Reis door de tijd in Lens

Tekst: Liesbeth Vermeulen    Foto's: Liesbeth Vermeulen / Toerisme Lens-Lievin / Fotodienst stedelijke musea Antwerpen (Rubens)

Kaart

Praktische informatie

Hoe erheen
Trein van Lille-Flandres naar Lens: 30-50 mn.

Museum Louvre-Lens
15-20 mn lopen vanaf het station. Er gaat ook een gratis pendelbus (Tadao, perron A). www.louvrelens.fr/nl.

Naar of vanaf de mijnputten- en bergen gaat ook een bus (een keer per uur).

Plattegrond is te verkrijgen bij de Dienst voor Toerisme en Erfgoed, Rue de la Gare 58-60, www.tourisme-lenslievin.fr.

De stadswandeling Promenade du musée au centre-ville gaat door de Cité Saint-Théodore.

Mijninformatiecentrum Lewarde
Als je meer wilt weten van de geschiedenis van de mijnbouw in deze streek, ga dan naar het Historisch Mijncentrum in Lewarde bij Douai (50 km van Lille). Het is het grootste mijnmuseum in Frankrijk: 7500 m² industriële gebouwen en bovenbouw op een voormalige mijn (8 hectare). Een gangenstelsel van 450 m2 laat de ontwikkelingen in de mijnbouw zien. Ook geschikt voor mensen met claustrofobie! Met een tof familierestaurant.

In deze omgeving vond de grootste Europese mijnramp ooit plaats. Bij deze ramp op 10 maart 1906 kwamen 1.099 mijnwerkers om het leven. In het mijncentrum wordt uitgelegd hoe het kwam dat er zoveel slachtoffers vielen.

In 2014 is hier een tentoonstelling over de rol van de mijnen in de Eerste Wereldoorlog.

http://www2.chm-lewarde.com/neerlandais/index2.htm


Artikel

Print Friendly

Een gewone kompel zou het vroeger niet geloofd hebben, maar sinds medio 2012 staat het hele mijngebied van Noord-Frankrijk op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Onderaardse gangen en kranen hebben op een voormalig mijnterrein midden in het stadje Lens plaats gemaakt voor een splinternieuwe dependance van het Louvre: simpelweg het Louvre-Lens.

Het Japanse architectenbureau SANAA, bij ons bekend van de schouwburg in Almere, ontwierp dit bouwproject. Het museum kent doorzichtige gevels van glas en staal/aluminium met eromheen een wandelpark. In februari 2013 was het Louvre-Lens al meteen in het nieuws toen een bezoekster een beroemd schilderij bewerkte met een zwarte stift. Het meesterwerk La Liberté guidant le peuple uit 1830 is inmiddels gerestaureerd.

Al snel na de opening in december 2012 mocht het museum zich in een grote stroom bezoekers verheugen. De lokale toerismebureaus kunnen de drukte nauwelijks aan. Overnachtingsmogelijkheden ter plaatse zijn nog schaars. Heel slim is de grootste tentoonstellingsruimte, de Galerie du Temps (de Tijdgalerij), in 2013 gratis toegankelijk.

Ondergronds
Het hele complex bestaat grotendeels uit vijf lage gebouwen die met elkaar verbonden zijn. Bijvoorbeeld de garderobe en allerlei diensten als de restauratieafdeling, zijn ondergronds gevestigd. Volgens Bruno Cappelle van het museum is het gebouw zelf geen kunstwerk, in tegenstelling tot sommige andere musea. De zaal Galerie du Temps met de vaste collectie lijkt nog het meest op een grote loods: een lange (120 meter), hoge en open ruimte van bijna drieduizend vierkante meter.

In de Galerie du Temps vormt de tijd inderdaad de leidraad: bovenaan de rechterwand is een tijdsbalk gemaakt waar de ontwikkelingen in de wereld van 3500 voor Christus tot ongeveer 1850 te zien zijn, onderverdeeld in oudheid, middeleeuwen en moderne tijd. Het mooie is dat het westen niet centraal staat en ook het soort kunst niet (bijvoorbeeld alleen schilderijen). De collectie is afkomstig van het Louvre in Parijs, waar onvoldoende ruimte is om alle interessante voorwerpen tentoon te stellen. Bovendien had de centrale overheid besloten dat nationale kunst beter over de regio’s verspreid moest worden. Natuurlijk kon Le Nord-Pas de Calais best een opsteker gebruiken na de sluiting van de mijnen.

Driedimensionaal
Op allerlei manieren is in de Tijdgalerij geprobeerd de kunst overzichtelijk, inzichtelijk en toegankelijk te presenteren. Zo hangt er niks aan de muren, maar staat en hangt alles door de hele ruimte. Ook aan de achterkant van panelen, wat je soms pas ziet als je op de terugweg bent. Als de informatie bij de voorwerpen of schilderijen niet genoeg is kun je met een tablet driedimensionaal door de ruimte lopen, een voorwerp uitkiezen en achtergronden lezen of horen. Alle teksten zijn ook in het Nederlands (alleen de website van het museum is vooralsnog slechts in het Frans). Op deze doordeweekse dag lopen er allerlei soorten mensen rond en lijkt niet iedereen een doorgewinterde museumbezoeker (wat precies de bedoeling is).

Elk jaar wordt een vijfde van de collectie vervangen, om het ook voor vaste bezoekers aantrekkelijk te houden. Twee keer per jaar organiseert het museum een tijdelijke expositie. De zomertentoonstelling van 22 mei tot 23 september 2013 heeft als thema ‘Het Europa van Rubens ‘. Met 170 werken van Rubens, zijn modellen en enkele tijdgenoten (Van Dyck, Bernini) uit meer dan vijdtig Europese en Amerikaanse musea, is deze tentoonstelling een van de belangrijkste culturele evenementen van de zomer 2013 in Frankrijk.

Slakkenbergen
Wie denkt dat er buiten het museum in Lens niets te zien of beleven valt, heeft het mis. Juist omdat ook deze plaats het tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar te verduren had, is het nadien opgebouwd, met sterke nadruk op art-deco-elementen. Ook al ga je niet door de stad lopen, het station zelf is ook al bijzonder: gebouwd als een locomotief in art- decostijl. Lens en buurstad Liévin zijn aan elkaar gegroeid en inmiddels één gemeente. Met een plattegrond kun je gemakkelijk wandelen naar de voormalige mijnputten, de nummers elf en negentien aan de rand van de stad en de bijbehorende Tweeling-slakkenbergen (Terrils Jumeaux). Beklim ze voor een mooi uitzicht op de wijde omgeving.

De route naar dit mijngebied loopt door de karakteristieke stadsdelen waar de kompels vroeger woonden. En het zijn helemaal geen treurige kleine huisjes: juist om ze te verleiden hier te komen werken, kregen de mijnwerkers goede huisvesting aangeboden. Geïnteresseerden in stedelijke architectuur kunnen hier hun hart ophalen. De wijken hebben namen als Cité de St. Théodore en vormden een soort dorp in de stad: een cité beschikte over eigen voorzieningen als een kerk en winkels. In Lens bouwde de Compagnie des Mines in de jaren 1920 (na WO1) kloeke vrijstaande huizen van baksteen met een eigen stijl. Momenteel worden ze beetje bij beetje gerestaureerd. Liefst 124 cité’s staan onder bescherming van Unesco.

Dit is deel 4  (en het laatste) in de serie over het noorden van Frankrijk. Zie ook: Op stap in Le Nord, Lille/Rijsel: Frans en ’n beetje Vlaams, Arras herbouwd in stijl en Naar het zwembad in Roubaix.

2013

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.