Assynt: magie en mensenwerk

Tekst: Paul Hesp    Foto's: Paul Hesp en The Sutherland Dunrobin Trust

Kaart

Praktische informatie

Algemeen
www.discoverassynt.co.uk/index.php en www.undiscoveredscotland.co.uk/lochinver/lochinver/index.html.
Ook suggesties voor vele andere activiteiten in de regio.

Wandelroutes
Behalve de hier beschreven (niet gemarkeerde) routes zijn er korte rondwandelingen bij Lochinver. Puzzelen met de topografische kaart levert nog meer mogelijkheden op. Er zijn geen lange rondwandelingen, dus je moet googelend met busverbindingen of auto‘s van punt naar punt of heen en terug. Voor de langere routes geldt net als elders in de Schotse Hooglanden dat je met kaart en kompas kunt omgaan, niet tegen baggeren opziet en altijd op slecht weer voorbereid bent.

Kaarten
Ordnance Survey 1:50.000, blad 15 Loch Assynt of 1:25.000, blad 442 Loch Assynt & Lochinver en blad 439 Coigach & Summer Isles (veel betere weergave van dit complexe landschap).

Vervoer
www.stagecoachbus.com/timetables.aspx (Inverness-Ullapool en Ullapool-Lochinver) en www.decoaches.co.uk/timetables/ (Inverness-Lochinver). Gezien de beperkte busdiensten geeft de auto meer flexibiliteit. Wie het rijden over bochtige eenbaansweggetjes met hellingen tot 20% aandurft: Drumrunie (A 835)-Coigach-Lochinver-Drumbeg-A 894 is een adembenemende ervaring.

Knutjes
Deze minuscule bijtende vliegjes zijn overal in de Hooglanden een ware plaag in de zomer. Beste middel tegen insecten: ga naar Assynt vóór half mei of na half september.


Artikel

Print Friendly

Assynt in noordwest Schotland is een leeg landschap waar vreemd gevormde bergen als schepen voor anker liggen tussen dozijnen meren. Na twee eeuwen marginalisering probeert de plaatselijke bevolking Assynt nieuw leven in te blazen.

‘Strange things begin to loom up ahead. Some resemble the heads of armed men. Or demons.’ Een paar woorden uit John Hillaby’s Journey through Britain, zijn verslag van een voettocht van 1100 mijl in de jaren ‘60. Die woorden over het landschap van Assynt, met hun sfeer van magie, zijn me heel lang bijgebleven. Tot ik met beide voeten op de grond Assynt leerde kennen en de magie ervan nog sterker voelde. En dat ondanks het feit dat die magie voor een deel heel nuchter te verklaren is.

De westkust van Schotland zit geologisch ingewikkeld in elkaar. De steen van de diverse geologische formaties bijvoorbeeld is ongelijk hard, waardoor na miljoenen jaren verwering steile, geïsoleerde bergen van 700 meter hoogte en meer – die ‘vreemde dingen‘ van Hillaby – boven een golvend laagland zijn blijven staan. Gletsjers hebben gigantische happen uit hun flanken genomen. De kam van de bergen ligt, tenslotte, dicht tegen de Atlantische oceaan, zodat het land vaak steil naar zee afvalt, met diep ingesneden baaien.

Het lege binnenland
Het valt de bezoeker direct op dat bijna iedereen aan of bij de kust woont. Maar het binnenland is niet altijd zo leeg geweest. Ten oosten van de hoofdweg Ullapool-Thurso vind je onder Inchnadamph bijvoorbeeld de Allt-nan-Uamh grotten, door het water in kalksteen uitgehold, waar de sporen van bewoning 6000 jaar teruggaan. Dichter bij onze tijd laat een gedetailleerde achttiende-eeuwse kaart van de landmeter John Home rond Inchnadamph verspreide boerderijtjes met gevarieerd landgebruik zien. Het is nu een kluitje huizen dat het helemaal van bergwandelaars en sportvissers moet hebben.

Dat die kaart toen is gemaakt is geen toeval. De grote landeigenaren wilden zich om twee redenen een goed beeld van hun bezittingen vormen: de schaarse vruchtbare grond begon overbevolkt te raken, en er was door de opkomst van de textielindustrie meer te verdienen met grootschalige schapenteelt dan aan het verpachten van keuterboerderijtjes. Goedschiks of kwaadschiks werden in de decennia rond 1800 de meeste gehuchten in het binnenland ontruimd. Een deel van de boeren kreeg zuinige lapjes grond toegewezen aan de kust. Ze moesten voor aanvullende voeding en inkomen maar gaan vissen. Lochinver, het grootste dorp in Assynt, en het stadje Ullapool zijn toentertijd planmatig gebouwd als vissershavens. Maar de meeste mensen emigreerden, zochten werk in de nieuwe industriesteden of namen dienst in het leger.

