Amerikanen aan de Marne

Tekst: Hans Cuppen    Foto's: Joke Apswoude

Kaart

Praktische informatie

Reis en verblijf
Eigen vervoer is noodzakelijk. Het beschreven gebied ligt 470 autokilometers van Utrecht.
In Château-Thierry is een ruim aanbod van overnachtingsmogelijkheden. Wij overnachtten in de chambre d’hôtes (B&B) Mme Herman in het nabij gelegen Courmont (www.lerelaisdesecrivains.fr).

Gedenkplaatsen
Het Cote 204 Monument, westelijk van en even buiten Château-Thierry (www.picardietourisme.com/nl/sejour-picardie/visites/cote-204-monument-americain-699.aspx).
De Amerikaanse begraafplaats van Belleau, circa tien kilometer noordwestelijk van Château-Thierry. Kijk voor informatie op de Engelstalige site www.american-remembrance.com/belleau-wood-and-the-aisne-marne-american-cemetery/.
De Amerikaanse begraafplaats van Seringes-et-Nesles, circa vijfentwintig kilometer noordoostelijk van Château-Thierry. Kijk voor meer informative op de Engelstalige site www.american-remembrance.com/the-oise-aisne-american-cemetery-at-seringes-et-nesles/.

Wandelen
Wij liepen de wandeling (15 km) La butte Chalmont vanuit het twintig kilometer noordelijk van Château-Thierry gelegen Oulchy-le-Château (http://aisne.tourinsoft.com/upload/MEDIA_2fe97224-f8db-4ae2-835d-2dc988357755.pdf).
Kijk voor meer informatie over de L’Aisne en wandelalternatieven op www.evasion-aisne.com/en/ (Engelstalig).
Kijk ook op www.rendezvousenfrance.com/ en http://picardietourisme.com/NL.


Artikel

Print Friendly

Het scheelde niet veel of de Duitsers hadden in het voorjaar van 1918 Parijs ingenomen. Zonder hun inzet te overdrijven kan gesteld worden dat met de hulp van driehonderdduizend Amerikaanse mariniers de verovering van de Franse hoofdstad is voorkomen. Sterker nog, de gevechten bij Château-Thierry leidden de terugtocht in van de Duitse troepen en uiteindelijk zelfs tot de Duitse capitulatie op 11 november 1918.

David Atkinson, Amerikaan en werkzaam bij de American Battle Monuments Commission, is onze gids. Zijn rondleiding begint bij het Amerikaanse Aisne-Marne-monument uit 1930 – in het Frans Cote 204 –, een opzichtig wit bouwwerk dat strak afsteekt tegen de blauwe hemel. Vanaf het monument hebben we een weids uitzicht over Château-Thierry en het stroomgebied van de rivier de Marne die de stad in tweeën deelt.

27 mei 1918
Atkinson steekt van wal. ‘Op 27 mei 1918 zetten de Duitsers bij de Chemin des Dames met een miljoen manschappen een grootschalig offensief in. De Fransen werden overlopen en binnen drie dagen stonden de Duitsers vijftig kilometer zuidelijker, hier bij Château-Thierry aan de Marne. Ze hadden kunnen doorstoten naar Parijs maar vanwege logistieke problemen – voedsel- en munitietransport liet op zich wachten – hielden ze hier gelukkig halt. In de maanden ervoor waren driehonderdduizend Amerikaanse manschappen op Franse bodem aangekomen. Zij werden direct ingezet om de Duitse opmars naar Parijs te stoppen.’

6 juni
We rijden naar Belleau, een dorpje tien kilometer noordwestelijk van Château-Thierry. De naam van het landelijk gelegen dorpje met iets meer dan honderd inwoners roept vooral in de Verenigde Staten verdrietige herinneringen op. Atkinson is er beheerder van de begraafplaats en het bos. In het Bois de Belleau vond in juni 1918 een bloedige strijd plaats. Atkinson: ‘Op 3 juni 1918 bonden Amerikaanse mariniers in Belleau Wood de strijd aan met Duitse troepen. De 6de juni is de boeken ingegaan als de bloedigste dag die Amerikaanse mariniers ooit hebben meegemaakt. Op één dag vielen 1087 slachtoffers. Spreekt een Amerikaanse marinier over 6 juni, dan bedoelt hij 6 juni 1918 en niet D-Day 1944. De strijd in het bos bij Belleau duurde drie weken.’

Loopgraven
We wandelen door het bos waar bij de parkeerplaats artilleriegeschut staat opgesteld. Verderop toont Atkinson ons de restanten van loopgraven. ‘Trouwens, weet u hoe het idee voor een loopgraaf is ontstaan? Een soldaat groef om zichzelf bescherming te bieden met zijn schep een mangat, zijn collega deed hetzelfde een meter verderop, een derde weer een meter verderop. Ze verbonden die gaten en zo ontstond een loopgraaf.’ Na het bos lopen we over de begraafplaats. Er liggen 2289 Amerikaanse mariniers, omgekomen in de strijd rond Château-Thierry. De hagelwitte kruizen steken af tegen de strakblauwe lucht en buigen met de platanen fraai af in een halve boog.

