Droogvoets door de Donau: De logica van een Weens-Hollands landschap

Tekst: Paul Hesp    Foto's: Isabelle Boutriau en Paul Hesp

Kaart

Praktische informatie

Kaart: Samengesteld blad Wien-Umgebung van de Österreichische Karte 1:50.000. Daarmee kun je ook in een groot deel van het Wienerwald uit de voeten. De kaart kost 12 euro. Klik hier om de kaart te bekijken of te bestellen.

Klik hier voor meer informatie over het Nationalpark Donau-Auen.
Meer weten over VN wandel-en bergsportclub Wenen, kijk dan hier.

Geïnteresseerd in historische Landesaufnahmen? Kijk dan hier voor de complete eerste twee Landesafaufnahmen en zwart-wit kaartbladen van de derde. Nettekeningen van de derde Landesaufnahme voor de regio Wenen (klik op de loupe met + voor hoge resolutie). Voor meer achtergrondinformatie over de landmeters van weleer, klik hier.

Uitgelichte afbeelding: www.donauauen.at/pressebereich/


Artikel

Print Friendly

Dertig jaar geleden leidde ik mijn eerste tocht voor de wandel- en bergsportclub van de Weense VN – in de Kleine Karpaten, heel exotisch achter het IJzeren Gordijn. Later heb ik een repertoire van populaire nummers opgebouwd, maar wat voor de hand ligt probeer ik nog steeds te vermijden. Dat heeft me naar mijn geografische roots teruggebracht.

Ik wil af en toe meer dan tevreden volgelingen: ik zie wandelconsumenten graag zelf aan de slag gaan. Geïnspireerd door mijn ‘logic of landscape’ wandelingen, bijvoorbeeld.

Landmeters
Het volgen van landschapsveranderingen via edities van de topografische kaart is een oude hobby van me. Zo ontdekte ik het werk van de Oostenrijkse landmeters in de 18e en 19e eeuw. De eerste twee Landesaufnahmen zijn nog tamelijk schetsmatig, maar de nettekeningen van de derde Landesaufnahme (1869-1887) zijn buiten het hooggebergte zo precies dat je er op het platteland, waar veel minder is veranderd dan in Nederland, nog aardig mee uit de voeten kunt.
Door de drie ‘momentopnamen’ te vergelijken met de kaart van nu en dit ‘bewegende beeld’ aan te vullen met wat historisch- en fysisch-geografisch surfwerk kreeg ik verhalen met een simpel centraal thema. Landschap is veel meer dan een prettig decor met op de juiste plekken een verfstreep of een wegwijzer om niet tussen de decorstukken te verdwalen. De aarde geeft vorm aan ons doen, ons doen verandert de aarde. De hardnekkige sporen die we achterlaten beïnvloeden ons verdere doen weer.
Misschien breng ik hiermee wat mensen ertoe zich af te vragen waar we met de interactie mens-aarde in de 21e eeuw heen gaan. Want ook de wandelaar kan niet om die vraag heen. En misschien breng ik wat Vrije Wandelaars ertoe met onze eigen topografische kaart iets dergelijks te ondernemen. Klik hier en surf eens door de landschapsgeschiedenis.

Van barrière tot nationaal park
De Lobau, aan de oostrand van Wenen, is deel van het stroomdal van de Donau. Een Au is land – natte weiden, moerasbos, en dergelijke – aan of in een ongetemde rivier. Vanaf Krems, dik zestig kilometer naar het westen, tot aan de voet van de Kleine Karpaten loopt de Donau door een vaak Hollands aandoend laagland. Daar kon de rivier naar hartenlust meanderen; de hoofdstroom verlegde zich geregeld. Zo was de rivier eeuwen lang een natuurlijke barrière voor verkeer en vijand. Op de hogere eilanden in de rivier werd wat landbouw bedreven en het wilde moerasbos aan de meanders was keizerlijk jachtgebied.
Tot midden 19e eeuw had de hoofdstad van het keizerrijk precies één vaste oeververbinding over de Donau, waarvoor vier bruggen nodig waren. De economische ontwikkeling vroeg om een radicale verandering; de technologische ontwikkeling maakte die mogelijk. Vanaf de jaren 1870 werd de Donau gekanaliseerd. Helemaal afgesloten werden de meanders niet: in de grootste ervan was een rivierhaven gepland en al die kilometers stagnerend water zouden een broedplaats voor insecten worden (je hebt in de Lobau ’s zomers nog evengoed muggenolie nodig). De kleinere meanders verlandden uiteindelijk en er werd veel loofhout geplant, maar het typische landschap van velden, moerasbos en water met rietkragen bleef toch deels behouden.
Met de betere transportverbindingen breidden zich industriewijken over het vlakke land aan de overkant uit. Voor de bevolking daar was de Lobau een kant-en-klaar recreatiegebied (de laatste keizer schonk de jachtterreinen aan de gemeente), en dat is het gebleven. Mede wegens haar functie als ‘groene long’ is de Lobau sinds 1996 ook deel van het Nationalpark Donau-auen. Waar de landbouw niet langer loont laat men de velden verruigen, en ook in de bossen kan de natuur nu weer grotendeels z’n gang gaan.

