Hannekemaaiers: de eerste gastarbeiders

Tekst: Hans Cuppen    Foto's: Joke Apswoude

Praktische informatie

De Stichting Hannekemaaierspad is opgericht om cultuurhistorisch waardevolle paden te behouden. Een van die paden is het Hannekemaaierspad, een bijna 170 km lange LAW van Neurhede (vlak over de Duitse grens bij het Groningse Bourtange) door Drenthe naar het Friese Lemmer. De LAW is beschreven in twee handzame gidsen: deel 1 (95 km) beschrijft het traject van Neurhede naar Bakkeveen, deel 2 (75 km) het traject van Bakkeveen naar Lemmer. De gidsen zijn onderverdeeld in etappes. Elke etappe bestaat uit een routebeschrijving en een kaartje 1:25.000.

De gidsen bevatten tevens overzichtjes met wat horeca en overnachtingsmogelijkheden langs de route. Overigens is het aantal overnachtingsmogelijkheden er beperkt. Op de kaartjes zijn buslijnen ingetekend. In de beschreven regio is het openbaar vervoer ondergebracht bij verschillende vervoerders. Het vinden van de meest adequate busverbinding vereist enig speurwerk (www.9292ov.nl).

De routegidsen kosten per stuk circa € 10 en zijn te koop in de boekhandel of te bestellen via de website www.stichtinghannekemaaierspad.nl.


Artikel

Print Friendly

Niet de Zuid-Europeanen in de zestiger jaren maar de hannekemaaiers waren de eerste gastarbeiders. Duitsers uit Westfalen, die tussen de zeventiende en negentiende eeuw emplooi vonden bij Noord-Nederlandse boeren. Het Hannekemaaierspad gaat door Groningen, Drenthe en eindigt bij het Friese Lemmer. Het volgt een reconstructie van de route die de Hollandgänger op weg naar wat geluk vanaf de zeventiende eeuw gevolgd hebben.

De dag dat Sinterklaas zijn hielen lichtte is Nederland de winter ingedoken. In de Oost-Groningse landerijen liggen nog de restanten van de overvloedige sneeuw. Het is rond het vriespunt. Op het terras van de familie Husmann aan de Hauptstrasse in Neurhede, even over de grens bij Bourtange, staat in een hoekje een stenen poepenkruis. Het symbool vormt het beginpunt van het Hannekemaaierspad. Op de plek van het kruis heeft een poep het leven gelaten, zo valt er te lezen.

Verdienst und Brot
Poep, pikmaaier, grasmof, knoet, mier, spekvreter: het zijn enkele van de bijnamen van de eerste gastarbeiders, ook wel hannekemaaiers. Deze Duitsers uit Westfalen zochten hun heil in Nederland omdat de landbouw in eigen land onvoldoende capaciteit bood om in hun armoedige bestaan te voorzien. Het Nederlandse platteland, dat gaandeweg ontvolkte vanwege de industrialisatie en de trek van arbeiders naar steden en fabrieken, zat verlegen om handarbeiders. Onder het motto War in der Heimat bittere Not, in Holland gabs Verdienst und Brot vulden Duitse keuterboeren die leemte maar al te graag op. Met een zeis over de schouder en een plunjezak met mondvoorraad trokken ze tegen de zomer in groepjes naar Nederland om zich voor enkele maanden als maaier of hooier te melden.

Walvisvaart
In de bloeiperiode, halverwege de negentiende eeuw, migreerden er jaarlijks zo’n dertigduizend van die seizoenarbeiders. Na een voettocht van meerdere dagen boden ze zich aan op de ‘poepenmarkt’, een hoekje van de veemarkt. Eenmaal bij de boeren leidden de Hollandgänger een karig en hardwerkend bestaan. Maar geld compenseerde veel. Bedreven maaiers verdienden twee à drie gulden per dag.
Niet alleen op het land, ook bij het aanleggen van dijken, als turfsteker, bij blekerijen, steenbakkerijen, zelfs op de walvis- of koopvaardijvaart kwamen de oosterburen aan de bak. In later jaren volgden de ‘kiepkerels’, die op Nederlandse bodem hun waren sleten. Van deze marskramers zijn de Westfaalse textielhandelaren het bekendst. Enkelen van hen wisten het ver te schoppen, zoals de gebroeders Clemens en August Brenninkmeijer, die zich met een textielopslag vestigden in Sneek. Hun handeltje in ‘todden’ zou later uitgroeien tot de wereldwijde kledinggigant C&A.

