Herfst in de bergen van Rätikon

Tekst: Karin Thomas    Foto's: Karin Thomas

Praktische informatie

Bereikbaarheid
Wij reizen graag met de nachttrein – met de City Night Line kun je naar Ulm of Basel en daar overstappen op een trein naar Bludenz ( door Oostenrijk of door Zwitserland). De beste route is afhankelijk van de datum en gewenste aankomsttijd. Kaartjes voor Oostenrijk kun je op internet boeken bij de ÖBB. Prijzen kunnen verschillen; wij betaalden ca. 100 euro p.p. enkele reis.

Kaarten
Kompass 032 1:50.000, Montafon. Wil je deze kaart bekijken of bestellen, klik dan HIER.

Freitag& Berndt WK 5374 1:35.000 Brandnertal, Nenzinger Himmel, Rätikon.

Route en overnachten
Zie Praktische informatie bij het artikel ‘Bergwandelen in de herfst’ van dezelfde auteur

Uitgebreidere informatie: karin.thomas@planet.nl


Artikel

Print Friendly

Half oktober. Het is noodweer in Nederland en in de Alpen sneeuwt het. Er valt zeker 40 cm in het hoekje van Oostenrijk waar we in de herfstvakantie een week in de bergen willen wandelen. Als we twee dagen later vertrekken is de weersverwachting goed. In de dalen zal de sneeuw snel wegsmelten, maar hoe zal het zijn rond de tweeduizend meter, of hoger? Kunnen we de geplande etappes lopen of moeten we de route aanpassen?

Als we in St. Anton in Montafon uit de trein stappen schijnt de zon in mijn gezicht en ik kijk met half dichtgeknepen ogen de trein na: boven de trein, hoger in het dal glinstert verse sneeuw. Scherpe witte punten tegen de blauwe lucht. Donkere hellingen eronder. Ons pad loopt ook een donkere helling op, door bos, steil, soms heel steil, vaak modderig. Geen sneeuw te zien, wel de belofte van blauwe lucht, hoog boven de bomen. Twee uur later lopen we in de zon, door sprankelend groene weiden en is het dal al ver onder ons. En de volgende uren krijgen we steeds fraaiere beelden van de besneeuwde toppen, die de grens met Zwitserland markeren. En terwijl we op een hoogte van zo’n 1500 meter de groene helling naar het oosten volgen springt één witte bergrug eruit, met een top van ruim 2500 meter. Daar willen we morgen overheen, maar waar loopt dat pad?

Op de grens
In het uiterste zuidwesten van Oostenrijk vormt het gebergte Rätikon de grens met Zwitserland en Liechtenstein. Markante toppen als Sulzfluh en Drusenfluh, Drei Türme en Schesaplana vormen het decor voor wandelingen – zoals de Rätikon Höhenweg – aan beide zijden van de grens. Een groot meer op bijna 2000 meter hoogte – de Lünersee – vraagt om een bezoek; het is er ’s zomers dan ook erg druk. En de globaal van zuid naar noord lopende dalen, zoals het bekende Brandnertal, bieden toegang tot veel wandelmogelijkheden én toeristische voorzieningen als kabelbaantjes, hutten en restaurants.

We liepen al eens een zomerse tocht aan de zuidzijde van deze kam, door Zwitserland. De Oostenrijkse kant blijkt goed bereikbaar per trein via de stad Bludenz en zo ontstaat het idee voor een week wandelen in de herfst. Op weg naar de grensketen willen we de tweede dag over het 2380 meter hoge Kreuzjochsattel tussen Hochjoch en Zamangspitze.

Alleen maar zon en sneeuw
Ik twijfel of het zal gaan lukken. De eerste paden zijn weer erg steil en als we op zo’n 1600 meter bij de eerste alm komen, ligt het pad in de schaduw en is het in de sneeuw moeilijk te volgen. Maar we kruisten toch net een breed pad in de zon? Dat is een weg, die naar de kabelbanen aan de noordwestkant van de berg leidt, maar tot onze verrassing ook naar een ‘skitunnel’, die op een hoogte van bijna 2000 meter meer dan 400 meter onder de berg ‘doorduikt’. En aan de andere kant van de tunnel ligt een andere wereld: ik zie eerst alleen maar zon en sneeuw. En dan een rupsbandspoor over de witte hellingen en ook een enkele wandelaar. Door het spoor stijgen we snel en als het ophoudt zijn er voetsporen in de nu al dikke sneeuwlaag. Links glinstert een donker meer in het felle wit, rechtsboven ons zien we op de besneeuwde graat een hut, de Wormser Hütte. Het is zwaar lopen, maar het is zo prachtig, dat we niet denken aan rusten. Onder een kabelbaan door bereiken we de hut. De rode luiken zijn gesloten, er zitten een paar mensen, die net als wij genieten van de zon en het uitzicht.

