Noors wandelen aan het lijntje

Tekst: Mariette van Beek    Foto's: Mariette van Beek

Kaart

Praktische informatie

Hoe erheen
Vanuit Amsterdam vliegen KLM, SAS en Norwegian rechtstreeks op Oslo’s belangrijkste vliegveld Gardermoen. Ryanair vliegt vanaf Brussel-Charleroi en Düsseldorf Weeze naar het verder gelegen Oslo Rygge. Het traject Oslo-Lom is met een huurauto of het openbaar vervoer te overbruggen. Bussen naar Lom vertrekken vanaf Oslo Skysstation. De trein voert niet verder dan Otta waar je overstapt op de bus naar het 60 km westwaarts gelegen Lom.

Accommodatie
Het Fossheim Turisthotell in Lom is een historisch herbergcomplex dat ook typisch Noorse houten huizen uit de 17de eeuw omvat. Met ook een uitstekende keuken erbij. Niet het goedkoopste etablissement maar na een fikse bergwandeling wel dik verdiend. www.fossheimhotel.no.

Paklijst
Het weer kan variëren van koud tot zonnig dus zorg voor warme kleding die je in laagjes kunt opbouwen met thermo-ondergoed, een wind- en waterdichte jas, handschoenen en een muts. Daarbij is een regenponcho handig. In de dagrugzak gaan minstens één liter water, voedsel (boterhammen, energierepen of Bamsemums), een zonnebril, zonnebrandcrème (hoge beschermingsfactor) en een verrekijker.

Gidsen/boeken

Nuttige links

www.visitnorway.com/nl/Activiteiten/Actieve-vakantie/Wandelen-in-Noorwegen/

www.juvasshytta.no/index.htm (berggidsen)

www.fjell.museum.no (Lom)

www.mimisbrunnr.no/en (ijstunnel)


Artikel

Print Friendly

Houd me aan het lijntje! Nooit gedacht dat ik dat zou wensen, maar stappend over een Noorse gletsjer verandert je zelfbeeld. Op een zonnige augustusdag in Lom, in de provincie Oppland, was het tijd voor een mooie wandeling. Dus waarom niet even de top van de Galdhøpiggen, de hoogste berg van Noorwegen, bedwingen?

In het voetspoor van Noorse schoolklassen (inclusief dreumesen) die samen met de slanke juf of dikke meester een dagje uit doen, hun boterhammetje op 2469 meter verorberen en dan weer huiswaarts gaan. Dat moest een makkie zijn. Niet echt dus.

Laten we zeggen dat ik het Camino de Santiago-type ben. Loop gemakkelijk vijfentwintig kilometer met bepakking van maximaal tien kilo, in de beginfase van het traject, momenteel halverwege België, op plat pannenkoekenterrein. Echt geen klimmer en dat heb ik geweten. De tocht op de Galdhøpiggen is, oh verrassing, een bergwandeling. Wat extra training in de sportschool en op stevige heuvels vooraf (denk Zuid-Limburg?) was geen luxe geweest. Want die kuiten hé, die kuiten…

Nostalgie
Aan expedities naar Galdhøpiggen, in het Noorse hooggebergte Jotunheimen, kleeft een hoop nostalgie. In vroeger dagen startten ze op duizend meter hoogte, in het iets noordelijker gelegen dorpje Lom. Beroemd zijn de tochten onder leiding van de Noorse berggids Knud O. Vole. Prachtige oude foto’s met heren in driedelig grijs en dames in iets frivoler outfit herinneren aan die tijd. Knud bouwde al in 1884 de berghut Juvasshytta voor zijn gasten, tegenwoordig nog altijd het beste en dichtstbijzijnde vertrekpunt voor beklimmingen van Noord-Europa’s hoogste bergreus. Daar, op 1840 meter, kan de doorsnee wandelaar alles vinden wat hij nog ad hoc nodig heeft. De laatste beschutte plek om een plas te doen, het thermo-ondergoed toch maar aan te trekken (het is hier frisser dan gedacht) en een gids in te huren.

