Een dagje naar het Weinviertel

Tekst: Paul Hesp    Foto's: Paul Hesp

Kaart

Praktische informatie

Openbaar vervoer 
Frequente bus van Wien-Floridsdorf (U-Bahn) naar Poysdorf op werkdagen. Vanaf Poysdorf een paar maal per dag een bus naar Falkenstein (niet in het weekend).

Kaart
Österreichische Karte 1:50.000, blad 33-12-08 Laa an der Taya.

Meer informatie
www.falkenstein.gv.at/system/web/startseite.aspx?sprache=1 (o.a. kaarten met rondwandelingen).

Tip
Tsjechië is net om de hoek. Mikulov en de spectaculaire kastelen Valtice en Lednice zijn wel een bezoek waard. Helaas is er geen handige openbare vervoerverbinding.


Artikel

Print Friendly

De vallei van de March in het noordoosten van Oostenrijk heeft de toepasselijke naam Weinviertel. Boven de wijngaarden torenen kasteelruïnes, onder de wijngaarden vind je kelders waar een tochtje door het gevarieerde cultuurlandschap mooi afgerond kan worden.

Tussen het Boheemse Plateau, dat in het zuiden tot aan de Donau reikt, en de westrand van de Karpaten ligt de vallei van de March. De Tsjechische naam is Morava, en daar komt weer de streeknaam Moravië vandaan. Aan de Oostenrijkse kant van de grens heet de regio Weinviertel, een heel toepasselijke naam: de wijn gedijt prima op de lössgrond. De vallei van de March, die tot in het noordoosten van Tsjechië reikt, is van oudsher een doorgangsroute: de Brünnerstrasse verbond Wenen al in de Middeleeuwen met Brno, en aan het tracé ervan is tot de recente bouw van een snelweg weinig veranderd.

Toeristische clichés
De combinatie van vruchtbare grond en toegankelijkheid maakte de streek economisch aantrekkelijk voor feodale heren. De kalkbulten, riffen van een prehistorische zee die hier en daar boven het golvende landschap uitsteken, vormden ook nog eens een natuurlijk fundament voor moeilijk neembare burchten. Falkenstein, net onder de huidige Tsjechische grens, was een van die burchten. Aan de ruïne zijn geen heroïsche verhalen van veldslagen verbonden: toen vanaf de late zeventiende eeuw het platteland veilig werd, gingen de bezitters gewoon comfortabeler wonen. Bouwende boeren onfermden zich over de steen. De ruïne levert evengoed een romantisch plaatje op. Diep onder de burcht ligt het dorp met z’n barokke kerk en schilderachtige, sierlijk gebogen Kellergasse waar al eeuwenlang de wijn wordt opgeslagen en gedronken. Er is altijd wel een Heuriger – een wijnkelder met buffet – te vinden waar je na een dagje wandelen kunt aanleggen. Alle toeristische clichés kloppen hier.

Oud cultuurlandschap
Poysdorf, eindhalte van een bus uit Wenen, is een mooi startpunt voor een wandeling rond Falkenstein. Het is een dorp waar alles om de wijn draait. Achter de kerk lopen we direct de eerste Kellergasse van de dag in, en even later zijn we op een landweg tussen de wijngaarden. Een van de charmes van het Oostenrijkse platteland is dat er nog zoveel oud cultuurlandschap bestaat: zo kun je hier al lopend langs de heggen en bomenrijen die de slingerende weggetjes omzomen in de nazomer genieten van walnoten, peren, appels, pruimen en mirabellen.
Het bos dat we na een uur bereiken heeft zijn eigen aanbod: bramen, frambozen en wilde kersen. Een minpunt van de kersenbomen is dat ze weinig laaghangende takken hebben; een pluspunt dat ze in het voorjaar met hun bloesems kilometers ver witte accenten tegen het jonge groen zetten.

Kelder – panorama – kelder
Nog een uurtje door mooi gemengd bos en we lopen Falkenstein binnen langs de fraaie boog van Kellergasse. Het is te vroeg op de dag voor een hapje bij een Heuriger: meestal wordt er pas rond drie, vier uur ausgesteckt. Dan wordt een dennentak of strooien zonnerad bij de deur gehangen en is er lafenis te vinden. Maar een van de kelders is overgenomen door een prima restaurantje dat ook nog eens – midden in deze wijnstreek – een prachtig biermenu met enkele Belgische klassiekers heeft. Harde jongens en meisjes kunnen zich hier wagen aan een Chimay of een Oostenrijkse ’Horney Betty (böse, potent, geil, gemein und willig, 9,2% vol)’, voordat de klim terug het bos in ondernomen wordt.
Op de Galgenberg, waar tegenwoordig gelukkig alleen een telecommast staat, heb je dan een prachtig uitzicht over het dorp: de huizen op een kluitje in de vallei, daarboven de barokke kerk en daar weer boven de kasteelruïne, die we na een ommetje door lommerrijke boslanen bereiken. De bouwval kan bezichtigd worden, maar het blijft een bouwval. Interessanter zijn de panorama’s vanaf de bult, tot ver in het Weinviertel en de streek rond het Tsjechische Mikulov. Zelfs op een afstand is het contrast opvallend: de collectieve landbouw heeft aan de overkant grote kale vlakten gecreëerd.

Bioboomgaarden
We lopen het prehistorische rif af richting Poysbrunn, een klein dorp met een groot slot. De Kellergasse is leeg, en de reden is niet ver te zoeken: in de hof van het slot heeft graaf Thurn-Vrints vandaag ausgesteckt. We bijten toch maar even door en wandelen door zijn uitgestrekte bioboomgaarden (‘het kost me meer, maar ik kan er ook meer voor vragen – de nettowinst is zeker het dubbele‘) terug naar Falkenstein. In het hart van het dorp, net onder de kerk, vinden we de Schmitt’n, een voormalige smidse. In de duizend jaar oude kelder kan tegenwoordig een mooie selectie wijn geproefd worden. En de bushalte is niet ver.

2014

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.