Natuurgebieden: Parque Natural do S.W. Alentejano e Costa Vicentina

Tekst: Jan van der Straaten    Foto's: Saxifraga, verschillende fotografen

Kaart

Praktische informatie

Bereikbaarheid en verblijf
Het massatoerisme heeft ook zijn voordelen. Zo zijn er goedkope en frequente vluchten naar Faro, dat centraal in de toeristische Algarve gelegen is. Vanaf Faro rijden bussen naar het park maar het is effectiever op het vliegveld een auto te huren.
In Sagres is voldoende aanbod van hotels, kijk op Trivago of Booking.com. Er is ook een prachtig gelegen camping.

Periode
De beste periode is april-mei. Dan staan de planten volop in bloei, de temperatuur is aangenaam en de overnachtingsprijzen zijn laag.

Wandelen
Er lopen twee langeafstandspaden door het park: een langs de kust en een meer door het binnenland. De LAW’s zijn in het geheel maar ook in etappes te lopen.

Informatie
De volgende twee websites geven algemene informatie over het park:
http://www.costavicentina.nl/page/het-park
http://www.wandeleninportugal.info/natuurpark_costa_alentejana.htm.
Wie geïnteresseerd is in specifieke achtergrondinformatie over regionale flora en fauna:


Finding Birds in South Portugal, door Dave Gosney is niet verkrijgbaar bij Bol.com. U kunt de gids bijvoorbeeld bestellen bij Veldshop.nl. De prijs bedraagt daar € 9,97.


Artikel

Print Friendly

De naam Algarve in Zuid-Portugal zal voor de meeste natuurliefhebbers niet als muziek in de oren klinken. Al snel valt de term massatoerisme, waarbij rust ver te zoeken is. Die mening over de Algarve is deels correct, maar gaat niet op voor de kust westelijk van Lagos.

In 1995 is in de westelijke Algarve het Parque Natural do S.W. Alentejano e Costa Vicentina in het leven geroepen. Sagres is daar de belangrijkste havenstad in het uiterste zuidwesten van Portugal. Vanaf Sagres omvat het park de kuststrook oostelijk tot Burgau, een afstand van ruim tien kilometer. Naar het noorden is de beschermde kuststrook ongeveer tachtig kilometer lang. De totale oppervlakte van het park is ruim 700 km2. Daarmee is dit de best beschermde kuststrook van Europa.

Met de dood bedreigd
In dit park mogen geen nieuwe gebouwen worden neergezet, tenzij het gaat om de vervanging van een bouwval; hoogbouw is hoe dan ook niet toegestaan. Het begrenzen van het park is niet eenvoudig geweest: er is erg veel druk geweest vanuit de hotellobby’s om zo’n park te verhinderen. Initiatiefnemers zijn met de dood bedreigd.
Toch is het gebied nauwelijks geschikt voor massatoerisme. Hoewel deze streek een Middellandse Zeeklimaat heeft, ligt het open naar de zuidelijke Atlantische Oceaan. De weersystemen van de Atlantische Oceaan botsen hier op die van de Middellandse Zee. Het gevolg is dat de kust oostelijk van Lagos onder de volle invloed staat van de oceaan. Stormen en hoge golven zijn het resultaat. Langs deze kust waait het bijna altijd en vaak heel hard. Wie zich een voorstelling van zo’n klimaat wil maken, kan op You Tube de termen Sagres en Hercules intikken. Dan krijg je een serie filmpjes van deze januaristorm van 2014. De kliffen op de filmpjes zijn ongeveer tachtig meter hoog en de golven gaan nog tientallen meters hoger. Het gebied om Sagres is dan ook één van de bekendste surfplekken van Europa. De gebieden met massatoerisme in de Algarve liggen allemaal in de luwte en hebben daardoor weinig last van de Atlantische winden.

