Landlopen over Brabantse grenzen

Tekst: Liesbeth Vermeulen    Foto's: Liesbeth Vermeulen

Praktische informatie

Hoe er te komen
Grensgebieden zijn vaak slecht in openbaar vervoerverbindingen, zo ook hier. Vanuit Tilburg of Breda (NS-stations) gaat buslijn 132 naar Baarle. Vanuit Baarle is buslijn 458-459 naar Hoogstraten (B) afgestemd op begin- en einduren van scholen en bedrijven. Buslijn 460 gaat van Baarle naar Turnhout. Meer info: www.delijn.be. Leuker en makkelijker is het om een fiets te huren of mee te nemen en het Bels Lijntje te volgen.

Kaarten en routes
Bezoekerscentrum De Klapekster: do t/m za van 13 tot 17 uur, zondag tot 18.00 uur.  www.natuurpuntmarkvallei.be.   Hier zijn A-4 prints van wandelroutes in de kolonie te verkrijgen, en routes in de vallei van het Merkske (en koffie of trappist).

VVV Baarle-Nassau heeft diverse wandelroutes door de grensstreek. Hier ook info over de door Staatsbosbeheer uitgezette Laarzenpaden: www.vvvbaarle.nl

Wij liepen de Zondereigenwandeling nr. 6 van Toerisme Merksplas (13 km, in te korten).

 


Artikel

Print Friendly

Soms is het goed dat er grenzen zijn. Niet alleen omdat ze leuk zijn om te overschrijden, maar ook omdat ze soms ontwikkelingen tegenhouden waar je later blij om bent. Zoiets is van toepassing op de grens van Brabant en onze zuiderburen, meer specifiek onder Baarle Nassau-Hertog, een plaats die grenzen zo ongeveer tot core business heeft verheven.

Hier vormt het beekje het Merkske de grillige scheidslijn met België. Juist omdat bestuurders het niet eens konden worden over de ruilverkaveling, die weliswaar efficiënt was maar het landschap in grote rechte stroken verdeelde, bleef het Merkske vrolijk meanderen. De smalle beek ontspringt als Noordermark in Vlaanderen, aan de Nederlandse zijde mondt het Merkske uit op de Mark. Doordat het beekdal lange tijd in de vergeethoek is gebleven, kon de natuur aan beide kanten van de grens jarenlang zijn gang gaan. Niet alleen vind je er de meest zeldzame plantensoorten, ook vertoeven er graag allerlei soorten vogels. In het beekdal tref je schraallanden, bloemrijke hooilanden, rietlanden en akkers aan.

Schraalgraslanden
In België wordt het gebied beheerd door Natuurpunt Markvallei, bij ons door Staatsbosbeheer. Gelukkig wordt er nu wel samengewerkt om de diversiteit van het landschap te verbeteren. Binnenkort maakt het gebied deel uit van een uitgestrekt, aaneengesloten en grensoverschrijdend natuurterrein. Zo moet het beekpeil (nu inderdaad slechts een laagje water) hoger worden en moeten de beemden natter, wat de flora ten goede komt. Verder komen er meer schraalgraslanden door het afgraven van de bovenlaag. Ook keren poelen en oude vennen terug of worden hersteld.

Landloperboerderij
Op de allereerste zondag van het nieuwe jaar gaan we eerst naar Bezoekerscentrum De Klapekster in het Belgische Wortel-Kolonie voor informatie over het gebied en wandelroutes. Dit centrum draait op vrijwilligers van de organisatie Natuurpunt, die zich beijvert voor meer natuur in Vlaanderen. De naam Kolonie heeft een intrigerende klank. Het blijkt een heel complex te zijn, een dorp op zichzelf, dat in vroeger tijden ‘landlopers’ huisvestte. Voorheen was het gebouw waar De Klapekster in gevestigd is een deel van de oude landloperboerderij.

