotische kalkstenen gebouw staat er pas sinds eind 19de eeuw. Na de Franse Revolutie werden veel kloosters verwoest en kwamen er later nauwelijks nieuwe bij, zeker niet op een nieuwe plek, zoals in Maredsous. Duitse monniken stichtten hier met behulp van een paar kapitaalkrachtige Waalse families de abdij met kerk, ambachtsschool, St. Benedictus-college (nu een middelbare school, deels internaat) en allerlei bedrijfsgebouwen.

Symboliek en rituelen
We bezoeken de kerk (zachtjes, de vespers beginnen zo) en mogen door de koele gangen van de abdij lopen, waar we vriendelijk de in witte habijten geklede monniken toeknikken. Van de gids mogen we in de kapittelzaal en sacristie kijken. Overal symboliek, rituelen, verborgen betekenissen in plafonds, vloeren en rozetten, zoals we die kennen uit de Da Vinci-code van Dan Brown. Van moorden vernemen we gelukkig niets.
Een oude gewoonte van kloosters en abdijen om ‘zoekenden’ tijdelijk onderdak te bieden voor een retraite, heeft in Maredsous een moderne variant gekregen. Van de zeventig gastenkamers worden er steeds meer gebruikt door stellen die zich op hun huwelijk willen voorbereiden. In aparte kamers wel te verstaan. Een schot in de roos, zo blijkt, voor langere tijd zijn ze volgeboekt.

Cijfers over Maredsous
De abdij produceert 75 ton kaas per maand, twee soorten. Andere soorten (bijv. smeerkaas) worden onder de naam Maredsous door de firma Bel gemaakt. Het abdijbier (alleen trappistenkloosters maken trappist) wordt nu geproduceerd door brouwerij Duvel Moortgat, zo’n 40.000 hectoliter per jaar. 

2012 (geactualiseerde informatie; oorspronkelijke artikel uit: 2011)

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.