La Palma: kerstsfeer in korte broek

Tekst: Hans Cuppen    Foto's: Joke Apswoude

Kaart

Praktische informatie

Het Canarische Eiland La Palma is maximaal 46 kilometer lang en maximaal 28 kilometer breed. De oppervlakte is ongeveer de helft van de provincie Utrecht. Er wonen circa 84.000 inwoners. Hoofdstad is Santa Cruz de La Palma met 16.000 inwoners. De grootste stad is Los Llanos de Aridane met 20.000 inwoners.

La Palma ligt op circa 4,5 uur vliegen vanaf Schiphol.

Op La Palma is voldoende aanbod van overnachtingsmogelijkheden.

De goedkoopste optie voor een week La Palma is een pakketreis. Wij hebben gekozen voor een arrangement (vliegreis, appartement en auto) van reisorganisatie ‘Eliza was here’. De kosten bedroegen circa € 600 per persoon.  Klik hier voor de website.

Wij hebben gebruik gemaakt van de handzame en overzichtelijke ANWB reisgids van La Palma met daarbij een duidelijke overzichtskaart van het eiland. De gids kost € 10,95. Klik hier voor meer informatie of om de gids te kopen.

Het klimaat op La Palma is lenteachtig. De gemiddelde laagste dagtemperatuur bedraagt in januari 21 graden. ’s Zomers wordt het er gemiddeld overdag niet warmer dan 26 graden.

Uit eten gaan (verse visgerechten!) is op La Palma niet duur. Dat geldt ook voor boodschappen doen. Benzine kost er 1 euro per liter!


Artikel

Print Friendly

La Palma, een van de Canarische Eilanden, is een bezoek meer dan waard. Maar wie op het ‘steilste eiland’ wil wandelen, moet als een heuse berggeit stevig klimmen en afdalen niet schuwen.

Een week La Palma in januari klinkt niet alleen aanlokkelijk, het is het ook! Voor mij is het even wennen en betekent het een cultuurshock om er rond te lopen in korte broek terwijl kerstverlichting nog het straatbeeld siert.

Overjarige hippies
Het is een graad of twintig wanneer we na een wandeling door de historische dorpskern van Tazacorte in het naburige Puerto de Tazacorte voor een lunchgerecht een vrij tafeltje zoeken op het terras van La Taberna del Puerto. De voertaal is er Spaans of Duits. Onze oosterburen bepalen voor tachtig procent het toerisme op La Palma. Niet zelden loop je een Duits sprekende overjarige hippie met grijze paardenstaart tegen het lijf, die waarschijnlijk in de zestiger of zeventiger jaren van de vorige eeuw het eiland heeft bezocht en er is blijven hangen. Niet dat het op La Isla verde of La Isla bonita barst van de toeristen. La Palma moet het hebben van rustzoekers en natuurliefhebbers; toeristen die houden van kleinschaligheid. Vakantievierders die de voorkeur geven aan uit de grond gestampte kustplaatsen met hotels, appartementen, vertier, uitgaansgelegenheden als disco’s, kilometerslange boulevards met souvenirwinkeltjes hebben op La Palma niets te zoeken. De massatoerist doet er goed aan andere Canarische Eilanden als Tenerife of Gran Canaria te bezoeken, waar hij kan zonnebaden op goudgele stranden. Ook La Palma heeft bekoorlijke stranden, maar die zijn zwart; voor mij een volgende cultuurshock! Maar ik realiseer me dat ik op een vulkanisch eiland verblijf.

La Cumbrecita
Parque nacional de la Caldera de Taburiente domineert het noordelijk deel van het eiland. De krater met een doorsnede van bijna tien kilometer is echter niet ontstaan door een vulkaan maar door erosie, zo laat ik me vertellen. Dat doet niets af aan de imposante verschijning. Op sommige plekken zijn de wanden van de krater twee kilometer hoog. Het hoogste punt is de Roque de los Muchachos op de noordelijke wand, met 2426 meter tevens het hoogste punt van het eiland. Deze top, waar een sterrenwacht is gevestigd, is bereikbaar over de weg. Wij kiezen voor een wandeling naar het uitzichtpunt La Cumbrecita, op de zuidoostelijke kraterrand, tegenover de Roque de Los Muchachos. Om er te komen moeten we ons melden bij het bezoekerscentrum in El Paso. Daar vertelt een parkwachter ons dat het aantal dagelijkse bezoekers is gelimiteerd en we pas de volgende dag het nationale park in mogen. Ze print een bezoekerspas uit voor de volgende middag. Ik vraag haar waarom de pas gratis is, terwijl bijvoorbeeld in de Verenigde Staten de bezoeker moet betalen voor nationale parken. Zij antwoordt dat ook hier betaalde toegang niet lang op zich zal laten wachten.