De sneeuw ligt hier kniehoog en de laatste 75 meter hoogteverschil kosten nog de nodige moeite. Rechtsboven ons staan mensen bij een kruis, we draaien naar links…. en dan blijkt het nog mooier te kunnen: onder ons glooit een gladde witte helling met een enkel spoor en overal langs de horizon kartelen rijen en rijen besneeuwde toppen in de zon.

Iets lager dan maar
En toch huppel ik de volgende dag niet zorgeloos omhoog naar de volgende pas. Ik voel de lange afdaling van de vorige dag in mijn benen. Maar het is vooral de onzekerheid over de minstens zo lange afdaling aan de andere kant van deze bergrug. Daar ligt de Tilisunahütte op 2200 meter en die zullen we wel vinden. Maar er is geen schuil- of overnachtingsmogelijkheid, want de hut is gesloten en ook het ‘Winterraum’ is dicht omdat er verbouwd wordt. Er zijn verschillende afdalingen mogelijk; welke kiezen we? Er ligt in elk geval nog veel sneeuw. En als het niet lukt is er geen tijd genoeg om terug te gaan.

We besluiten om rechts, noordwaarts om de bergrug heen te lopen; dan is de dag ook lang, maar kunnen we altijd in een bewoond dal afdalen. En wat op 1400 meter een rustige herfstwandeling leek, blijkt op 1900 meter wel degelijk een winterse tocht. Het is zelfs even spannend als de dunne paaltjes met wit-rode kop die het pad markeren op een steil stuk verdwenen lijken. Maar het is vooral mooi, met zon op de sneeuw, af en toe een alm en weer de besneeuwde toppen aan de horizon. We dalen af door bos, kruisen een beek en lopen laat in de middag door groene weiden naar het Gauertal Haus, de hoogstgelegen overnachtingsmogelijkheid in dit dal.

Lünersee
Niet elke dag is er zoveel zon. Als we – in de schaduw van de Drusenfluh en evenwijdig aan de grens – naar de Öfapas klimmen trekt de lucht dicht. Daardoor ziet de afdaling – alleen maar sneeuw – er dreigend uit, maar moeilijk is het niet. Kort daarna waaien we bijna weg bij de Schweizer Tor, een grote hap uit de bergwand, waar de zuidenwind moeiteloos de grens passeert. We dalen snel af, blij dat we vandaag over bijna 2200 meter gekomen zijn. Een dag waarop we niemand tegenkwamen. ’s Avonds kappen we hout en stoken we het fornuis in het ‘Winterraum’ van de Heinrich Hueter Hütte.

Als we de volgende ochtend op de pas Lünerkrinne staan, schijnt de zon weer. Onder ons ligt een blauwgroen meer, scherp afgetekend tussen sneeuw, zebragestreepte donkere rotsen en grijze puinhellingen. Zon op de spierwitte kam links van ons, die de grens met Zwitserland markeert, zon op de Totalphütte, die met het blote oog net zichtbaar is hoog aan de overkant; zon op de steile grijze rotsen rechts; schaduw ook, aan deze kant van het meer. Een onvergetelijke aanblik, die wordt aangevuld met vele andere beelden als we om het meer heen lopen. De Lünersee maakt haar reputatie meer dan waar. En nu in oktober zijn we hier zo goed als alleen….

Föhn
Om ook nog in Liechtenstein te komen moeten we over twee passen van rond de 2000 meter. Op deze hoogte is er duidelijk minder sneeuw dan een paar dagen geleden. Maar nog voor de eerste pas worden we belaagd door keiharde windstoten. We gaan meerdere keren hurken of liggen om niet weggeblazen te worden. Eerst vooral lachwekkend, dan ook een beetje beangstigend, vooral als we net over de pas zijn. Maar gelukkig is de afdaling gemakkelijker dan we dachten. Bovendien is er ook zon. En het went. De tweede pas nemen we met het triomfantelijke gevoel: ‘we hebben de elementen weerstaan’. Ook beneden in het dal van Malbun blijft het ontzettend hard waaien. ‘Föhn’, zegt de ober in ons hotel onverschillig, ‘dat is morgen over’, maar het is een onrustige nacht.

En eindelijk geeft de zon zich gewonnen: in Liechtenstein zien we nog een regenboog als er een waas van kleine druppels valt. Terug in Oostenrijk, in de laatste afdaling naar het station van Nenzing, regent het voor het eerst deze week echt. Geen sneeuw meer te zien, we zijn omringd door herfstkleuren.

 

2013

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.