Lofzang op de Leiestreek

Tekst: Hans Cuppen    Foto's: Joke Apswoude

Kaart

Praktische informatie

De beschreven regio ligt circa 200 autokilometers (2 uur rijden) van Utrecht.

Klik hier voor toeristische informatie over de Leiestreek en overnachtingsmogelijkheden. Ook zijn via de website kaarten en brochures te bestellen.

Wij hebben de Gust de Smet wandelroute in Deurle gelopen (kaart kost € 2).

Aan de hand van het wandelnetwerk Land van Mortagne (kaart kost € 6) hebben we vanuit Kooigem een wandeling van 10 kilometer samengesteld langs de volgende knooppunten: 44-45-46-58-59-60-77-76-75-74-73-62-61-44.

In Kortrijk hebben we een stadswandeling van ruim 4 kilometer gedaan. De routekaart heet Metamorfose van de stad en kost € 2.

Klik hier voor informatie over bierbrouwerij Van Honsebrouck.
De brouwerij is te bezichtigen en verzorgt van maandag tot en met vrijdag rondleidingen om 10.30, 14.00 en 16.30 uur. Op zaterdag enkel groepsbezoeken (vanaf 25 personen) mogelijk om 10.30 uur.


Artikel

Print Friendly

In de Schelde monden talloze rivieren uit. Zo ook de Leie, die zich een weg baant door het aantrekkelijke Vlaamse landschap. De Leiestreek is niet voor niets één van Vlaanderens toeristische attracties!

Het is half september. De meteorologische herfst is alweer twee weken op gang, toch gaat West-Europa gebukt onder het juk van een heuse hittegolf met temperaturen boven de dertig graden. Niet echt wandelweer, toch reizen we af naar Vlaanderen, voor enkele dagen wandelen in de Leiestreek.

Meanderen
De Leie ontspringt in het Noord-Franse Lisbourg (vandaar de Franse naam Lys) en mondt in Gent uit in de Schelde. De helft van de tweehonderd kilometer lange rivier stroomt over Frans grondgebied, de noordelijke helft door België. De Leiestreek, het gebied tussen Kortrijk en Gent, ligt in de provincies Oost- en West-Vlaanderen. Om de scheepvaart over het Belgische deel te bevorderen is de Leie op een aantal plekken gekanaliseerd. Zo verbindt het Kanaal Bossuit-Kortrijk de Leie met de Schelde en het Schipdonkkanaal de Leie met het kanaal Gent-Brugge. Maar gelukkig mag de Leie ten zuiden van Gent nog vrijelijk meanderen.

Welvarend Deurle
We starten onze kennismaking met de Leiestreek in Deurle, een kilometer of tien zuidwestelijk van Gent en in 2008 verkozen tot het mooiste dorp van de provincie Oost-Vlaanderen. We parkeren de auto in de Dorpsstraat voor de Sint-Aldegondiskerk uit 1831. Aangezien de kerkdeuren geopend zijn, steken we zoals we dat gewoon zijn binnen een kaarsje op. Ook schuilen we er eventjes tegen de hitte.

Tegenover de kerk staat de ommuurde pastorie. De authentieke panden maken van de Dorpsstraat een lust voor het oog. Het voormalige gemeentehuis is vandaag de dag herberg d’Ouwe Hoeve. Wat nu Brasserie-Hotel In ’t Boldershof is, was al rond 1800 een uitspanning met café, dorpswinkel, bakkerij en houthandel. Vanuit de Dorpsstraat beginnen we de wandelroute die is vernoemd naar de lokale kunstschilder Gust de Smet (1877-1943), die vanzelfsprekend begraven ligt op het plaatselijke kerkhof.

Tijdens de wandeling wanen we ons in Aerdenhout of Wassenaar. We lopen door prachtige lommerrijke lanen met oude eiken en beuken en met aan weerszijden luxueuze villa’s en landgoederen. Deurle is niet alleen fotogeniek maar ook zeer welvarend.
Na de wandeling dalen we af naar lagere sferen om nog even een blik te werpen op de Leie, die onderlangs Deurle stroomt.

Mig 23
De volgende dag rijden we een kilometer of dertig stroomopwaarts. Ons doel is Kooigem, een dorp zuidoostelijk van Kortrijk en niet ver van de grens met Frankrijk. Kooigem was op 4 juli 1989 wereldnieuws toen een onbemand MiG-23-gevechtsvliegtuig neerstortte op een woning, waarbij één van de achthonderd inwoners van het dorp het leven liet. De Vlaamse schrijver Tom Lanoye schreef over het vliegtuigongeluk de novelle Heldere hemel, in 2012 uitgebracht als Boekenweekgeschenk.

Vandaag lijkt zelfs het gehele dorp uitgestorven als we even na tienen de auto parkeren naast de Sint-Laurentiuskerk, oorspronkelijk uit de middeleeuwen. Omdat het een ideaal uitkijkpunt was, werd de kerktoren in 1918, vlak voor het einde van de Eerste Wereldoorlog, door vluchtende Duitsers vernield. Op het kerkhof liggen naast lokale overledenen ook vijftien Engelse soldaten begraven. De huidige kerk dateert uit 1924. Op het schilderachtige pleintje voor de kerk staan twee reusachtige honderd jaar oude kastanjebomen die ons bekogelen met bolsters en kastanjes; volgens de kalender is het immers herfst. Tijdens het bombardement komt de waardin uit haar cafeetje St. Laurentius om haar terrasje uit te stallen.