Gletsjer
Is zo’n berggids noodzakelijk? ‘Ja’, zegt mijn gids Oddbjørn Dahl heel stellig, ‘zeker voor onervaren bergwandelaars. Het stuk over de gletsjer kun je sowieso niet in je eentje doen.’ Stuk over de gletsjer? Mijn verbazing tekent het gebrek aan voorbereiding. ‘Ja, een gletsjer. Daar lopen we aangesnoerd. Mocht er iemand in een spleet vallen, dan komt hij er weer goed uit. Er vallen helaas nog altijd doden onder mensen die denken dat stuk wel alleen aan te kunnen.’ Het wordt menens. Hij reikt mij en de andere wandelaars van de gelegenheidsgroep een wandeltuigje dat we over onze jas moeten trekken. Instructies over hoe we de riempjes moeten aanspannen volgen. Een glimmende zilverkleurige haak hangt demonstratief voorop de borst.

Ik tuur in de verte. De top van de Galdhøpiggen heeft wel een erg puntig neusje. Op de randen van de lagere delen steken de silhouetten van wandelaars af tegen de sneeuw. Niet één wandelaar, maar rijen. Per jaar trekken er hier zo’n dertigduizend zielen voorbij. Het wordt niet eenzaam aan de top. Oddbjørn slaat een bundel touw over de schouder, terwijl hij minzaam voorover buigt: ‘Het gaat je lukken!’ Keek ik zo bedremmeld? Hoe dan ook, een schouderklop van de gids is fijn en er zullen nog vele volgen. Alleen al daarom is de man zijn Kronen dik waard. Een groep jongelui naast ons vertrekt met wat gejoel. Geval van schoolreisje. Dit is Noorwegen. Laat je niet kennen. Ook wij zetten de pas erin.

Rulle sneeuw
Het eerste traject valt reuze mee. Een keienterrein langs een meertje waarover je niet lukraak kunt lopen maar nog niet enorm klimt. Kleine kiezels wisselen grote stapels rotsblokken af en vormen hier en daar iets van een pad. Iele stroompjes smeltwater glinsteren in de zon. Dan is daar, na wat keigeklauter, het eerste stuk rulle sneeuw waar we via een wat glibberig spoor doorheen moeten. Je kijkt bijna uit naar die hoge stevige steenwal aan de overzijde.

Dat punt voor je is steeds je doel voor het moment. Veel verder zien kun je ook niet. Meer oversteekjes door de sneeuw volgen. En wat steviger klauterpartijen over gitzwarte rotsen. En dan, toch sneller dan verwacht, ligt onder het laatste stel enkelbrekers de gletsjer. Dat is direct ook een rustpunt. En een moment om het landschap in je op te nemen. Net een plaatje uit een wintersportbrochure, wit, koud, zonnig, volmaakt. Met rijen sportieve lieden met nog sportievere kleding en dito zonnebrillen. Allemaal klaar voor de oversteek.

Bamsemums
Oddbjørn rolt zijn touw uit. Om de paar meter legt hij er behendig een lus in. Zodra hij klaar is, deelt hij Bamsemums uit. Bamsemums zijn een soort marshmallows met chocolade. ‘Als je maar Bamsemums bij je hebt, kom je nooit energie tekort. Ze wegen ook niet veel.’ Hoezo schoolreisje? Toch steek ik er graag wat in de mond. Je weet immers maar nooit. Inmiddels ben ik aangehaakt. Fijn in mijn eigen lusje. ‘We lopen rustig achter elkaar, maar zorg dat de lijn voor je de grond net niet raakt.’ Een enkele groep is ons voor, ik kijk even af. Voor ons ligt Galdhøpiggens top, zwart-wit, nog altijd best wel puntig, en ja, zeg het ronduit, intimiderend. Het zou beter voor me zijn als ik die gedachte niet had. De beertjes op de zak Bamsemums doen me glimlachen.