Een ijzige top
Het beste beeld van Assynt krijg je te voet, en de gigantische rotsbulten die boven het laagland uitsteken bieden allemaal prachtige panorama’s. Ik sla twee vliegen in een klap: als ik Conival beklim, een van de twee Munros – Schotse bergen van meer dan 3000 voet oftewel 913 meter – in het gebied, brengt me dat ook een stapje dichter bij ‘compleation‘, het beklimmen van alle 282 Munros. De teller staat inmiddels op 34.

Vanaf het Inchnadamph Hotel pak ik het pad langs de Traligill, een muzikale naam voor een dartelende beek. Hij verdwijnt een tijdje in kalksteengrotten en nadat hij weer is opgedoken, wordt het pad gaandeweg smaller, modderiger en steiler. Dicht bij de bron zijn een paar handgrepen nodig om de rug naar de top te bereiken. Ineens ben ik, op nog geen 800 meter, in het hooggebergte: rondom niets dan naakte rots, een ijzige wind maakt de lentezon koud.

Op Conival zie ik de ‘vreemde dingen‘ met hun prachtnamen – Coigach, Suilven, Canisp, Quinag – als schepen voor anker liggen tussen dozijnen meren in het golvende laagland. Er is nauwelijks een boom te zien, het laagland is kaalgekapt en later kaalgevreten door schaap en hert. Net een mijl naar het oosten zie ik de top van Ben More Assynt, nóg een Munro. Maar ondanks de beschutting van een rotsmuurtje hou ik het bovenop niet lang uit. Kleumend probeer ik over Loch Assynt en de Atlantische Oceaan een streep aan de horizon thuis te brengen – het eiland Lewis? -, maak een paar foto’s en haast me dan omlaag, naar een welverdiende pint aan de bar van het hotel. Daar zit een lid van de bergreddingsdienst. Hij vertelt me dat er wel eens bergsporters van het ruggetje tussen Conival en Ben More Assynt afwaaien. Maar goed dat het zo koud was.

Langs de kameelbulten
Wie van crosscountry houdt kan vanaf Inchnadamph te voet naar Lochinver. Vanaf Elphin, waar de bus van en naar Lochinver ook stopt, is dat gemakkelijker. Daar begint een duidelijk pad, ooit een landweggetje van ‘Inver‘, zoals het nog heet op de kaart van Home, naar Ledbeg even ten noorden van Elphin. Bij de brug over de Ledmore River staat een handwijzer met een simpele tekst: ‘Lochinver‘. Dan is het, afgezien van wat steenmannetjes, gedaan met de wandelhulp. Maar de bizarre kameelbulten van Suilven zullen me vele kilometers als baken dienen. En mijn noordwestelijke koers is ook de richting van de bergplooien waarlangs het pad loopt, dus letterlijk de mist ingaan kun je nooit; als je tenminste kunt kaartlezen.

In het lege landschap van rotsbulten en waterpartijen verdwijnt mijn besef van tijd. Pas als Suilven achter mijn linkerschouder is weggeschoven kom ik terug in de wereld van alledag door een eerste teken van de bewoonde wereld: de Suileag bothy, een voormalige herdershut of zomerboerderij, een van de in de Hooglanden dun gezaaide schuilmogelijkheden die de onvolprezen Mountain Bothy Association met veel vrijwilligerswerk en weinig geld in stand houdt.

Jagers en tieners
Een uur later sta ik voor een grootser bouwwerk: Glencanisp Lodge. Op de kaart van Home staan hier boerderijtjes. Of die tijdens de Clearances verdwenen zijn? Het Victoriaanse jachthuis past in ieder geval in de geschiedenis van die tijd: waar schapen niet loonden creëerden de grote heren ‘deer forests‘ (je zult er weinig bomen zien), en ook daarvoor werden keuterboertjes verjaagd. Een groepje tieners schuttert op het meer voor de Lodge met kano’s, het is nu een vakantie- en trainingscentrum. Sinds de jaren ‘90 zijn grote delen van Assynt, inclusief het jachthuis, overgenomen door de plaatselijke gemeenschap, die hard zoekt naar nieuwe economische activiteiten. Er worden nog wel herten gejaagd, zodat het bos zich kan herstellen.

Een asfaltweggetje voert me nu naar Lochinver. Het landschap wordt lieflijker: overal plukken den, berk en els, en de gele bloesems van de stekelbrem met zijn kokosnootgeur. Ineens loop ik in de dorpsstraat langs het water, de stille baai blikkert in het avondlicht. Aan de waterkant vind ik een gezellige pub annex restaurant. Met een glas in de hand en het menu voor mijn neus begin ik aan het beste deel van de tocht.

Juli 2013

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.