Marskramers op de Handelsweg

Tekst: Hans Huijboom    Foto's: Hans Huijboom, Mieke van Gils

Kaart

Praktische informatie

Zie voor algemene informatie en info over accommodatie en kaartmateriaal: www.handelsweg.com en www.grenzerlebnisse.de/nl/shop, en: www.geheimoverdegrens.nl/fileadmin/seite/Broschueren/Handelsweg-NL.pdf

Openbaar vervoer
Vanuit de Randstad naar Bad Bentheim: intercity Amsterdam-Berlijn, reistijd twee uur en een kwartier.

Ter plekke: tussen Oldenzaal en Bad Bentheim: de Grenslandexpres, frequentie 1 keer per uur, soms meer. Ook op zon- en feestdagen. Tussen Bad Bentheim en de in deze wandelingen beschreven plaatsen Schüttorf en Salzbergen: de Westfalenbahn, zelfde frequentie, ook op zon- en feestdagen.

Van Losser naar Oldenzaal: Connexxion bus 64. In de ochtend- en avondspits 1 keer per uur, daarbuiten, dus ook in het weekend,1 keer per uur.

Kaartmateriaal
-Handelsweg Osnabrück-Deventer: set van drie kaarten met achtergrondinformatie, adressen van VVV’s en openbaar vervoer. 10 euro. Te bestellen via: http://www.handelsweg.com/.

Voor de hier beschreven wandeling: kaart 2, Rheine-Oldenzaal.

-LAW-gids Marskramerpad: links kaartjes, rechts beschrijving (in beide richtingen). Voor de hier beschreven wandeling: kaarten 1-4.

Markering
In Nederland: wit-rode GR-teken. In Duitsland: een witte T op zwart vlak.

Horeca
*Bad Bentheim: Grafschafter Stube, Schlossstraβe 16
*Hotel-café-restaurant Grossfeld, Schlossstraβe 6
*Hotel-café-restaurant Diana, An der Diana 15
*Gildehaus: Backhaus Ostmühle, Mühlenberg 6
*Vlakbij de grens: Gasthof Aarnink, Klosterstraβe 18
*Losser: Lunchroom-brasserie Harry Alink, Brink 12
*Oldenzaal: Café-bierlokaal de Engel, Markt 14


Artikel

Print Friendly

De winkel van Sinkel, jarenlang stond de term voor een winkel waar je alles kon krijgen wat je in het dagelijks leven nodig had. Naamgever is Anton Sinkel die in 1821 als marskramer in garen en band vanuit Westfalen Nederland was binnengelopen. In de eerste helft van de 17de eeuw waren grote delen van het Duitse Rijk verwoest. Als gevolg daarvan trokken veel boeren en ambachtslieden naar de welvarende (Gouden eeuw!) Republiek. Ze vonden werk op de VOC-schepen, in de walvisvaart, als ketellapper of turfsteker, maar vooral, in Friesland en Groningen, als landarbeider. Die laatsten werden ‘Hannekemaaiers’ genoemd, waarschijnlijk omdat velen van hen Hans of Johann heetten. Zie ook het artikel: Hannekemaaiers: de eerste gastarbeiders.

Vrijetijdswandelen
Rond 1880 was er onder andere als gevolg van de landbouwcrisis minder emplooi voor de hannekemaaiers. De routes raakten in onbruik, werden in de 20ste eeuw deels geasfalteerd. Na de opkomst van het vrijetijdswandelen in de jaren 1970 is een aantal routes herontdekt en beschreven als wandelroute. Zo kwam de stichting LAW met het Marskramerpad (van Bad Bentheim naar Den Haag, 360 kilometer), het Hannekemaaierspad (van Neurhede naar Lemmer, bijna 170 kilometer) en het Wiehengebirgsverband met de Handelsweg (van Osnabrück naar Deventer, 220 kilometer).

Bossen
Tijdens de natte en sombere kerstdagen van 2012 lopen we een aantal etappes van deze Handelsweg. We beginnen vlak voor kerstmis in het dorpje Salzbergen, zo’n twintig kilometer over de grens bij Oldenzaal. Vanaf het station is het twee km naar de route. Eerst gaat het kaarsrecht over een verharde asfaltweg langs een bosrand. Rechts een licht glooiend, verstild landschap.

Het uitgestrekte bosgebied van Samerrott brengt ons ineens in een andere stemming. Een kleine wereld, zelfs nu de blaadjes van de bomen zijn. Je kunt je goed voorstellen dat op verschillende momenten mensen hier hun toevlucht zochten, de Wederdopers begin 16de eeuw en de bewoners, inclusief de burgemeester, van Rheine, in de Dertigjarige oorlog een eeuw later.

In de Middeleeuwen was er bij een enorme boom een soort vergader- en gerechtsplek. De boom zelf is er niet meer, maar zijn omtrek is aangegeven door een kring van stenen. In het midden groeit nu een nieuwe boom. Een infopaneel doet de bewogen geschiedenis van boom en bos uit de doeken. Elders is ook een zogenaamde landweer te zien, een soort dijk van plaggen die is opgeworpen voor de drainage van dit laaggelegen moerassig gebied, maar die ook een militaire functie had.

Stoffenhandelaren
Via een park op de oever van de snel stromende Vechte (Vecht) belanden we in Schüttorf. Hier komen we het marskramerverleden tegen: een beeldje van een man met een rol textiel.Het is moeilijk voor te stellen dat hij in deze houding vele kilometers heeft afgelegd. Naast de deur van het raadhuis is een ijzeren staaf van 68 cm te zien, de ‘Schüttorfer Elle’, de lengtemaat die de stoffenhandelaren gebruikten.

