Franche-Comté met veelzijdige Vogezen

Tekst: Liesbeth Vermeulen    Foto's: Liesbeth Vermeulen

Kaart

Praktische informatie

Aanreizen
De regio is heel goed per trein te bereiken. Met de Thalys tot Parijs en vanaf daar met een tgv (de Lyria) met bestemming Zwitserland, die stopt onder meer in Belfort. Totaal 7,5 uur. Er rijdt een trein tussen Belfort en Vesoul die stopt in Ronchamp. Vanaf Utrecht is de afstand over de weg naar Belfort 716 km. Ter plekke is een auto wel erg handig.

Accommodatie
Voor een bezoek aan het gebied rond Ronchamp is camping Saone Valley een goed vertrekpunt. Met houten chalets, veel groen en een goed toegerust wellnesscentrum. Bijzonder: bij elk chalet hoort een ezel! Het park ligt aan een zij-arm van de Saone (watersport). Wandeltip: route Pierre Percée van 8 km. Langs de Saone zijn voormalige jaagpaden nu aantrekkelijke wandelroutes. www.saonevalley.com.

Een andere optie, in dorp Ronchamp, is het Pension du Parc uit 1874 dat door de eigenaren met veel gevoel voor detail is gerestaureerd. Vijf chambres-d’hotes, table-d’hotes en een prachtige tuin maken dit tot een aantrekkelijk geheel. http://hotesduparc.com/

Ook een aanrader is het kasteel De La Houillère (3 km van Ronchamp) met vijf ruime gastenkamers (bij meer dan 5 kamers ben je volgens de Franse indeling een hotel). Een elegant verblijf in neoklassieke stijl, gebouwd in het midden van de 19de eeuw, waar de directeuren van de kolenmijnen van Ronchamp vroeger woonden. www.chateaudelahouillere.com/nl

Maison Maisonnier: www.gites-de-france70.com/gite-rural-a-chemilly-dans-val-de-saone-70G2200.html#francais

Park in Lac de Bonnal: www.cabanesdesgrandslacs.com/un-petit-paradis_2_.html

Algemene info
www.unpeubeaucoupfranchecomte.fr; www.franche-comte.org, www.france-voyage.com/nl

www.toutdefrance.nl/tf_main.php?thema=14&onderdeel=293&status=2

Wandelroutes
Plateau van duizend meren, Bureau de Tourisme in Mélisey, heeft diverse gratis folders met wandelroutes: www.melisey.com, Place de la Gare.

Een prima serie is Topo guides van de Fédération Française de la Randonnée Pédestre die zo ongeveer heel Frankrijk beslaat. Bijvoorbeeld DEZE  die de Haute-Saone bestrijkt. Of DEZE wandelgids van het Institut Geographique National. Zie HIER voor een goede algemene gids van het gebied.

Zie ook deze wandelsite.

Overig
Het Comité Régional de Tourisme de la Franche-Comté organiseert een wedstrijd met de titel ‘Franche-Comté zoekt reisreporters’, zie: www.ontdek-franche-comte.nl.


Artikel

Print Friendly

Als je zegt te gaan wandelen in de Franche-Comté, zal niet iedereen die plek meteen op de kaart kunnen aanwijzen. Het is de kleinste en meest oostelijk regio van Frankrijk, tegen Zwitserland aan. Bekender zijn de gebergten van de streek: de Vogezen en de Jura. Een waar wandelparadijs, ontdekte de redactie van De Vrije Wandelaar.

Van een deel van la Grande Traversée du Jura (een LAW) tot une petite balade in de omgeving van je onderkomen, voor allerlei soorten wandelliefhebbers is er wel een route te vinden. Van oudsher is het een gebied dat Nederlanders aanspreekt: veel water (meren) met bijbehorende watersportmogelijkheden, dunbevolkt en fraaie campings met goede voorzieningen. De taal kan nauwelijks meer een probleem zijn: veel websites en folders van chambres d’hôtes, campings en bestemmingen worden ook in het Nederlands aangeboden. Op een oppervlak van 16.000 km2 (Nederland: 41.500) biedt de regio heel afwisselende landschappen. Hier is bijna de helft van het grondgebied bedekt met bos en meer dan een kwart met weilanden. Ook zijn er relatief veel veengronden, kwetsbare ontmoetingsplaatsen tussen land en water.

Geologie
De regio heeft vier departementen: Haute-Saône en Doubs met de gelijknamige rivieren, Jura en het kleine Territoire de Belfort in het noordoosten. Wij verbleven voornamelijk in en rond de Vogezen die zich over een afstand van 250 km uitstrekken over de westelijke zijde van de Rijnvallei in noordoostelijke richting, van Bazel tot Mainz. Er zijn verschillende geologische overeenkomsten tussen de Vogezen en het Zwarte Woud. De bergen bestaan voornamelijk uit graniet en rode zandsteen.

Toch is er hier niet alleen natuur, de streek telt ook een paar pareltjes op architectuurgebied: de kerk Notre Dame du Haut in Ronchamp van de Zwitsers-Franse architect Le Corbusier en een gite van zijn medewerker Maisonnier. Daar gaan we eerst heen!

In de Haute-Saône met de beboste Vogezen lopen we de heuvel op naar het kerkje dat Le Corbusier hier begin jaren ’50 bouwde. Al eeuwen volgden pelgrims voor ons deze weg en het was opmerkelijk dat uitgerekend de niet-gelovige Le Corbusier de opdracht kreeg er een nieuw intiem godshuis neer te zetten. Maar de architect was zwaar onder de indruk van de plek die zo’n prachtig uitzicht biedt op de omringende Ballons des Vosges, de afgeronde ‘bergtoppen’. Het landschap deed hem denken aan zijn jeugd in Zwitserland en inspireerde hem tot een gebouw ‘dat nergens op lijkt.’

