Mondriaan aan ’t Schone Gein

Tekst: Hans Cuppen    Foto's: Heleen Oele, Joke Apswoude

Kaart

Praktische informatie

Wij liepen in totaal circa 8 kilometer: 4 kilometer over Gein-Noord, 4 kilometer over Gein-Zuid.

Abcoude heeft een NS-station en is dus met de trein bereikbaar

Horeca in Abcoude. Ter hoogte van de Wilhelminabrug is het café-restaurant Anna Haen in Anna’s Hoeve (Gein-Zuid 23).

Wij lieten ons gidsen door ‘In het voetspoor van Mondriaan en Olie, wandelen en fietsen langs het Gein’. Het boek uit 2004 is nog slechts tweedehands te koop.


Artikel

Print Friendly

Het Gein inspireerde door de eeuwen heen talloze kunstenaars. Hoog tijd om zelf eens af te reizen naar Abcoude om er te wandelen langs het riviertje.

Een zaterdag in februari. We parkeren de auto bij het café-restaurant van Anna Haen aan het Gein. We willen over Gein-Noord naar Abcoude lopen, daar lunchen en over Gein-Zuid terug wandelen naar de auto.

Holland op zijn mooist
We laten ons gidsen door ‘In het voetspoor van Mondriaan en Olie’, een informatief boekje met cultuurhistorische informatie over het Gein. Het riviertje Gein spreekt kennelijk tot de verbeelding, kunstenaars laten zich er namelijk eeuwenlang door inspireren. Cats tekende er al in de achttiende eeuw. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontdekten schilders als Roelofs en Gabriël van de Haagse School het Gein. Jacob Olie, pionier in de fotografie, legde aan het begin van de vorige eeuw het dagelijks leven langs het riviertje vast. In diezelfde tijd bezocht Piet Mondriaan frequent het Gein. Toen nog als figuratief schilder werkte hij ‘naar de natuur’ en vereeuwigde tientallen plekjes. Ook schrijvers kwamen er graag, om er te wandelen en er zich te verpozen. Zo noemde Jac. P. Thijsse ‘het veelgeprezen Gein een smal watertje, maar zoo mooi begroeid en zoo dikwijls en zoo goed geschilderd, dat bij het woord alleen iedereen dadelijk al denkt aan Holland op zijn mooist. Dat is dan ook volkomen juist’.

Boter, melk en kaas
Superlatieven te over. Het wordt tijd om te gaan wandelen. Aan beide zijden volgt een asfaltweggetje de loop van het water, Gein-Noord en Gein-Zuid. We nemen de Wilhelminabrug. In 1908 besloot Abcoude’s Belang tot de aanleg ervan, onder andere ter bevordering van het toerisme (toen al!). Op Gein-Noord zijn we ons ervan bewust dat aan de rechterzijde Amsterdam-Zuidoost moet liggen, maar de mistige atmosfeer laat ons in de waan dat het Gein door een eindeloos en ongerept weidelandschap stroomt. Af en toe moeten we aan de kant voor een passerende auto of trekker. Dat biedt ons dan de gelegenheid het boekwerkje te raadplegen. De overwegend agrarische bevolking, zo lezen we, legde zich vooral toe op veeteelt en de productie van boter, melk en kaas. Een enkele boerderij heeft zichtbaar geleden onder de tand des tijds, maar veruit het meeste historische erfgoed dat we passeren is goed geconserveerd en staat er perfect onderhouden bij. Het kan haast niet anders dan dat de historische panden, inclusief leilinden en prachtig gedecoreerd gietijzeren hek- en smeedwerk, met namen als Rundervreugd, Geinlust, Land houdt stand, Bijlmerlust vandaag de dag een godsvermogen kosten.

Stationsgebouw
Vlak voor we het historische Abcoude binnen wandelen, kruisen we de spoorlijn tussen Amsterdam en Utrecht, met dagelijks meer dan driehonderd treinen een van de drukste trajecten in Nederland. Een jarenlange lobby door natuurorganisaties leidde uiteindelijk tot een spoortunnel onder het Gein, waardoor de loop van de rivier gelukkig ongemoeid bleef. Het monumentale en witte stationsgebouw uit 1871 waarin ooit spoorwegpersoneel woonde heeft de toenmalige sloopwoede overleefd en staat er nu enigszins verloren bij. Het robuuste gebouw heeft een herbestemming gekregen en doet onder de naam De Witte Dame dienst als hotel. Door de Kerkstraat lopen we naar het centrum en passeren de H.H. Cosmas en Damianuskerk en even erna de Dorpskerk. De protestantse kruiskerk uit de vijftiende en zestiende eeuw is een lust voor het oog. We komen langs het punt waar het Gein aftakt van de Angstel. Bij Driemond, zes kilometer verderop, mondt het Gein overigens uit in de Gaasp.

Snoeien
Na de lunch heeft de zon de nevel verdreven en voelt het aan als voorjaar. We volgen de Stationsstraat en al snel doemt aan de linkerkant weer het Gein op. Nieuwbouwwoningen aan de overkant van het water contrasteren met de statige en historische panden aan de Stationsstraat. Niet veel later kruisen we opnieuw de ondertunnelde spoorlijn tussen Amsterdam en Utrecht en vervolgen onze wandeling, ditmaal over Gein-Zuid. We passeren een boerderij waarvan de bewoner bezig is een boom te snoeien en het hout te versnipperen. Zijn aangelijnde hond kijkt het tafereel vanaf het erf aan. ‘Het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht vond dat de takken te veel over het water hingen’, aldus de bejaarde man.
Nu de mist is opgetrokken zien we links van ons over het water Amsterdam-Zuidoost en in de betrekkelijke nabijheid de bekende contouren van het AMC en de Arena. Het is duidelijk dat we wandelen op de grens van stad en platteland. Maar voor nu richten we de blik vooruit op goudkleurige rietkragen, knotwilgen, statige populieren, een vriendelijk riviertje dat door een fraai weidelandschap meandert, een overvloed aan water- en weidevogels, en fraaie historische panden op beide oevers.

Delphine
Verderop doorsnijdt het Gein de Stelling van Amsterdam, een ruime cirkel van voormalige verdedigingswerken rond Amsterdam. De verhogingen in het groene landschap zijn duidelijk zichtbaar. Achter de aarden wal, die fort Abcoude (1883) met fort Nigtevecht (1893) verbond, konden kanonnen worden opgesteld.
Direct voorbij de restanten van de Stelling van Amsterdam staat de Oostzijdse Molen Delphine, gebouwd in 1874 en met als belangrijkste oorspronkelijke taak het bemalen van de Oostzijdse Polder. De molen heeft als zodanig dienst gedaan tot 1961, aansluitend is die taak overgenomen door een gemaal aan het Amsterdam-Rijnkanaal. De Delphine, waarvan de wieken er lustig op los draaien, staat er nu nog ‘slechts’ om toeristen zoals wij te plezieren en bij te dragen aan het imago van ‘Holland op zijn mooist’, om Jac. P. Thijsse te citeren.

Theetuin
We passeren De Vink, nu een B&B, een eeuw geleden een uitspanning waar de bezoekers roeibootjes konden huren of op het terras aan het Gein iets konden nuttigen. De toenmalige eigenaar voer gedurende de zomermaanden met een motorboot naar de stations van Weesp en Abcoude om er toeristen op te pikken. Terwijl in vervlogen tijden dagjesmensen uit Amsterdam de theetuin van De Vink aandeden lopen door en schuiven aan op het terras van Anna Haen, honderd meter verderop.

Februari 2017

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.