Tempo
De persoon voor me loopt sneller dan ik en dus loop ik niet in mijn eigen tempo. Op vlak terrein al niet fijn, maar hier op het moment even niets aan te doen. Met het glibberen valt het mee, ondanks de gekristalliseerde sneeuw op het ijs. Breuken, stroompjes en schijnbare gaten dwingen tot flink wat overstappen. Mijn eerste gletsjerervaring, maar totaal niet bang. De voorzorgsmaatregelen zijn immers puik in orde. Het wat buiten adem raken is wel irritant. De gids heeft het door en we lopen iets langzamer.

Hakken
Halverwege de gletsjer rusten we even. Tijd ook voor foto’s. Moed verzamelen voor de tweede helft die sterker oploopt met een bocht naar links, richting die rotsige puntneus. ‘Het wordt even steil dat laatste stuk op de gletsjer’, bevestigt Oddbjørn. ‘Loop in elkaars voetstappen.’ En, terwijl hij met een kleine houweel zwaait: ‘Waar nodig hak ik hier en daar een trede uit.’ Daar gaat-ie dan. Heftig. Geen keus. Blik vooruit. Lopen in het moment. En dan eindelijk rotsblokken. Kingsize, maar plots heerlijk om je aan op te trekken. Ze voelen lauw aan van de zon. Doorploeteren naar een vlakker stuk en ja, we mogen los. Plof, zitten. Het wordt snel drukker. Er zaten meer groepen op onze hielen dan ik dacht. Dit is een picknickplaats op 2050 meter, met allemachtig, wat een superbe uitzicht.

Lunch
Elke Noorse gids met eergevoel wil dat je mee doorgaat naar de top, maar wie dat echt niet ziet zitten, kan op dit punt wachten op de terugkomst van de anderen. Mits het mooi weer is en je goed warm gekleed bent. Veel warmer dan acht graden is het hier zelfs vandaag niet. Sommige wandelaars vleien zich neer op de stenen in de zon. Ook ik ga plat voor een power nap. En neem tijd voor mijn lunch. Stevige boterhammen van de Bakeriet in Lom. Chef-kok Morten Schakenda begon daar in 2004 de bakkerij die nu in het hele land een naam is.

Raften
Natuurlijk kun je bij Schakenda ook koffie drinken of een lunch gebruiken. Fijn tussen het sightseeën door. Van Loms geurig houten staafkerkje bijvoorbeeld dat al 900 jaar het pittoreske focuspunt in de vallei is. Of het Norsk Fjell-en dorpsmuseum. De Bøvre-rivier die woest onder de brug door het dorp trekt, voerde direct mijn stoere voornemen om te gaan raften af. Dat doen we dus echt niet. En daarom zit deze quasi-avonturier nu hoog en droog op een berg.

De Noren blijven maar aan me voorbijtrekken. Waarom ben ik toch zo onder de indruk van ze? Van jongs af aan leven ze dichter bij de natuur dan Nederlanders. Alle gemakken die wij kennen, kennen zij ook, maar met de elementen weten ze eveneens raad. Scholen organiseren kampen in de natuur waar de kleine Wickie de Viking (jongen/meisje) precies leert hoe je overleeft in het woud. Door kruipbramen te eten, een forel te vangen, een vuur te stoken. De eland die vader meesleept van de jacht hoort bij het leven. Zo ontstaat een soort moderne oermens. Petje af.

Multiculti
Wie als niet-Noor hier opgroeit, boft en doet gewoon mee. Inburgering met een wilde bite. En dus zie ik vele gekleurde scholieren, Afrikanen en Hindoestanen op de Galdhøpiggen. En Enisa (15) uit Bosnië. Met haar Noorse vriendin Karoline (14) blijft ze hier wachten tot de rest van hun groep weer terugkomt van de top. Ze had er gewoon geen zin in vandaag. Karoline is al meerdere keren boven geweest. Net als andere schoolkinderen verzamelt ze bergtoppen, maar deze had ze al binnen. Die middag gaan ze naar Lom waar ze in een school overnachten. Morgen reizen ze weer terug naar hun huis in Hønefoss.

