Ieper, charmante leugen

Tekst: Liesbeth Vermeulen    Foto's: Bob Eerdhuijzen

Kaart

Praktische informatie

De stad
Ieper telt zo’n 35.000 inwoners en vormt de kern van de Westhoek, een regio in het zuidwesten van de provincie West-Vlaanderen. Hier wordt Nederlands gesproken, ook al grenst het aan Frankrijk.

Reis erheen
Met de auto vanaf Amsterdam in ruim 3 uur, via Antwerpen en Gent. Met de trein vanaf Amsterdam CS in ruim 4,5 uur (Thalys) of ruim 5,5 uur (via Brussel, trein naar Poperinge).

Wandelroutes Verkrijgbaar bij Toerisme Ieper (Grote Markt 34) voor € 1,25.

Verblijf
Er zijn veel hotels en B&B’s. Wij verbleven zeer tot onze tevredenheid in www.at-rooms-ieper.be, goed gelegen, rustig, ruime kamers, prettige gastvrouw- en heer, heerlijk ontbijt.

Websites
www.toerismeieper.be

www.nshispeed.nl

www.forumeerstewereldoorlog.nl

www.cwgc.org


Artikel

Print Friendly

België – en in het bijzonder de Westhoek – herdenkt in 2014 het feit dat honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Tien jaar na het einde ervan begon de wederopbouw van de stad Ieper. Het Flanders Fields Museum is er helemaal opgefrist en klaar om de verwachte stroom bezoekers op te vangen.

De Ieperboog (de frontlinie met loopgraven die jarenlang nauwelijks veranderde), wordt meer zichtbaar in het landschap. Op plekken van belang komen borden met informatie. Daarnaast worden wandelingen uitgezet die het makkelijker maken de geschiedenis te zien. Soms wordt het landschap zelfs heringericht om meer inzicht te geven in het verleden.

Zie: www.1418herdacht.be en http://virtueletentoonstelling.1418herdacht.be

De Vrije Wandelaar ging naar Ieper (en het Museum) en liep de Kraters en Mijnenroute. In drie artikelen het verslag van een zoektocht naar een pijnlijk verleden. Hier het eerste en tweede deel.

Bij het Belgische Ieper denk je aan de Eerste Wereldoorlog. Terecht natuurlijk, want de stad werd destijds totaal in puin geschoten en de Ieperboog was een beruchte frontlinie in deze waanzinnige oorlog. Toch is Ieper bepaald geen sombere plek, er is van alles te beleven en flaneren over de vestingwerken van de Franse militair Vauban is er meer dan aangenaam.

Op de Grote Markt is het druk. Het mooie nazomerweer trekt velen naar de terrassen en restaurants. TV-presentator Marcel Vanthilt heeft dit seizoen zijn tenten op het plein opgeslagen, elke avond is er een live uitzending van zijn talkshow en bezoekers worden getrakteerd op muzikale optredens. De immense lakenhallen (130 meter lang) met het belfort domineren het marktplein. In de middeleeuwen stond de stad bekend om het fijne laken, gemaakt uit wol van Engelse schapen. In die tijd waren de lakenhallen uit de 13de eeuw het grootste burgerlijke gebouw ter wereld.

Vernielingen
In de loop van de geschiedenis heeft Ieper het vaak zwaar te verduren gehad, maar ging nooit ten onder. Vanaf het einde van de 14de eeuw raakte de stad langzaam in het slop. In 1383 werd een belegering van Gentenaars en Engelsen weliswaar afgeslagen, maar ten koste van grote vernielingen. Eeuwen later zou zich dit herhalen, met andere tegenstanders. In de 15de en 16de eeuw kreeg de stad wel betekenis als religieus centrum en als bisschopszetel. Lange tijd was Ieper een grens- en garnizoensstad, redenen om zich goed te verdedigen. De al eeuwenoude vestingen zijn door bouwmeester Vauban in 1678 aangepast.

Wandelroutes
Tweehonderd jaar later werden op de vestingen rondom de binnenstad wandelparken aangelegd. Grote delen van de vestingen zijn bewaard gebleven. Vier wandelroutes bestrijken de stad en omgeving: over de vesting, het groene buitengebied, de noordrand en de historische binnenstad. Om van alles wat te zien, combineren we delen ervan. Met een gewone kaart van de stad in de hand, kom je ook een heel eind. Vanaf de Grote Markt nemen we de Meensestraat naar de Menenpoort, waar elke avond om 20.00 uur The Last Post wordt geblazen. Op deze poort, in de vorm van een Romeinse triomfboog, staan de namen van 54.896 vermiste militairen van het Britse Gemenebest. Niet alle militairen passen erop: alle gesneuvelden van na 16 augustus 1917 staan vermeld op het Tyne Cot Memorial in Passendale.

Gelijken
De Nederlandse cabaretier Bram Vermeulen noemde Ieper ooit ‘een leugen’, en daar zit wel wat in. Na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog, de Groote Oorlog, stond in de stad nauwelijks een gebouw overeind en waren de inwoners gevlucht. De Engelsen hadden in deze oorlog tegen de Centralen de grootste verliezen geleden. Terwijl veel gesneuvelde militairen uit andere landen later gerepatrieerd werden, bleven alle Engelsen – geïdentificeerd of niet – voor eeuwig in Belgische grond rusten, ‘omdat allen in de dood gelijk zijn.’