We nemen plaats onder een parasol; ook vandaag belooft het een tropische dag te worden. Ik lees op een bordje dat we binnen moeten bestellen. Ik volg de waardin haar café in en bestel twee kopjes koffie. Aan de toog zitten drie bejaarde mannetjes aan een kriek. Aan de muur van het café hangen historische zwart-wit foto’s van Kooigem. Het straatbeeld van weleer oogt even verlaten als dat van vandaag de dag.

Katholieke streek
Na de koffie gaan we op pad. Door de Molentjesstraat verlaten we het dorp. We volgen knooppunten van het West-Vlaamse wandelnetwerk Land van Mortagne, globaal het gebied tussen Leie en Schelde en voornamelijk gebruikt voor landbouw.
Wat is het toch een heerlijkheid om te wandelen in een landschap als dit! Glooiend, leeg, met boerenhoeven, beekjes, landweggetjes, hier en daar wat bos. En dan natuurlijk kerktorens rondom aan de horizon en talloze kapelletjes. Ja, het is duidelijk dat we in een van oorsprong katholieke streek lopen. De kerktoren van Kooigem vormt de gehele wandeling een baken om op te vertrouwen.

Menselijk ras
Het is heiig. Daardoor krijgt het landschap een dromerig karakter en vergezichten zijn waarschijnlijk nog fraaier dan bij helder weer. Kleuren vervagen in grijstinten. We kijken ver weg in een weids boerenlandschap. Overal zien we nog velden met maïs. Normaal wordt het gewas begin september geoogst. Vanwege het koude voorjaar, de droge julimaand en de overvloedige neerslag in augustus wordt de maïs dit jaar waarschijnlijk pas begin oktober geoogst, zo laten we ons door een boer vertellen.

Over onverharde landweggetjes zijn we op weg naar de Tontekapel. Het kapelletje was door de eeuwen heen een bedevaartsoord. Tot de Eerste Wereldoorlog werd jaarlijks in de maand mei een parochiale bedevaart naar de kapel georganiseerd. Aansluitend was er kermis.
De gehele wandeling overheersen rust en stilte. Geen vliegtuigen. Geen jankende brommers. Het valt ons weer eens op dat de mens zich in een lege natuurlijke omgeving als deze veel vriendelijker en socialer gedraagt dan in de grote stad. Een boer op een trekker steekt zijn hand op ter begroeting, een spaarzame passant zegt ons gedag.

We lunchen op een bankje aan de rand van het Grandvalbos en kijken uit over gele koolzaadvelden, velden met maïs en omgeploegd akkerland. Op de achtergrond zien we de kerktoren van Kooigem en rechts aan de horizon de kerktoren van IJzeren Hand. Via Vijfkeer – ontleent het gehucht soms zijn naam aan de vijfsprong van wegen? – keren we terug naar Kooigem, waar het nog even uitgestorven oogt als enkele uren ervoor.


In Emelgem (Izegem), een kilometer of tien ten noorden van Kortrijk staat langs het Kanaal Roeselare-Leie bierbrouwerij Van Honsebrouck. De familie Van Honsebrouck brouwt al generaties bier en laten zij nu net mijn favoriete bier brouwen…
De brouwerij op de oude locatie in Ingelmunster barstte uit zijn voegen. De nieuwbouw in het nabij gelegen Emelgem is juist gereed. Om half vijf sluiten we aan bij een rondleiding voor een gezelschap van dertig bejaarde Vlamingen. Wij zijn de enige Nederlanders. We beginnen bij de splinternieuwe en glimmende ketels waarin de grondstoffen water, mout, hop en gist worden omgetoverd tot bijna dertig smakelijke soorten bier. Anderhalf uur later eindigt de rondleiding met een proeverij. We houden het bij één glaasje Kasteel Rouge, er wacht ons namelijk nog een autorit.

Kortrijks werelderfgoed
De laatste dag van ons bezoek aan de Leiestreek maken we een stadswandeling door het West-Vlaamse Kortrijk, een stad met vijfenzeventigduizend inwoners. We zoeken eerst de Leie op, die zich door de stad een weg baant. Op de kades pronken historische panden. Ten behoeve van een ‘interessante beleving van het water’ worden de komende tijd de kaaimuren verlaagd tot een halve meter boven het waterniveau van de Leie. Op een promotiedoek langs een van de kademuren zien we hoe de toekomst van de Leieboorden eruit gaat zien.

De met kinderhoofdjes geplaveide Broelbrug wordt geflankeerd door de robuuste broeltorens, die in de middeleeuwen tot de stadsvesting behoorden. Via de vroeg-gotische Onze-Lieve-Vrouwekerk (geopend!) uit de dertiende eeuw lopen we naar het schilderachtige Sint-Elisabethbegijnhof, dat in 1998 door Unesco op de werelderfgoedlijst werd geplaatst. Langs de Sint-Maartenkerk uit de vijftiende eeuw (ook met geopende deuren!) lopen we naar de Grote Markt.

De hittegolf heeft gelukkig de aftocht geblazen. De temperatuur is gedaald tot twintig graden en daardoor is het heerlijk terrasjesweer. We bestellen koffie en kijken rond terwijl de stad ontwaakt. We lezen dat door de invloed van twee Italiaanse stadsarchitecten op de Grote Markt ‘de impact van de auto drastisch is verminderd’. De overvloed aan vrachtauto’s doet echter anders vermoeden. Maar wellicht zijn we er juist op een tijdstip dat het is toegestaan de horeca te bevoorraden.

Langs het stadhuis en de Belfort (ook werelderfgoed!) uit de dertiende eeuw vervolgen we onze wandeling en zoeken even later de auto op. Over de snelweg huiswaarts passeren we een bord waarop de Leiestreek onder de aandacht wordt gebracht. De gemiddelde automobilist zal het bord voor kennisgeving aannemen; wij weten wel beter!

September 2016

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.