Rotsen, schist en zandsteen
De kusten van het park verschillen sterk van die in de oostelijke Algarve rondom Faro. Daar is de kust laag, zijn duinen en kustmoerassen. In het park is de kust rotsachtig met kliffen, die bijna honderd meter hoog kunnen zijn. De rotsen vormen geen bastion:  op veel plaatsen kun je tussen de rotsen door afdalen naar de vele strandjes. Op sommige plekken gebruiken kleine riviertjes of beekjes die doorgangen om in zee uit te monden. Er liggen kleine dorpjes, waarvan de inwoners van oudsher leefden van eenvoudige landbouw en kustvisserij. De huizen werden vaak zo gebouwd, dat de sterke winden er geen vat op konden krijgen. De laatste decennia zijn veel inwoners uit deze dorpjes vertrokken naar plekken waar meer werk te vinden is.
De rotsige kuststrook is meestal slechts enkele kilometers breed. De rotsen grenzen in het oosten aan akkertjes. Die bestaan voornamelijk uit schisten: afzettingsgesteentes, die later onder druk en bij hoge temperaturen zijn omgezet in de huidige afzettingen. Men noemt dat een metamorf gesteente. Het valt op, dat de stenen die je op verschillende strandjes en rotspartijen ziet, er verschillend uitzien, hoewel ze dezelfde oorsprong hebben. Soms zijn ze gelig of juist heel donker en sommige zijn roodachtig door het ijzer dat in het gesteente zit.
Die hoge druk en hoge temperatuur hangt samen met periodes van gebergtevorming. De meeste gebergtes in Europa zijn, geologisch gezien, relatief jong. Zo zijn de Alpen tussen vijftig en honderd miljoen jaar geleden omhoog gedrukt. In Portugal en Spanje ligt dat meestal anders. De schisten van de Algarve zijn heel oud; ze zijn driehonderdvijftig tot vijfhonderd miljoen jaar geleden gevormd. Er heeft dus heel lang erosie van deze rotsen plaatsgevonden, wat ook te zien is aan de vele doorgangetjes tussen de rotsen naar het strand.
Het zand van die strandjes blijft door de harde Atlantische wind niet op zijn plek. Het wordt plaatselijk hoog tegen de kliffen omhoog geblazen. Je kunt hoog boven de zee zandige duintjes vinden, vastgeklemd tussen de rotsen. En ook op het vlakke deel iets verder van de kust liggen op de rotsen kleine duintjes.
De rotsen oostelijk van Sagres zijn niet zo oud. Ze bestaan meestal uit zandsteen, dat ongeveer honderd miljoen jaar geleden is gevormd. De zandsteen is relatief zacht. De kust is daar dan ook niet zo steil en er liggen westelijk van Burgau moerasjes, waarin je ringslangen en Mediterrane boomkikkers kunt vinden.

De planten op de rotsen
De rotsen langs de kust zijn lang geleden gevormd. Daardoor heeft de vegetatie op deze rotsen gedurende een heel lange periode de mogelijkheid gehad zich te ontwikkelen. Dat is nu nog goed waarneembaar. In het park komen namelijk twaalf endemische soorten voor, soorten die alleen hier en nergens anders voorkomen. Het ontstaan van endemische soorten vraagt veel tijd: er is niet zo maar in één keer een nieuwe soort ontstaan. Bovendien dient zo’n gebied ook langdurig van andere biotopen geïsoleerd te zijn geweest. Zonder isolatie en tijd kunnen zich geen nieuwe soorten ontwikkelen. Zo hebben deltagebieden als Nederland zelden de mogelijkheid gehad nieuwe soorten te ontwikkelen. De tijd was te kort en in moerasgebieden kan het genetisch materiaal zich via het water zonder problemen naar alle uithoeken verspreiden.
De steile rotsen naar de zee toe hebben zelden een vegetatie van enige betekenis. Aan de bovenkant van de rotsen, waar het weer een beetje horizontaal wordt, groeien de planten. Als er weinig humus of zand op de rotsen ligt, stelt dat niet veel voor. Als er meer humus is, groeit er een vegetatie die we meestal aanduiden als garrigue, dat is een vegetatie met lage struikjes. Ze zien er niet altijd als struikjes uit, maar ze hebben een houtige stengel. In april-mei is het op veel plekken een grote bloemenzee. Zelfs een geoefend botanist zal veel van die soorten niet herkennen: je komt ze namelijk niet overal tegen. Het merendeel van deze soorten is kenmerkend voor dit deel van Portugal. Op veel plaatsen staan panelen met afbeeldingen en namen van de in de omgeving bloeiende soorten. Als je daarvan een goede foto neemt, kun je die later gebruiken voor het op naam brengen van planten op je andere foto’s.

Vogels
Als je in mei langs de kust in de garrigue onderweg bent, zul je moeite hebben vogels waar te nemen. In de struikachtige vegetatie broeden de brilgrasmus, kleine zwartkop, Provençaalse grasmus en baardgrasmus. Al deze soorten hebben een krassende zang en je ziet ze meestal maar heel kort. Wordt daar maar eens wijs uit.
In het voorjaar is er op zee weinig activiteit te bespeuren. Er vliegen geelpootmeeuwen voorbij. Ze lijken erg op Nederlandse zilvermeeuwen, maar hebben gele in plaats van roze poten. Rondom het oog zit een rode ring. Als je de verschillen met zilvermeeuwen goed wilt zien, moet je naar de haven van Sagres gaan. Daar zitten volop geelpootmeeuwen en je kunt ze van dichtbij bekijken.
Het overgangsgebied tussen de rotsen en de akkers geeft de meeste kans op vogels. Daar heb je struiken, open grond, allerlei gewassen en grasveldjes. Daar vind je kneu, roodborsttapuit, hop, grauwe gors, roodkopklauwier en blauwe ekster.
Als je graag veel aparte vogelsoorten wilt zien, kun je beter in de herfst naar Sagres gaan. De trek is dan in volle gang en er passeren allerlei soorten zeevogels. Sommige gaan bij Sagres naar het oosten de Middellandse Zee in, andere geen rechtdoor naar Afrika. Een telescoop kan je bij het opzoeken van de trekkende vogels zeer van pas komen. Overigens gaat het dan niet alleen om zeevogels, ook roofvogels passeren.

November 2016

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.