Twee pilaartjes in de jungle
Een gure februaridag – Hollands weer voor een tocht door een vaak Hollands landschap. De stadsbus zet ons af bij de Esslinger Furt. ‘Ons’ zijn zeven dames en een heer uit acht verschillende landen. Ik hou de groepen klein, dan komt mijn verhaal het beste over.
De naam Furt geeft aan dat hier een doorwaadbare plek (voorde) in een Donau-arm was. Je kunt die nu droogvoets oversteken, deels door verlanding, deels dankzij een forse beverdam even hogerop. Dikke grintbanken tot ver op de oever, nu onder dicht loofbos, getuigen van een sterke stroming. Nog wat hoger begint de rivierklei van akkers aan onze voeten te kleven. Even wordt het echt baggeren als we een serie diepe sporen van terreinwagens passeren: geologen doen grondboringen voor de Lobautunnel, die deel van een nieuwe rondweg om Wenen moet worden. Het verkeer mag dan ongemerkt onder je voeten doorgaan – maar “waar gaan de ontluchtingstorens hun dieselwalm spuien?”, wil Evelyn weten.
Via een weiland dat langzaam verdwijnt onder natuurlijk prikkeldraad – meidoorn – bereiken we twee bordjes: ‘Napoleon’s Pulvermagazin’ en ‘Friedhof der Franzosen’. In 1809 overwonnen Franse troepen, onder andere via de Esslinger Furt, de natuurlijke barrière en vielen het Oostenrijkse leger bij het dorp Aspern aan de noordkant van de Lobau aan. Die slag kostte Napoleon een flinke bloedneus. Hij trok zich terug op een paar Lobau-eilanden om een nieuwe slag te plannen. Die won hij bij een dorp verderop, en sindsdien heeft Parijs een Avenue de Wagram, compleet met verkeerde uitspraak. Hier in de jungle herinneren alleen twee pilaartjes aan de depots en de massagraven.

Biesbos-achtig panorama
De Tweede Wereldoorlog heeft duidelijker sporen achtergelaten. Even ten zuiden van de Rohrwand – de grote rietkraag waarop de naam duidt is allang verdwenen, maar de meander zie  je nog in de boog van bosrand en pad – stuit je op een dood stuk kanaal. Al eeuwen waren er plannen voor een Donau-Oder verbinding tussen Wenen en de Oostzee, maar pas onder de Nazi’s kreeg het idee serieus aandacht: het kanaal zou voor de toenmalige Britse bommenwerpers onbereikbaar zijn. De aanleg stopte echter al in 1940: het project was ondanks overvloedige goedkope werkkracht – dwangarbeiders en krijgsgevangenen – kennelijk te ambitieus. Wel werd de oliehaven aan de uitmonding van het kanaal in de Donau voltooid; daar kon, alweer voorlopig veilig voor luchtaanvallen, olie van de bondgenoot Roemenië en uit het kleine Oostenrijkse olieveld in het nabije Marchfeld opgeslagen en verwerkt worden.
De oliehaven neemt een flinke hap uit de Lobau; gelukkig zie je er door het dichte bos weinig van, en stinken doet het ook niet. De dijk van de gekanaliseerde Donau volgend laten we de tanks al gauw achter ons, en genieten van het Biesbos-achtige panorama – enorme populieren, moerasbos, rietkragen langs breed water – van de Lausgrund. Hoog in de lucht een vliegende plank, een zeearend.
We lopen het nationale park uit over de Rückstaudamm, een soort zomerdijk die het vlakke akkerland van het Marchfeld beschermt tegen hoogwater in de Lobau. De dijk voert ons recht naar Gross-Enzersdorf, waar bij het busstationnetje een onvolprezen Oostenrijkse institutie is: de plaatselijke Konditorei. Gabriela en Monica melden zich er aan voor mijn cursus avontuur met kaart en kompas.

Maart 2017

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.