Champagne met oesters en Heilig Bloed

Tekst: Liesbeth Vermeulen    Foto's: Liesbeth Vermeulen

Kaart

Praktische informatie

Vervoer
Er gaan elke dag diverse treinen vanuit Amsterdam via Antwerpen naar Gent (voor Brugge hier overstappen), zie www.nshispeed.nl.

Accommodatie
Tip: B&B Alegría (www.alegria-hotel.com); persoonlijk contact, geweldig ontbijt.

Wandelen
Zowel Brugge als Gent kent diverse wandelroutes. Tips: www.vizitgent.be; wandelroute langs historische gebouwen van de Universiteit Gent (www.UGent.be); Toerisme provincie Oost-Vlaanderen (www.tov.be); Gent de stad uit: Bourgoyen-Ossemeersen (www.gent.be/bourgoyen-ossemeersen).
Algemene toeristische informatie: www.toerismevlaanderen.nl; visitgent.be en visitbrugge.be.
De stad promoot het gebruik van de benen en de fiets onder het motto: Te voet was je er al geweest. Studenten kunnen goedkoop een fiets huren (een opgeknapte of een mooie gele), met servicebeurten en al (zie: www.studentenmobiliteit.be).

Tip:
Museum over de geschiedenis van de stad Gent (www.stamgent.be). 


Artikel

Print Friendly

Wandelen door Vlaamse steden is vaak een reis door de (Bourgondische) geschiedenis. Vooral Gent en Brugge kunnen bogen op een glorierijk verleden die zijn weerslag vindt in prachtige koopmanshuizen, belforts, stadhuizen, begijnhoven, kathedralen en kerken, reien, hospitalen en musea. Inmiddels moet Brugge –met het hele centrum als werelderfgoed- vechten tegen het imago van ‘openluchtmuseum’, terwijl Gent hoger klimt op de lijst van populaire stedentrips. Gent en Brugge zijn zo dichtbij en toch is vrijwel alles er net even anders. Soms ben je verbaasd dat je gewoon je eigen taal kunt spreken. Ook in de maand november dat wij hier waren en stormen het land teisterden, waren beide plaatsen vol met toeristen en de restaurants behoorlijk bezet. Wat is de aantrekkingskracht van deze twee steden die op nog geen vijftig km van elkaar vandaan liggen? Met een gids lopen we op een avond door Gent en doen we op eigen gelegenheid de kleine zusterstad aan.

Sites
Want dit verschil valt meteen op: Gent is een veel grotere stad en telt het dubbele aantal inwoners van Brugge. Voor voetgangers is het geheel overzichtelijk opgeknipt in delen (sites genoemd, uit te spreken op zijn Frans) als Kunstenkwartier en De Kuip (geen stadion maar de historische binnenstad), en overal staan handige wegwijzers. Later blijkt in Brugge bijna nergens de weg aangegeven.

Amuse gueule
Omdat het ons aardig lijkt het calvinistische met het Bourgondische te combineren, kiezen we voor een soort ‘lopend buffet’, ofwel een Amuse gueule-wandeling van VizitGent, een organisatie die diverse soorten wandelingen aanbiedt. Het concept houdt in dat je met een losse groep mensen vier restaurants bezoekt, waar je verschillende gangen gebruikt. Intussen krijg je –aan tafel en lopend door de stad- allerlei verhalen te horen, van anekdotes tot wetenswaardigheden (‘op deze etage woonde Hugo Claus ook’). Op onze avond zijn de Belgen in de meerderheid, en met een plukje Limburgers erbij beschouwt gids Steven ons niet als toeristen. Gelukkig maar.

Universiteit
Van de champagnebar waar we begonnen zijn, lopen we naar de Vrijdagmarkt, naar het standbeeld van volksleider Jacob van Artevelde. Die stelde met zijn keuze voor Engeland de import van wol en werkgelegenheid veilig, maar werd later evengoed in 1345 door het volk vermoord. Volgens de gids wordt Van Artevelde regelmatig door lollige studenten ‘versierd’. De stad kent een grote en gerenommeerde universiteit, waar Steven ook aan studeerde. Ons gezelschap gaat de brug over naar het wijkje Patershol, enkele decennia geleden nog een buurt waar je liever niet kwam, maar sinds één restaurant ‘over de brug’ kwam is het nu een levendig gebied.

Via de Vismarkt lopen we langs het Gravensteen, een van de pronkgebouwen van de stad. In de hoek van de markt staat de oude vismijn, een prachtige gevel met Neptunus, na een renovatie in gebruik door de Dienst Toerisme. Het Gravensteen is een middeleeuws kasteel dat verschillende functies heeft gehad, onder meer als gevangenis. De tentoonstelling over hier gebruikte martelwerktuigen moet onder schooljeugd flink populair zijn.