Dringen
Over de laatste gang naar de top kunnen we kort zijn. Niet over nadenken. Doen. Simpelweg de ene voet voor de andere zetten. In de cadans van Noorse kinderen die strikt achter elkaar moeten blijven lopen en zo gestaag en gecontroleerd die pieken te boven komen. Na ook hijsen, hijsen, hijsen over rotsblokken, nog weer sneeuw, en nog weer rotsen. En zo door. Maar uiteindelijk is-ie daar, de top, binnen de voorspelde vijf uur inspanning. Opluchting en trots overvallen een mens, zelfs al weet hij dat hij feitelijk geen topprestatie heeft geleverd. Een beetje dringen is het wel. Voor de koffie bij dat stenen hutje waarin één Noorse werknemer zes dagen per week verblijft. Zes dagen!

Mijn gids wijst op de berg verderop: ‘De Glittertind is met 2464 meter de op één na hoogste berg van Noorwegen. Voor de Noor is-ie uiteindelijk een interessantere berg om te bewandelen, want hij is rustiger, gevarieerder en heeft een hogere gletsjer. De Galdhøpiggen is ronduit makkelijk.’ Natuurlijk moet iedereen nog op de foto. Een enkeling doet heimelijk een territoriumplasje in de sneeuw. Het is tijd voor de afdaling. Die gaat twee keer zo snel, maar levert ook heus nog trillende benen op. Door vermoeidheid, onwennigheid, verzuring. Kolonnes stappende stipjes vormen slingerende zwarte kralenkettingen over de gletsjer. In de stukken door de sneeuw komt het nu wel tot een glij- en bijna valpartij. Bergafwaarts lopen is niet per se makkelijker.

Rendierjagers
Een poortje van rotsblokken markeert de bewoonde wereld. Bijna in het zicht van de Juvasshytta wacht nog een cadeautje. Oddbjørn wijst naar een groep wilde rendieren aan de horizon. Zwarte gedaanten met geweien langs een sneeuwwand. ‘Ze lopen de koude tegemoet, het is vandaag te warm voor ze.’ Hij leest hun gedrag zoals de prehistorische rendierjagers dat hier vroeger deden, zo stel ik me voor.

Beneden passeer ik het standbeeld van Knud (‘dag Knud!’) en gebaart zijn levende collega me naar een lange houten promenade verderop. ‘Daar, in het Mímisbrunnr Klimaatpark van Jotunheimen, ligt een man-made ijstunnel.’ Dat kan er nog wel bij, vanuit Noors perspectief. Die bergwandeling is gewoon maar één onderdeel van een dagje sightseeing. Bikkels.

Het lijkt me eerder tijd voor een knappend haardvuur, sterke drank, bessenmoes, flatbrød en elandgoulash. En een goed gesprek. Want even in alle eerlijkheid. Dat laatste stuk naar de top heb ik nooit volbracht. Ik heb mijn aanval gevisualiseerd en genoteerd voor de volgende Noorse reis. Want ik zal hem krijgen, die Galdhøpiggen. Hij is de machtige moeite waard.

(geactualiseerde informatie; oorspronkelijke artikel uit: 2013)

3 reacties

  1. leuk verhaal; ik was overtuigd dat je op de top had gestaan ondanks mijn ‘voorkennis’.

  2. Haha Bram, dank je wel! De kracht van verbeelding hé?

  3. Bijzonder leuk en opwekkend verhaal; je wordt zo naar de top toe gepraat. Het leuke is inderdaad dat deze hoogste berg van een land zo haalbaar is voor velen. En ja Mariette; ik weet zeker dat je met een beetje meer rust het ook gehaald zou hebben. De vaart zat er nu eenmaal te veel in. Maar het gaat uiteindelijk om de belevenis en zeker niet om de snelheid.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.