Het is om deze reden dat zoveel Engelsen (en Ieren, Schotten, Australiërs, etc) Ieper en het voormalige slagveld bezoeken. Er zijn aardig wat bed&breakfasts (normaal gastenverblijven genoemd), op de Engelse smaak afgestemde maaltijden en informatieborden die soms eerder in het Engels dan Frans zijn gesteld. De naam van het Flanders Fields Museum in de lakenhallen spreekt boekdelen.* Wrang genoeg zorgt de oorlog bijna honderd jaar na het begin ervan voor een flinke stroom toeristen (en inkomsten) naar de stad.

Ypres Salient
De Engelsen wilden dat Ieper na de oorlog als puinhoop bewaard zou blijven, als een levende herinnering. De Britse sector stond bekend als de ‘Ypres Salient’. In die Salient verloor het Britse rijk tussen de 220.000 en 240.000 onderdanen. Maar de andere partijen besloten tot heropbouw van de stad, een project dat tientallen jaren zou gaan duren. Steen voor steen kreeg Ieper zijn oude aanzien terug: een leugen. Tien jaar na het einde van de oorlog, in 1928, startte de herbouw van de lakenhallen. Ze werden in 1967 voltooid…

Vestingwallen
Vanwege het prachtige weer nemen we vanaf de Menenpoort de lommerrijke vestingwallen. Onder de hoger gelegen delen liggen souterrains, ondergrondse zalen waar tijdens de Groote Oorlog soldaten en burgers beschutting vonden. Ook waren er bakkerijen en drukkerijen. Via een geheimzinnige trap kun je naar het waterniveau van de grachten afdalen. Wij blijven liever boven, kuieren langs het halve bastion dat door Vauban het Hoornwerk van Antwerpen werd gedoopt. Handige bordjes onderweg onderwijzen flora-leken (wij) welke bomen er staan. Aan de overkant van de gracht ligt de Verdronken Weide, een natuurgebied en wachtbekken, sinds lang van belang voor de drinkwatervoorziening van de stad.

War Graves Commission
Bij de Rijselpoort ligt op de vesting het Ramparts Cemetery, een Britse militaire begraafplaats. Het is lieflijk klein en wordt piekfijn verzorgd door de Commonwealth War Graves Commission (CWGC), verantwoordelijk voor alle Britse begraafplaatsen in den vreemde. Hier besluiten we de stad weer in te gaan. We komen langs het Sint-Jansgodshuis uit 1555. Als een van de weinige gebouwen doorstond het de verwoestingen van de oorlog. De stichting voor armenzorg van het godshuis gaat terug tot de 13de eeuw. Nu is er het Stedelijk Museum gevestigd. Het gebouw ziet er goed onderhouden uit, moeilijk te zeggen welk deel middeleeuws is, welk deel bijna honderd jaar geleden werd opgeknapt of zelfs recent gebouwd is in ‘oude stijl’.

Enclave
We bewonderen het prachtige hoekhuis met trapgevel ‘De Beer’ uit 1923. Langs de heropgebouwde Sint-Jacobskerk lopen we via de Grote Markt om de lakenhallen heen, naar het Anglicaanse kerkje op de hoek van het A. Vandenpeerenboomplein. Binnen belanden we in een Engelse enclave met vaandels, wapens in de glas-in-loodramen en dikke geborduurde zitkussens op de stoelen. Naast de kerk was de British Memorial School, waar kinderen van onder meer de CWGC tot de Tweede Wereldoorlog Engelse les kregen.

Via de Kloosterpoort (echt oud) lopen we naar de Veemarkt, waar tot 1686 de Ieperlee stroomde, vandaar de prachtige gildehuizen aan weerszijden. In het midden is nu een groenstrook met smeedijzeren hekken, waar in later jaren het vee aan vastgemaakt werd. Langs de fraaie gevel van brouwerij Vermeulen, een van de eerste gebouwen die na de oorlog hersteld werden maar nu niet meer in bedrijf lijkt, lopen we naar De Neerstad, een nieuw complex (2009), gebouwd op een voormalig fabrieksterrein. Nu herbergt het naast appartementen twee kunstopleidingen, de bibliotheek en het stadsarchief. Ook kun je er eten in De Fonderie. Een nieuwe hotspot! De cirkel is rond bij dit bijzondere, moderne gebouwencomplex. Als Ieper deels een leugen is, is het wel een heel charmante, en eentje om bestwil.

* In Flanders Fields is een gedicht van de Canadese militaire arts en dichter John McCrae (1872 –1918), dat hij schreef in 1915. McCrae stierf toen hij in een veldhospitaal werkte aan longontsteking en hersenvliesontsteking. De eerste twee regels luiden:

In Flanders fields the poppies blow

Between the crosses, row on row

Poppies zijn klaprozen, het symbool van de Eerste Wereldoorlog. Beluister het hele gedicht:  In Flanders Fields.

 

2012

Eén reactie

  1. Hey Liesbeth & Rob.
    Als ieperling moet ik je toegeven dat ik aangenaam verrast ben door jullie aanpak. Een fris verslag van een (h)eerliijke themawandeling door de stad met hoekjes en weetjes die ook voor mij nieuwigheidjes aan het licht brengen. Geschiedenis bevattelijk gebracht zonder de essentie uit het oog te verliezen en te verdwalen in details. Opgefleurd met mooie uitnodigende foto’s.
    Ik kijk uit naar je verslag van de wandeling op de heuvelrug rond Ieper met de kraters als stille getuigen van een totaal zinloze mijnenslag in 1917.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.