‘Komt, makkers, mee naar buiten’

Tekst: Hans Cuppen    Foto's: Hans Cuppen

Praktische informatie

‘Wandelboekje van natuurvrienden’: Uitgeverij Blauwdruk, ISBN 978-90-75271-97-3, 240 pagina’s, prijs € 20.
Elk van de veertig wandelingen is naast het wandelartikel door de samensteller(s) voorzien van een routekaartje en relevante informatie over hoe er te komen en horeca onderweg.
Klik hier om het boek te bestellen bij uitgeverij Blauwdruk.
Wilt u het boek liever bestellen bij Reisboekhandel De Zwerver, klik dan hier.


Artikel

Print Friendly, PDF & Email

In 1900 verscheen van de hand van Eli Heimans en Jac. P. Thijsse het ‘Wandelboekje voor Natuurvrienden’. De twee natuurvorsers schreven het boekje ‘om een breed publiek te verleiden naar buiten te gaan, naar zingende vogels te luisteren en naar vlinders en wilde bloemen te kijken’.

Geïnspireerd door Heimans en Thijsse verscheen onlangs het ‘Wandelboekje van natuurvrienden’, met veertig wandelingen ‘door de mooiste stukjes van Nederland’. Was het boekje van Heimans en Thijsse bedoeld voor natuurvrienden (met de nadruk op voor), de wandelingen uit de recente publicatie zijn bedacht door natuurbeschermers en –beheerders (met de nadruk op door). Maar het doel van beide boekjes blijft hetzelfde: Trek eropuit, ga mee naar buiten, de natuur in!

Groene parel
Ondanks de aangekondigde miezerregen ga ik op pad. Ik parkeer de auto in Uithoorn en met Heimans en Thijsse in gedachten trek ik eropuit, de natuur in. Ik loop vandaag wandeling 12 uit het ‘Wandelboekje van natuurvrienden’ en volg de voetsporen van Femmie Smit en Dik Nagtegaal, programmamanager respectievelijk persvoorlichter van de Dierenbescherming. Beide natuurvrienden hebben een wandeling van ruim acht kilometer samengesteld door de Bovenkerkerpolder, een ‘rijke groene parel in de hectische stadsrand’. De polder ligt ingeklemd tussen Amstelveen in het noorden, Uithoorn in het zuiden en door de meanderende Amstel aan de oostkant of, zoals de samenstellers het formuleren: onder de rook van Amsterdam en Schiphol.

Foeragerende vogels
Dat Schiphol ‘om de hoek ligt’ is duidelijk hoorbaar aan de frequent overkomende vliegtuigen. Maar voor mij als Randstedeling is dat een geaccepteerd geluid. Ook de herrie van het verkeer op de N201 laat ik snel achter me. De Middenweg Bovenkerkerpolder is op een spaarzame passerende fietser na geheel verlaten. Links en rechts over de vaarten liggen weilanden. Hier en daar grazen koeien. Maar waar ik ook kijk, overal zie en hoor ik foeragerende vogels zoals wilde eenden, kieviten, meerkoeten, ganzen, meeuwen, blauwe reigers, knobbelzwanen. Een bordje op de toegangsweg naar een boerderij vertelt dat de boer zijn weiland zowel beschikbaar stelt aan de grutto als de koe. Ik passeer het trekpontje ‘Maria Johanna Petronella’, dat bestemd moet zijn voor een agrariër, aan de overzijde van de vaart ligt namelijk slechts weiland.

Noord-Hollandpad
Ik sla rechtsaf en loop over een grazig pad tussen twee vaarten door, op weg naar Nes aan de Amstel. Het gras staat kuit-hoog waardoor de onderkant van mijn wandelbroek zeiknat wordt. Het pad is onderdeel van het traject van het Noord-Hollandpad, zo lees ik op een bordje bij een bruggetje, en komt uit op de Ringdijk Bovenkerkerpolder. Ik steek een voetbrug over en loop Nes aan de Amstel binnen. Achter me ligt zeker tien meter in de diepte de Bovenkerkerpolder. Ik realiseer me even wat het betekent als een dijk doorbreekt: wonen in een polder is risicovol. Ik passeer één van de vierhonderd inwoners die haar border collie uitlaat. De openbare basisschool De Zwaluw is nog dicht, de grote vakantie duurt nog een week. Ook de uitspanning is gesloten, ik moet het dus doen zonder koffie.

Jaagpad
Over de Amsteldijk Zuid vervolg ik de route. Voor wandelaars is tussen de rijweg en de rivier een smal voetpad aangelegd. Heimans en Thijsse waren rasechte Amsterdammers. Het kan haast niet anders dan dat één van hun wandeltochten langs de Amstel ging. Ik stel me zo voor dat wat nu een geasfalteerde rijweg is, toen een zanderig jaagpad was. Op de weg terug naar Uithoorn vraag ik me af of Eli Heimans en Jac. P. Thijsse deze wandeling zouden hebben gewaardeerd? Ik ben eropuit getrokken, ik heb geluisterd naar zingende vogels, gekeken naar wilde bloemen en zodoende de raad van beide heren opgevolgd. Het is onmogelijk me een voorstelling te maken van de Bovenkerkerpolder anno 1900, ofschoon de polder al is drooggelegd in 1769, maar jawel, ik weet eigenlijk wel zeker dat de natuurvorsers van weleer net als ik zouden hebben genoten van deze wandeling.


Eli Heimans (1861-1914) en Jac. P. Thijsse (1865-1945) waren beiden schoolhoofd in Amsterdam en leerden elkaar kennen in 1893. Gezamenlijk schreven ze een serie boekjes – ‘uitspanningslectuur voor jongelui’ – over de Nederlandse natuur: Langs Dijken en wegen (1894), In sloot en plas (1895), Door het rietland (1896), Hei en dennen (1897), In de duinen (1899) en In het bosch (1901). In 1899 verscheen de ‘Geïllustreerde flora van Nederland’ en in 1900 dus het ‘Wandelboekje voor Natuurvrienden’. Beide onderwijsmannen brachten met hun publicaties de natuur naar de mensen. Zo ontstond de door Heimans bedachte term ‘natuursport’, die zoveel betekende als eropuit trekken en met open ogen rondkijken in de natuur. De boekjes werden door de auteurs voorzien van door henzelf gemaakte illustraties.

Augustus 2016

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.