Schitterende koopmanshuizen
Bij het Groot vleeshuis uit begin 1400 worden we aangeklampt door een zwerver, niet de eerste die we zien en een ‘toehoorder’ die de gids op zijn route vaker treft. Als je op de namen van de pleinen, straten en gebouwen let, weet je al wat zich hier vroeger afspeelde. Hoewel, het galgenhuisje naast het vleeshuis, dat kan nooit appetijtelijk geweest zijn, meent Steven. Na een gastronomisch hoofdgerecht lopen we langs de Korenlei, die samen met de Graslei voorheen de haven van Gent vormde. We zijn onder de indruk van de schitterende oude koopmans- en gildenhuizen, die zich zeker kunnen meten met onze Amsterdamse grachtenpanden. Nu zijn er meestal de wat prijziger restaurants te vinden, soms is alleen de gevel nog authentiek.

Strop om de nek
Na het nagerecht nemen we hartelijk afscheid van Steven en onze disgenoten en willen graag de stad bij daglicht opnieuw bekijken. Op zondagochtend is het geenszins uitgestorven: bakkers zijn open en mensen struinen over verschillende markten. Via de boekenmarkt op de Ajuinlei gaan we naar het Prinsenhof, waar in 1500 Karel de Vijfde werd geboren, de latere keizer. Gent heeft een ambivalente houding met deze beroemde stadgenoot. Naast trots op zijn afkomst werd hij verguisd vanwege de vernederende maatregelen die hij nam om de rebelse gilden in het gareel te krijgen: schepenen, burgers en gildendekens werden gedwongen met een strop om hun nek om genade te smeken. Twintig opstandelingen moesten hun wens om meer rechten met de dood bekopen. Het standbeeld van de keizer op het rustige pleintje straalt weinig gezag meer uit. Grapjassen hebben letters weggehaald, zodat er alleen nog ‘ei Karel’ staat.
Via het hart van de stad met het belfort en de Sint-Baafskathedraal lopen we naar de chique Kouter, waar een gezellige bloemenmarkt is. Tientallen mensen staan rond het middaguur bij een blauw stalletje en blijken zich tot onze grote verbazing in de buitenlucht te goed te doen aan champagne en oesters! Dat is pas echt Bourgondisch…

Heilig Bloed
Even later in Brugge kunnen de vrolijke ijsbaan en kerstversieringen op de Markt ons de snijdende wind en hoosbuien niet doen vergeten. We vluchten richting nabije Burg, naar de basiliek van het Heilig Bloed, met zijn donkergrijze gevel en gouden beelden. Binnen wacht ons een warm welkom, zelden zagen we zo’n bonte en barokke kerk met schrijnen, muurschilderingen en tierelantijnen, gebouwd in diverse stijlen, van romaans tot gotiek. Jaarlijks wordt de reliek van het Heilig Bloed op Hemelvaartsdag in een optocht door de straten gedragen. Enigszins besmuikt geven we als een van de eersten gehoor aan de oproep van de priester om de reliek te vereren met een persoonlijk gebed. Het idee dat we dit glazen staafje met troebele substantie dat hier al sinds 1150 wordt bewaard, mogen aanraken, bezorgt ons kippenvel. Het wordt moeilijk deze ervaring te evenaren, terwijl we toch zwaar onder de indruk zijn van het nabij gelegen stadhuis met de gotische zaal (en vrij recente!) muurschilderingen en de prachtige schouw in het hiernaast gelegen Museum van de Brugsche Vrije. De 366 treden van het belfort laten we voor wat ze zijn, veel uitzicht zal er nu niet zijn, maar we willen zeker de graven van Karel de Stoute en Maria van Bourgondië in de Onze-Lieve-Vrouwekerk bezoeken.

Chocolade en praal
We wurmen ons langs zwermen toeristen in de van chocoladegeur bezwangerde Katelijnestraat. Binnen in de kerk is het droog en donker, en de praalgraven staan in een afgeschermd gedeelte. We worden niet teleurgesteld: op een marmeren vloer, met omhoog gestoken gevouwen handen, rusten de levensgrote koperen afbeeldingen van vader en dochter op hun overdadig versierde praalgraven, een goed gekozen woord.
Tijd voor de eenvoud van de contemplatie. We genieten van de rust van begijnhof Ten Wijngaerde, waar zusters benedictijnen wonen en de poorten om zes uur ’s avonds sluiten. Er valt wat voor te zeggen. De witte huisjes contrasteren prachtig met de bruine bomen en het groene gras. In ‘het meest romantisch gelegen restaurant van Brugge’, Maximiliaan van Oostenrijk, aan het ontroerend mooie Minnewater (vroeger de binnenhaven), drinken we een laatste ‘Brugse Zotte’, voordat we gelaten de reis naar onze eigen thuishaven aanvaarden.

 

April 2012 (geactualiseerde informatie; oorspronkelijke artikel uit: 2010)

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.