Aanstekelijke filosofische gids

Tekst: Liesbeth Vermeulen

Praktische informatie


Artikel

Print Friendly

De auteur van het boekje Wandelen is een Franse hoogleraar filosofie. Dat gegeven zette me niet meteen enthousiast aan het lezen. Filosofie, Frans, kortom: moeilijk. Maar niets is minder waar. Het is een grotendeels prima toegankelijk boek dat me meteen voor zich in nam door de eerste zin: ‘Wandelen is geen sport.’ Sport is namelijk competitie, en dat is wandelen nu juist niet.

Gros vertelt wat wandelen is en teweeg kan brengen. Dat doet hij op zo’n lyrische manier dat je bijna gaat denken dat hij de liefde voor een vrouw beschrijft. Hij levert kritiek op (de boeken van) schrijvers die niet van lopen houden. ‘Ze zijn lijvig, zwaarwichtig en worden langzaam, verveeld en met moeite gelezen.’

Deels aan de hand van de levens van filosofen en dichters als Rousseau en Rimbaud illustreert Gros zijn visie op wandelen. Zijn grote voorbeeld is Friedrich Nietzsche, een fervent wandelaar. Ook de ongelukkige dichter Arthur Rimbaud liep heel wat af. Want, zegt Gros: ‘Om te wandelen, vooruit te komen, is er woede nodig.’ Hij vindt ook dat je het beste alleen kunt lopen, desnoods met een paar anderen. ‘Met meer dan vier wordt het een vakantiekamp, een leger op mars…Het is een hel. Niets is nog eenvoudig of sober. Het gezelschapsleven overgeplant op de berg.’

Eigenlijk schaart Gros zich achter de wens van Rousseau om ‘de wandelende mens (homo viator), de natuurlijke mens, terug te vinden: die niet door beschaving, opvoeding en kunsten is misvormd, …de man van vòòr de samenlevingen en het werk.’ In de visie van Gros is wandelen niet alleen de ene voet voor de andere zetten, maar ook een verzet tegen een bepaalde en zinloze manier van leven en werken. ‘Er is altijd wat te doen, maar hoe zit het met het Zijn?’

Wandelen kan daarom ook gelezen worden als een meditatieve gids, om de lezer te herinneren aan de vreugde van het bestaan en niets anders. Het is in die zin een prachtig boek, dat uitdaagt en prikkelt. Een tijdlang stond het op de bestsellerlijst van non-fictieboeken.

Gros probeert een soort staalkaart van wandelen te beschrijven, van ommetjes tot pelgrimstochten. In enkele gevallen is dat minder geslaagd, zoals in ‘De flaneur in de stad’, en ‘Parken’, die een wat gekunstelde indruk maken. Beter is hij in de hoofdstukken waarin hij tekeer kan gaan tegen mensen die vastgekleefd blijven op hun fauteuil of achter hun computer. Wat hij overigens om dit boek te kunnen schrijven, zeker ook heeft moeten doen.

Frédéric Gros, Wandelen Paperback | 254 pag. | oorspronkelijke titel Marcher. Une philosophie, 2009 | vertaling Liesbeth van Nes | ISBN 978 90 234 7734 1| prijs: € 16,90 www.debezigebij.nl.

Gros is hoogleraar filosofie aan de universiteit van Parijs. Hij heeft zich beziggehouden met de geschiedenis van de psychiatrie, met de filosofie van de straf en het westerse denken over oorlog. Op dit moment wijdt hij zich aan een studie over de veranderingen die het idee van veiligheid hebben ondergaan.

2013

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.