Armlastige families
Na het succes van de landloperskolonie begin 19de eeuw in Drenthe startte hier een gelijksoortig project. In de grote heidevlakten ten oosten van Wortel, een gebied van 516 ha, begon in 1822 de bouw van tientallen kleine hoeven die armlastige families zouden gaan huisvesten. Zeven jaar later telde het dorp 636 bewoners. De ex-landlopers moesten hun gezin onderhouden. Ook moesten zij op den duur als zelfstandige boer verder gaan om zo aan de vicieuze cirkel van armoede en ellende te ontsnappen. Maar dit plan mislukte: de meeste gezinnen die hier werden geplaatst, kwamen uit de stad en hadden geen notie van de boerenstiel. Er volgde een lange periode van opstand, afbraak, verkoop, nieuwbouw, weer nieuwe landlopers, enzovoort.

Pas in 1993 schafte België onder Europese druk de wet op de landloperij af. Momenteel verblijft er nog een tiental oudere thuislozen.

Begraven in het bos
Als we de deur van het centrum openen om op deze vroege zondagmiddag iets warms te drinken, treffen we een vol zaaltje met streekgenoten aan die al aan hun eerste trappist begonnen zijn. Na de koffie gaan we op weg door de rechte dreven. Het omvangrijke terrein is in overzichtelijke percelen verdeeld, en om de flora en fauna niet te verstoren mag je in het bosgedeelte niet van de paden af. Een flink eind van de bebouwing, in het bos, vinden we de begraafplaats van de kolonie. Volgens de jaartallen op de poort werden hier van 1870 tot 1986 de gestorven bewoners aan de aarde toevertrouwd. Vanwege de uniforme zerken en de sobere opzet lijkt het een militaire begraafplaats. Sommige kruizen dragen nog een naam, om andere hangt een loden plaatje met een nummer. Het lijkt een treurig einde van treurige levens.

Stiltegebied
We besluiten een stuk te gaan landlopen in de omgeving van het dorp Zondereigen, gemeente Merksplas. Ter ere van het 750-jarige bestaan in 2001 is een route uitgezet die het Merkske kruist. Toch moet je nog opletten, anders zou je het beekje (en de grens!) ongemerkt oversteken. Als een loopgraaf ligt het Merkske in het landschap; tussen smalle diepe bermen is een bodem water zichtbaar, dat ook nog stroomt bij deze temperatuur van rond het vriespunt. Diverse vluchten vogels vliegen in V-vorm boven onze hoofden, vast op weg naar warmere oorden. In de beschrijving lezen we dat het hier een stiltegebied is. We grinniken: hopelijk hebben we niet te hard gepraat! Maar toch, de stilte is opvallend: geen doorgaande wegen in dit grensgebied.

Vrouw van Vlaanderen
De halfbevroren tractorsporen op het pad maken dat we niet snel vorderen. Voorbij het melkveebedrijf van de familie Verhoeven komen we langs zo’n typisch kapelletje, opgericht halverwege de dorpskerk en de buurtschappen. Dit gebouwtje, gewijd aan ‘Onze lieve vrouw van Vlaanderen’ staat mooi gestut tussen een paar oude lindebomen. In Zondereigen staat de kerststal naast de kerk, met een flinke kachel erbij om bezoekers warm te krijgen. In deze contreien zijn speciale ‘kerststal-wandelingen’ uitgezet, van het ene naar het andere dorp. Gelukkig denken de organisatoren niet alleen aan de spirituele kant, bij vrijwel elke stal is een soort koek-en-zopietent waar je locale geneugten als chocojenever kunt drinken.

Bels Lijntje
Ons onderkomen voor de nacht ligt in Weelde Station, dus er moet een spoorlijn zijn geweest. We vinden het oude tracé van het Bels Lijntje, een treinverbinding tussen Tilburg en Turnhout, een afstand van 32,5 kilometer. Nu is het een fiets- en wandelpad, dwars door de natuur, maar ook door bijvoorbeeld Baarle. Het stationsgebouw van Weelde blijkt behouden te zijn, en wordt nu bewoond. ‘s Morgens komen we er een wandelaar tegen met een walkman op, die flink doorstapt. Hij vertelt heel vroeg uit Tilburg te zijn vertrokken en dat Turnhout zijn doel is. Dat betekent dat hij er al meer dan 25 kilometer op heeft zitten, en nog een eind te gaan heeft: we zijn onder de indruk. Maar ja, misschien is hij in een vorig leven wel landloper geweest, met veel kilometers in de benen.

2012 (geactualiseerde informatie; oorspronkelijke artikel uit: 2011)

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.