Onbekende soldaat
Eind mei 1918 waren er dus driehonderdduizend Amerikanen op Franse bodem, een half jaar later, tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog, waren dat er rond de twee miljoen. Onder de Amerikanen, die slechts zes maanden meevochten, vielen 116.000 doden en 205.000 gewonden. Alleen al in de gevechten rond Château-Thierry vielen 67.000 slachtoffers te betreuren. In een kapel zijn in de wanden de namen geschreven van 1060 soldaten, waarvan nooit iets is teruggevonden. Het is ’s middags na vijven. Atkinson vraagt me hem te helpen bij het strijken van de Amerikaanse vlag, wat ik graag doe. ‘Maar let op, de vlag mag de grond niet raken! Even later sta ik met een hoop stars en stripes in mijn handen. Klik hier om een filmpje ervan te bekijken.

Dichte kerk
De volgende ochtend is het bewolkt. De lente laat het een dagje afweten. We parkeren onze auto naast de fraaie romaanse Église Notre-Dame in Oulchy-le Château. Het stadje lag onder schootsafstand van de zogenaamde Dikke Bertha, een kanon dat de Duitsers in 1915 in het nabijgelegen Coucy-le-Château installeerden en ook daadwerkelijk inzetten. De kerk is helaas gesloten. We laten ons vertellen dat de meeste kerken vanwege de ontvolking van het Franse platteland nog slechts worden gebruikt voor een trouw- of uitvaartmis. Jammer, we kunnen dus niet zoals we gewoon zijn een kaarsje aansteken.

Veldleeuweriken
Na een kopje koffie in een bar-tabac beginnen we onze wandeling. We passeren de velden van de plaatselijke voetbalvereniging. F-jes in een kluitje om een bal worden door ouders toegejuicht. Wanneer we over de rustige D22 het stadje uitlopen, horen we links en rechts uit de landerijen het schelle gezang van veldleeuweriken die schijnbaar al aan het nesten zijn. Klik hier voor het gezang van de leeuweriken. Over een landbouwweggetje tussen suikerbietvelden lopen we naar een heuvel (La Butte de Chalmont) met daarop het Monument des Fantômes uit 1935 van de Franse beeldhouwer Paul Landowski. Het imposante en reusachtige beeldhouwwerk herinnert aan de ‘Tweede Slag aan de Marne’, waarin eind juli 1918 de Duitsers stukje bij beetje in noordelijke richting werden teruggedreven.

Lieflijk en vredig
Het is dit soort monumenten dat getuigt van de strijd die hier een kleine eeuw geleden is gestreden. Voor het overige komen we tijdens de wandeling niets tegen dat aan La Grande Guerre doet denken. Het Picardische landschap oogt lieflijk en vredig. Het kerkje van het gehucht Wallée kan een opknapbeurt gebruiken. Dat geldt ook voor de meeste woningen langs de plaatselijke Grand’ Rue, niet meer dan een brede steeg. We zien er geen mens.
Een half uurtje later eten we in het volgende gehucht Les Crouttes tegen de muur van een landgoed en in het zojuist tevoorschijn gekomen zonnetje onze meegebrachte stokjes ham en kaas op. We passeren het oude spoorlijntje tussen Parijs en Reims waarna de route verder voert naar Nanteuil-Notre-Dame en weer een half uur later Armentières-sur-Ourcq. Ook in deze twee dorpjes met zeventig respectievelijk honderd inwoners laat het kerkbestuur ons niet toe in zijn bezit. Dat geldt evenmin voor het fraaie kerkje in Cugny. Als alternatief lopen we er dan maar even over het kerkhofje met slechts enkele verweerde graven. Er liggen geen oorlogsslachtoffers maar gewone burgers die vermoedelijk een natuurlijke dood zijn gestorven.

Seringes-et-Nesles
Na de wandeling rijden we later in de middag naar Seringes-et-Nesles, voor een bezoek aan de tweede grootste Amerikaanse begraafplaats, deze met 6012 graven, waaronder dertien van vrouwen. Van de Eerste Wereldoorlog ligt de grootse Amerikaanse begraafplaats overigens in Verdun, de Meuse-Argonne American Cemetery met 14.246 graven. De beheerder van de begraafplaats vertelt ons dat zestig procent van de lichamen van gesneuvelde Amerikaanse militairen tijdens de eerste Wereldoorlog is gerepatrieerd naar de Verenigde Staten, veertig procent is in Frankrijk begraven. We lopen langs de rijen met graven; alles in een perfecte symmetrie. In maart zijn de platanen nog kaal. In de zomer zullen de zo typisch Franse bomen de begraafplaats ongetwijfeld een lommerrijke aanblik bieden.

Lees ook de artikelen op deze site ‘Honderd doden per strekkende meter!’ en ‘Wilfred Owen was hier!’. De artikelen vormen een drieluik over de Eerste Wereldoorlog in het departement van de Aisne.

Maart 2014

Eén reactie

  1. Ook dit verhaal raakt me. Verhalen over oorlogen raken met altijd, maar het is net of die over de eerste wereldoorlog dieper snijden. Waarom weet ik niet precies. Misschien omdat die op vele fronten zo zinloos was.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.