Westhoek: gewond landschap

Tekst: Liesbeth Vermeulen    Foto's: Bob Eerdhuijzen

Kaart

Praktische informatie

Wandelroute
Kraters en mijnen, 7 km, € 2, te koop o.a. bij Toerisme Ieper en Kemmel. Start: Sint-Medarduskerk, Wijtschate. Vanuit Ieper bus 71 of 72. Geen horeca onderweg.

Boeken
Jan Yperman, De Westhoek XL

Een cultuurhistorische gids over deze streek aan beide zijden van ‘de schreve’. Over de cultuur en erfgoed van deze uitgesproken plattelandsstreek. Ontdek pittoreske stadjes en stille dorpen, waar wandelen en fietsen nog echt belevenissen zijn. Bezoek de leukste musea en culinaire adressen van Ieper tot Veurne en van Bergues tot Aire-sur-la-Lys. Uitgeverij Davidsfonds, € 22.50; ISBN: 978 90 5826 446 6. Helaas niet leverbaar via Reisboekhandel De Zwerver of bol.com.

Robert Declerck & Margit Sarbogardi, 25 historische bestemmingen met een verhaal. Uitgeverij Davidsfonds & Erfgoed Vlaanderen, doosje met vier losse en meeneembare kaart-, foto- en tekstfiches per route, ISBN: 978 90 5826 853 2.

Lied
Luister HIER naar het lied Duizend soldaten van de Belgische zanger Willem Vermandere die in de Westhoek woont.

Internet
www.zerohour.be; www.wo1.be of www.greatwar.be; www.cwgc.be;

www.100jaargrooteoorlog.be. Met duidelijke en praktische informatie over de ‘Groote Oorlog’ en de herdenkingsactiviteiten in de streek. Deze website geeft een goed overzicht van het WO I-aanbod in West-Vlaanderen: de ‘must sees’, de WOI-musea en bezoekerscentra, het WOI-erfgoed, de WOI-routes, de geplande herdenkingsevenementen en nieuwsfeiten. Hier zijn ook wandelroutes te bestellen. Wie tijdens een bezoek aan de streek een verblijf wil koppelen, krijgt een overzicht van logeeradressen in de Westhoek. De website is ook in het Engels via www.greatwarcentenary.be.


Artikel

Print Friendly

België – en in het bijzonder de Westhoek – herdenkt in 2014 het feit dat honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog uitbrak. De Ieperboog (de frontlinie met loopgraven die jarenlang nauwelijks veranderde), wordt meer zichtbaar in het landschap.  De Vrije Wandelaar ging naar Ieper en het Museum In Flanders Fields  In drie artikelen verslag van een zoektocht naar een pijnlijk verleden. Hier het derde deel: de Kraters en Mijnenroute.

Troost
Duizenden Britse soldaten die de hel van de Eerste Wereldoorlog overleefden, konden later alleen troost vinden door te wandelen, stelt de Britse schrijver Robert Macfarlane in zijn boek The old ways.* Wij, die geen oorlog hebben gekend, lopen door het landschap waar ze hun trauma’s opliepen: het lieflijke Heuvelland in de Belgische Westhoek.

Regio Heuvelland ligt aan de grens met Frankrijk, wat ze hier ‘de schreve’ noemen. De route Kraters en Mijnen is een van de vele wandeltochten die de Ieperboog aandoen: de beruchte frontlinie om Ieper waar tienduizenden soldaten het lieven lieten in de strijd om een paar kilometer terreinwinst. Op 7 juni 1917 voerden de Britten hier een aanvalsplan uit dat lange tijd en in het diepste geheim was voorbereid: de ontploffing van 19 dieptebommen onder de hoger gelegen Duitse stellingen. Die munitie was vervoerd door kilometers lange tunnels, bloedig uitgegraven in de ‘blauwe klei’. Na een jarenlange patstelling wisten de Britten eindelijk hun nadelige laaggelegen posities om te buigen in een voordeel: zij hoefden niet zo diep door drijfzand te graven als de Duitsers, die stellingen hadden betrokken op de heuvelrug Wijtschate-Mesen. Hier hadden ze weliswaar een riant uitzicht, maar kregen pas (te) laat in de gaten dat de oorlog zich inmiddels onder hun voeten afspeelde.

Tochten
Op zondagochtend rond elf uur starten we bij ‘dorpsonthaalpunt’ Sint-Hubert waar het binnen stampvol zit met buurtbewoners die er koffie en bier drinken. Het is een prachtige zonnige dag, begin september, net voordat de scholen weer beginnen. Heuvelland geniet nog van de zomer: er worden motortochten, wielerkoersen en rommelmarkten gehouden, waar veel mensen op afkomen. En natuurlijk zijn, zoals vaker in België, wegen opgebroken of afgesloten en houden borden met omleidingen op raadselachtige wijze weer op. We zoeken de rust van het lichtgolvende landschap op en proberen ons een idee te vormen van de situatie en verschrikkingen die zich hier bijna honderd jaar geleden afspeelden.

Schachten
Even later lopen we door het Kampagnebos, waar we bijna een goed verborgen Duitse bunker missen, die nu als vleermuizenverblijf is ingericht. Toch nog ergens goed voor. Even verderop liggen de overblijfselen van de Dietrichschacht. Toen de Duitsers begrepen dat de tegenstanders hun stellingen ondergroeven, metselden zij verticale schachten om de tunnels op te kunnen blazen.