Opgerolde watten
Als vervangende tijdsbesteding lopen we even later door El Paso, een stadje met vijfduizend inwoners. In de Calle Manuel Taño bewonderen we enkele fraaie herenhuizen.
De volgende dag melden we ons op het voorgeschreven tijdstip van 15.00 uur weer bij het bezoekerscentrum en klimmen naar een parkeerterreintje bij La Cumbrecita. Een korte uitgezette rondwandeling van ongeveer een uur biedt ons zo nu en dan een spectaculaire blik in de diepte van de Caldera. De overheersende kleur is groen. Het stikt er van de pijnbomen. Om ons heen torenen bergwanden boven ons uit. De Caldera de Taburiente wordt in het noordoosten beschut door de uitlopers van de Cumbre, een bergketen die in een halve cirkel om de Caldera ligt en naar het zuiden doorloopt. Het is vooral de Cumbre die het westen en zuiden van het eiland behoeden voor de koele en vochtige invloeden van de noordoostpassaat. Aan de noord- en oostzijde van de Cumbre en dus ook van het eiland is het vaak bewolkt. De wolken worden voortgestuwd, klimmen over de centrale bergrug maar blijven uiteindelijk net over de rand hangen, als een rol watten; voor een meteorologisch leek die ik ben een bijzonder verschijnsel.

Bananen
Langs de westkant van de Cumbre rijden we over prima onderhouden bochtige wegen – op La Palma is zeventig kilometer per uur zo’n beetje de maximaal haalbare snelheid – naar het zuiden. Voortdurend kunnen we vanaf uitkijkpunten (miradors) de kustlijn bewonderen. Wat opvalt zijn de vele bananenplantages, die met wit luchtdoorlatend plastic zijn afgedekt tegen ongedierte. Wie een zoete smaakvolle banaan van La Palma heeft gegeten, doet zich voortaan niet langer tekort met de gele happen meel van onze supermarkten. De bananenplantages worden geïrrigeerd met regenwater, dat via zichtbare pijpleidingen uit de toppen van de Cumbre wordt aangevoerd. Zo hebben die rollen watten behalve een esthetische ook een economische functie.

Vulkanen
We rijden door Los Canarios en parkeren niet veel later de auto bij het bezoekerscentrum van de vulkaan San Antonio, die voor het laatst in 1971 ruim drie weken vuur en as uitwierp. In de tentoonstellingsruimte wordt het vermoeden uitgelegd dat alle zeven Canarische Eilanden miljoenen jaren geleden zijn ontstaan uit dezelfde magmahaard. Langs de vijftig meter diepe krater lopen we de korte wandeling naar een uitkijkpunt van waar aankijken tegen de grijze wanden van de Teneguia, een andere vulkaan. Van hieraf zouden we aan de horizon de nabijgelegen eilanden El Hierro, La Gomera en Tenerife moeten kunnen zien liggen, maar vandaag is het te heiig.

Zeezout
Met de auto dalen we door een zwart landschap af naar het zuidelijkste punt van het eiland. Daar staat de rood-wit gestreepte vuurtoren Faro de Fuencaliente. Ernaast strekken de Salinas de Fuencaliente zich uit, witte vlakken op natuurlijke wijze gewonnen zout. Even later gebruiken we de lunch op het buitenterras van het restaurant Jardin de la Sal.
Huiswaarts volgen we eerst de PL-207 in de richting van Las Indias. Op zeeniveau rijden we door een bizar landschap met links en rechts de witte wanden van bananenplantages. Vanaf  Las Indias volgen we de LP-2 die deels door een zwart vulkaanlandschap gaat, terug in de richting van Puerto Naos, onze thuishaven. ’s Avonds genieten we op ons dakterras in een lenteachtige temperatuur en sfeer van de ondergaande zon en kijken uit over het oranjegekleurde water van de Atlantische Oceaan. Een week La Palma in januari is zo gek nog niet!

Februari 2017

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.