Koel beton

En inderdaad, eenmaal boven vallen we van de ene verbazing in de andere. Het vreemd gevormde gebouw van witgeschilderd beton met golvend dak en kleine ramen lijkt meer op kunstwerken van Mondriaan of El Lissitzky dan op een van de strakke bouwwerken van deze architect. Om de kapel heen, in het gras, staan en zitten kunststudenten die proberen de vormen op papier te vangen. Het is inderdaad een inspirerende plek, stil en devoot, waar vogelgeluiden de boventoon voeren. Eens in de twee weken op zondag is er nog een mis.

Binnen is de kapel weer anders dan verwacht: heel koel en de lichtval door de kleine, soms gebrandschilderde ramen in de metersdikke muren, is prachtig. De vormgeving van de preekstoel en de trap erheen zijn een les in verbluffend minimalisme. Gelukkig ook hier gewoon brandende kaarsen om iemand te gedenken.

Pelgrimage
Aan de andere kant van Vesoul, ten westen ervan, ligt de bijzondere gite Maison Maisonnier, gebouwd door André Maisonnier voor een vriend van hem. Helaas blijkt het huis in Chemilly bezet door gasten. Volgende keer zijn wij die gasten, nemen we ons voor. Het plaatsje Fondremand blijkt een leuk alternatief.

Voorbij de kerk met zijn middeleeuwse kerkhof komen we in de stromende regen een oudere man tegen met een soort huif met poncho boven zijn hoofd. Het blijkt een Duitse pelgrim op weg naar Santiago de Compostela in Spanje. Nog een heel eind te gaan! Hij heeft in plastic een briefje bij zich waarin hij in het Frans om een slaapplek vraagt. In restaurant L’Amphitryon, tegenover de kerk, wordt telefonisch wat geregeld, voor onderweg krijgt hij een rol biscuit mee.

1000 meren
De volgende dag gaan we naar het Plateau van duizend meren, niet ver van Ronchamp, waar we met Marcel Placiard, vrijwilliger bij het Bureau de Tourisme in Mélisey, een wandeling maken. Het plateau, aan de voet van de Vogezen, is een uniek landschap dat 12.000 jaar geleden gevormd werd door gletsjers. Er ontstonden bekkens, die in de elfde eeuw door boeren en monniken werden omgevormd tot meren, voor visvangst. Nog steeds zijn er morenen, zwerfkeien en gletsjersporen in de rotsen te vinden. We lopen langs gevaarlijk uitziende hoogveengebieden (tourbières), waar zonnedauw groeit. Vroeger waren hier kleinschalige boerenbedrijfjes, geïsoleerd en verspreid. Omdat elk boerderijtje te voet of met paard en wagen bereikbaar moest zijn, ligt er een uitgebreid netwerk van oude paden, prima geschikt voor wandel- en fietstochten. Het is een gebied van natuur en rust, nog niet ontdekt door het massatoerisme.

Verbodsbordjes
De omgeving doet deels Nederlands, deels Zweeds aan: meren gescheiden door dijkjes, vaak met een houten huis met steiger. Opvallend genoeg zijn de meeste meertjes privébezit, zodat er bordjes staan met de tekst dat zwemmen en vissen verboden zijn. Dat is dan weer jammer. Sommige meertjes worden slecht onderhouden, wel met een charmant, rommelig effect. In Nederland heet dat ecologisch beheer. We nemen afscheid van de enthousiaste en deskundige Placiard en bedanken hem voor zijn balade.

Het is tijd geworden voor onze experimentele overnachting in een water- of boomhut! Ten zuiden van het Plateau, bij het riviertje Ognon, op de grens van de Haute-Saône en Doubs, is in en rondom het Lac de Bonnal een ecologisch domein ontworpen met diverse slaapmogelijkheden, dichtbij de natuur. Het is een enorm terrein van 150 hectare, nog flink in ontwikkeling: dichtbij onze hut wordt een extra plas- en wasgebouwtje neergezet. Dat mag ook wel, de afstanden over soms modderige bospaden, zijn hier groot. We worden gelukkig met ons rolkoffertje (en overlevingspakket in rugzak!) in een golfkarretje vlakbij onze waterhut gebracht.

Romantisch
Over een meterslange steiger lopen we naar onze twee hutten, met een buitenzitje. Ze zijn bedoeld voor een gezin: in de ene hut staan drie bedden, in de andere een groter bed en een ecotoilet. Er zijn ook waterhutten die alleen met een bootje bereikbaar zijn: voor echte romantici! We hebben water in flessen meegekregen, mijnwerkerszaklampen voor op ons voorhoofd en lucifers. In de hutten is geen elektriciteit, alleen waxinelichtjes. De hemel zorgt voor een echt duizendsterrenhotel-gevoel. Alles is van hout, behalve gek genoeg de daken die van riet lijken maar van plastic zijn. Er heerst een enorme rust, een zee van ruimte van water om je heen en volstrekte privacy. Kom daar in ons volle landje eens om!

Aan deze idylle hangt wel een prijskaartje: een familiehut (3-5 personen) met ontbijt (gebracht voor de deur) kost per nacht ruim over de 200 euro. En het heeft aantrekkelijke kanten maar ook wel mindere: voor de patrijspoortjes hangen geen gordijnen en je kunt er niets koken of zelfs maar een kop thee zetten. Dat je met het licht wakker wordt, geldt niet voor de boomhutten: daar lig je onder het donkere bladerdak. Het zijn slechts de vogels die je hier wekken. Hoogtevrees weerhield ons ervan in de bomen te klimmen (soms met een trap, soms over touwladders), maar gasten die het probeerden verhaalden van een geweldige ervaring.

2013

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.