De volgende dag zijn we met de trein vanuit onze standplaats, Bad Bentheim, weer snel terug op de route. Aan de Vechte staat bij Mansbrügge een vierkante toren uit de 14de eeuw. Zijn functie van bewaking en tolheffing is in een ver verleden opgeheven. Heden ten dage is hij ingericht als woning.

Beboste heuvels die we gisteren al zagen, komt snel dichterbij. Het landschap gaat meer glooien. In het bos wordt al gauw duidelijk dat we op een kamweg lopen. Ondanks het grijze weer, hebben we én naar rechts én naar links uitzicht. De kaart laat zien dat we op ruim 70 meter hoogte zitten.

Zandsteen en zwavel
Op de kaart vinden we de term Franzosenschlucht. Rechts gaapt een diepe afgrond. Langs de wand springt de gelige zandsteen in het oog. In deze Bentheimer Berge, zoals ze ook wel worden aangeduid, is vanaf het eind van de Middeleeuwen het steen gewonnen waar de raadhuizen van Osnabrück, Amsterdam, de Utrechtse Domtoren en zelfs ook de sokkel van het Vrijheidsbeeld in New York van is gebouwd.

Het openluchtmuseum waar we helemaal boven langs komen is gevestigd in zo’n voormalige zandsteengroeve. Daarna is het ook niet ver meer naar het centrum van Bad Bentheim, dat wordt gedomineerd door een enorme burcht met vele torens. Van hier uit werd eeuwenlang het graafschap Bentheim bestuurd. In de Middeleeuwen viel Bentem, zoals het toen nog heette, onder de graaf van Holland.

Bitterballen
Niet alleen de zandsteenwinning en de marskramers zorgden tijdenlang voor een band met Nederland, vanaf de 18de eeuw kwamen er ook veel bezoekers uit het westen voor heilzame baden, nadat er zwavelhoudende bronnen waren ontdekt. Veel toeristische informatie is tweetalig, naast Duits ook Nederlands, in de Grafschafter Stube zijn, speciaal voor de vele Nederlandse toeristen, ook bitterballen verkrijgbaar. Er is ook een museum, waar van alles te ervaren is met betrekking tot winning en gebruik van zandsteen. Helaas is het tussen half december en half januari gesloten.

Zandsteenkam
Na een verkwikkende nacht en dito ontbijt gaan we op pad voor de laatste etappe, Bentheim-Oldenzaal. Eerst gaat het omlaag via een kaarsrechte, verharde weg. Links en rechts hebben we een aardig, maar nog steeds grijs, uitzicht. De zandsteenkam loopt door tot en met het dorpje Gildehaus, waarvan we de kerktoren al snel kunnen ontwaren. Dichterbij gekomen blijkt hij niet aan de kerk vast te zitten. Het infobordje maakt duidelijk dat hij pas later als klokkentoren is ingericht. Oorspronkelijk was het een versterkt magazijn met woonhuis van een koopman.

Nog iets verder in dit welvarende dorpje (rijke Nederlanders?) lopen we tegen de imposante Ostmühle aan. Het is een van de drie molens die Gildehaus ooit telde. Hier zouden we bij een kop koffie en mooi weer een fraai uitzicht hebben, ware het niet dat de horecagelegenheid in de molen dicht is tussen Oud & Nieuw.

Overstroming
Dan maar verder langs een eerst nog half verharde, later verharde, kaarsrechte weg. We hebben hier nog een open, landelijk, lichtglooiend landschap tot Forst Bentheim. Een bosgebied dat voor een deel gebruikt wordt voor zandwinning. Eindelijk komen we dan in landelijk gebied, maar helaas… de Dinkel, een kronkelend riviertje net over de grens, blijkt buiten zijn oevers te zijn getreden, de weg naar de landgoederen Duivelshof en Boerskotten bij Oldenzaal is versperd. We kunnen gelukkig via een alternatief pad door een Wildschutzgebiet achter de zandgroeve langs. Het is wel zo leuk, want het is onverhard en kronkelt zich een weg door een bos in de richting van Gasthof-Reiterei Aarnink, nog net Duits grondgebied dus. De weg daarlangs voert naar een bruggetje over de Ravenshorster beek, tevens de grens.

Hannekerveld
Overal staan de landerijen hier geheel of gedeeltelijk onder water. Bospaadjes zijn onbegaanbaar, alleen de verharde weggetjes zijn droog. Er is sinds 1963 een speciale Permanente Grenswatercommissie om aan beide kanten van de grens maatregelen te nemen bij hoge waterstanden. De brug over de Dinkel (waar het water nog net onderdoor kan), is Nederlands. Dan is het een eitje naar Losser, dat we in de verte al zien liggen. De ook maar net droge, verharde Gildehauserweg die we volgen, voert ons langs sportvelden waarvan er een met de naam Hannekerveld. Ah, denk je dan, daar heb je ze weer. Blijkt dat, zo lees je in de informatie bij de kaart, hier de hannekemaaiers verzamelden om als groep (veiliger!) verder te trekken.

In het centrum van Losser bezoeken we nog even de plaatselijke horeca, en stappen dan op de bus. Verder doorlopen naar Oldenzaal zou nog zeker 6 à 7 km zijn. Dat zou het totaal van deze derde dag op 26 brengen, met de omleiding erbij nog langer. Iets te veel van het goede. Al met al zijn we in drie dagen zo’n 40 km, aanloopjes meegerekend, in de voetsporen van onze handeldrijvende voorgangers getreden.

De schrijver van dit artikel, Hans Huijboom, is auteur van het onlangs verschenen boekje Lichtvoetig&Loodzwaar, Uitgeverij Free Musketeers, ISBN 904842688X. Verkrijgbaar bij Pied a Terre, Plantage en Boek ’n Plank (Amsterdam) en bol.com.

2013

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.