Nederlandse vrouw
Aan het einde van de negentiende eeuw nam de behoefte aan de gastarbeid geleidelijk af. Oorzaak daarvan was de teruggang in de landbouw en de toenemende welvaart in het geïndustrialiseerde eigen land. Rond 1920 vertrok de laatste hannekemaaier. Maar niet iedereen keerde terug naar de Heimat. Een deel slaagde erin een Nederlandse vrouw aan de haak te slaan. Zo hebben naar schatting 140.000 hannekemaaiers zich blijvend in Nederland gevestigd.

Zompige ondergrond
De eerste etappes van het Hannekemaaierspad gaan door het Groningse landschap. Over de Liniedijk, een oud soldatenpad ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog, wandelen we het vestingdorp Bourtange binnen. Daar is op het Marktplein een kerstmarkt gaande. In middeleeuwse kledij gestoken marskramers venten er ambachtelijke creaties uit. Wij houden het bij warme chocolademelk. We snuiven even de sfeer op maar verlaten dan de toeristische attractie, op weg naar Stadskanaal. De oost-westroute volgt zo veel mogelijk onverharde wegen. Onze Lowa’s met hun profiel kunnen de winterse zompige ondergrond eenvoudig aan. Onze waxcoats houden de schrale noordenwind probleemloos tegen. We realiseren ons hoeveel zwaarder het de hannekemaaiers op hun klompen moet zijn vergaan. Hoe beschermden die arme sloebers zich destijds tegen nattigheid en kou? Zij moesten zich een weg banen door de uitgestrekte veen- en moerasgebieden. Niet zelden stierf er een de verdrinkingsdood. Door schade en schande ontdekte men de uitwegen, die de hoger gelegen zandruggen boden. Door de eeuwen heen ontstond er zodoende een netwerk van paden, die door de trekarbeiders werden gebruikt.
De wandeling van vandaag over uitstekend begaanbare paden verliep voor ons zonder enige tegenspoed. Voor de schemering lopen we op droge voeten Stadskanaal binnen, op weg naar behaaglijk hotelcomfort.

Spoordijk
De volgende dag laten we Stadskanaal achter ons. We passeren de provinciegrens van Groningen en Drenthe. De routegids stelt ons kilometers aan voormalige spoordijk in het vooruitzicht. Op 15 juni 1905 opende de NOLS (Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij) een spoorlijn tussen Stadskanaal en Assen. Die kwam deels tot stand door de inzet van arbeiders in het kader van werkgelegenheids- en resocialiseringsprojecten. De lijn was onderdeel van het lijnennet, dat zich uitstrekte van Zwolle tot Delfzijl. Lang reden er echter geen treinen. Vlak na de Tweede Wereldoorlog, op 5 mei 1947, werd het personenvervoer tussen Stadskanaal en Assen gestaakt. Treinreizigers waren nadien aangewezen op de bus.

Eentonigheid
Rails liggen er niet meer, maar gelukkig is het overgrote deel van de spoordijk bewaard gebleven, nu gebruikt als voetpad. Links van de kaarsrechte spoordijk ligt de provinciale weg richting Assen. Zo nu en passeert er een auto. De eentonigheid van de stiltes en vertes kan ons niet lang genoeg duren. Hoe zullen de hannekemaaiers de eindeloos rechte wegen door dit weidse landschap hebben ervaren?
Ruim voor Assen houden wij het voor gezien. Veel hannekemaaiers hadden vanaf hier nog een lange weg te gaan. Wij hebben genoten van de leegte en monotonie van Noordoost-Nederland. Voor de eerste gastarbeiders zorgde deze ‘barre en woeste’ uithoek ooit voor ware beproevingen op weg naar Verdienst und Brot.

 

 

Maart 2012 (geactualiseerde informatie; oorspronkelijke artikel uit: December 2010)

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.