Als we het bos uitlopen hebben we mooi zicht op het landschap van weiden en akkers en kijken we op het Petit Bois, inderdaad een klein bos, waarachter twee kraters schuilgaan. De route voert er helaas niet heen. Als we vorderen en vanaf heuveltoppen genieten van fraaie panorama’s, dringt het door dat het precies deze kenmerken van het landschap waren die de posities en het verloop van de strijd bepaalden. Juist vanwege de strategische ligging hadden de Duitsers onder meer de Kemmelberg, die we even later rechts laten liggen, gekozen. Die heuvelrug is ontstaan als zandbank voor een vroege zeekust.

We moeten een stukje langs de ‘steenweg’, waar auto’s overheen scheuren. Door de betonplaten maakt dat een hels kabaal: misschien was het in de Eerste Wereldoorlog net zo erg en een stuk gevaarlijker.

Visvijver
Als we linksaf gaan, zien we een weiland met vijver waar koeien liggen te zonnen en herkauwen. Tot onze verbazing is het volgens de kaart de Peckhamkrater. Hier werd 39.500 kilo springstof tot ontploffing gebracht. Nu is de plek in gebruik als visvijver. In 1938 liep een poging de krater te dempen op niets uit: leegpompen mislukte.

Even verder ligt halverwege een helling, omringd door een laag muurtje, een begraafplaatsje. Het is ontroerend om zo midden tussen de gewassen zo’n vredige plek te zien waar militairen, op luttele afstand van hun dood, ter aarde besteld zijn. Er zijn maar liefst 173 Britse begraafplaatsen in de Westhoek, die allemaal verzorgd worden door de Commonwealth War Graves Commission. Terwijl veel gesneuvelde militairen uit andere landen later gerepatrieerd werden, bleven alle Engelsen – geïdentificeerd of niet – voor eeuwig in Belgische grond rusten, ‘omdat allen in de dood gelijk zijn.’

Kraters
Op dit Spanbroekmolen British Cemetery liggen 58 doden die vielen bij de slag om Mesen in juni 1917. Vrijwel allen behoorden tot de 36th Ulster Division. De begraafplaats werd tijdens latere gevechten vernield; na de oorlog werd ze gelokaliseerd. In de schaduw van het bakstenen muurtje drinken we wat water en denken aan de mannen die zo lang geleden omkwamen in een zee van vuur, lawaai en modder.

Aan de overkant van de weg ligt de Spanbroekmolenkrater, ook wel de Pool of Peace genoemd. De molen werd in 1914 vernield. Dit is de meest bekende en grootste krater van de Mijnenslag, meer dan honderd meter in doorsnee. Het scheelde weinig of de mijn was niet ontploft. De Duitsers ontdekten ze en vernielden de gang met een dieptebom, drie maanden voor de geplande ontploffing. In allerijl groeven de Britten een nieuwe gang naar de munitiekamer en herstelden de bedrading. Nauwelijks één dag voor Zero Day was de klus geklaard. Na de ‘aardbeving’ van juni 1917 werden de dorpen Mesen en Wijtschate en omgeving bevrijd. Soms lezen de gebeurtenissen als een spannend jongensboek. Hier was de winst van korte duur: de Centralen heroverden het gebied in het lenteoffensief van april 1918 (tot het einde van de oorlog).

Beweging
De Pool of Peace is omzoomd door groen en ziet er met zijn waterlelies en vissen lieflijk uit. Er mag in gevist worden staat er, maar aanlokkelijk lijkt ons dat niet. Het uitzicht op het dorp Mesen is prachtig, links zien we de kerktoren, rechts de toren op het Ierse Vredespark. Helemaal in de verte doemen de flats van Rijsel (Lille) op. We begrijpen dat elke beweging in het veld hier opgemerkt werd, zoals het bord vermeldt.

Lone Tree Cemetery ligt dichtbij de Spanbroekmolenkrater, bijna alle van de 88 graven bevatten gesneuvelden van de eerste dag van de slag om Mesen. We lopen verder door het land, bekijken de aardappel- en knolgewassen, bewonderen de maïs en sperziebonen en zijn blij dat er even geen begraafplaats of krater is. We picknicken in de zon bij een uitzichtpunt langs de route, voordat we langs rodekoolvelden het laatste stuk teruglopen naar het dorp Wijtschate. Wij hebben op deze wandeling geen troost gevonden, zijn eerder geraakt door de wonden van de oorlog in het landschap en de verspilling van zoveel jonge mensenlevens.

* In september 2012 is de Nederlandse vertaling bij uitgeverij De Bezige Bij verschenen als De oude wegen, ISBN: 978 90 234 7313 8.


Het graven van de zes kilometer lange tunnels onder Duitse stellingen was enorm arbeidsintensief. Daarom besloten Britse ingenieurs om mechanische graafmachines in te schakelen in de Ieperse blauwe klei. Deze machines dienden in de Britse kolenmijnen. In maart 1917 bij Petit Bois werd op een diepte van 24 meter zo’n elektrische graafmachine uitgetest. Het experiment mislukte: de machine liep vast. Na maanden traag boren en 64 meter vooruitgang – 6,1 cm per uur – werd de 7,5 ton zware machine stilgelegd. Deze bevindt zich nu nog ergens bij Petit Bois onder de grond.

2012

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.